zaterdag 14 maart 2015

Moe

L. en ik zitten samen aan tafel. L. manoeuvreert haar vork met uiterste precisie onder een minuscuul blaadje veldsla op de rand van haar bord.
    ‘Ik wil dat je wat eet, meisje.’
    ‘Ik heb geen honger.’
    ‘Dit gesprek gaan we niet voeren,’ zeg ik boos. Ik vermoed dat ze het niet lekker vindt. Het gesprek wil sowieso niet zo vlotten vandaag. L. is moe en ik zit ook niet zo lekker in mijn vel.
    ‘Tien jaar!’ zeg ik enthousiast. ‘Ongelofelijk!’ Het levert me een minachtende blik op.
    ‘Waar is V.?’
    ‘Die is naar hockey. Hij zal zo wel thuis komen, we moeten wat eten voor hem bewaren.’
    ‘Ik ben moe.’
    ‘Eet wat!’
    ‘Ik eet toch?’ Er hangt inderdaad een korreltje rijst aan de punt van haar vork.
    ‘Had je een leuke verjaardag, gisteren?’
    ‘Gaat wel.’ Ze zit nu met haar rug naar mij toe.
    ‘Hoezo gaat wel!’
    ‘Gewoon: gaat wel.’
    ‘Heb je niet genoeg cadeautjes gekregen?’
    ‘Jawel…’
    ‘Was het ’s middags niet leuk om met S. de stad in te gaan?’
    ‘Jawel…’
    ‘En ’s avonds was er toch taart en bezoek?’
    ‘Alleen maar grote mensen.’
    Dat is waar. ‘Maar die kwamen allemaal voor jou!’
    ‘Jullie gingen de hele tijd over mama praten.’
    ‘Vond je dat vervelend?’
    ‘Een beetje. Ik ben moe, papa.’
    ‘Ik zie het. Ik hou zo veel van je, L.’ Dat laatste zeg ik honderd keer per dag, ik vraag me soms af wat ik ermee bedoel. Dat het me pijn doet dat ze zo jong haar moeder moet missen? Dat de herinnering aan Bibian onherroepelijk bij haar begint te vervagen? Zijn het mijn eigen vage angsten voor de toekomst die ik met deze formule probeer te bezweren; mijn zorgen om de kinderen, om de eindjes aan elkaar te knopen? Ik hoop dat ze het niet als al te dwingend ervaart, maar gewoon als een mededeling van een vader aan zijn dochter.
    ‘Zullen we binnenkort weer eens samen naar het graf gaan?’ Ik zit een beetje te drammen, ik kan het niet laten.
    ‘Ja, OK.’
    ‘Zullen we anders straks het filmpje van mama met de oorbellen kijken?’
    ‘Wil jij dat?’
    ‘Nou… ik dacht dat jij het misschien wilde.’
    ‘OK.’
    ‘Dat is niet goed genoeg, L.’
    ‘OK, papa.’
    ‘En ik wil godverdomme dat je wat eet! Ik heb hartstikke lekker gekookt voor ons twee├źn, merguez met gele rijst en tomatensaus met appel, kaneel en rozijnen en sla. Eet!’
    ‘Ik eet toch. Heb je haast of zo?’
    ‘Nee. Ik ben ook moe, L.’
    ‘Zullen we nog even naar het Museumplein lopen, papa?’
    ‘Ja, dat is goed.’
    ‘Mag de bal dan mee?’
    ‘Je was toch moe?’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen