zaterdag 7 maart 2015

Het bal

We gaan naar het Boekenbal. L. en S. heb ik uit logeren gedaan, V. is - vind ik - nu wel oud genoeg om alleen thuis te kunnen blijven. Met een fles cola en een zak joppiechips zou hij de avond door moeten komen.
    Het is voor mij de eerste keer. S. is uitgenodigd vanwege haar VSB-nominatie, en ik mag mee als haar introduc√©. Om even voor tienen staan we voor de Stadsschouwburg buiten in de rij te anticiperen op wat komen gaat. Eenmaal binnen krijgen we een glas champagne en moeten we opnieuw wachten tot het genodigdenprogramma is afgelopen en de zalen opengaan.
    S. stelt mij voor aan een jonge dichter wiens naam ik niet versta.
    ‘Bij welke uitgever zit je?’ Ik probeer een praatje te maken, hij ziet er niet bedreigend uit. We blijken bij dezelfde uitgever te zitten.
    ‘Daar zit ik ook!’ zeg ik enthousiast.
    ‘Wie ben jij dan?’ vraagt hij wantrouwig.
    Ik noem mijn naam nog maar een keer, maar het zegt hem niets.
    ‘Wat voor boeken schrijf je dan?’
    Ik leg uit dat het een bundeling blogs is over mijn eerste jaar zonder Bibian.
    ‘O, jij bent die weduwnaar!’ Hij weet het weer. ‘Met dat hoedje!’
    Ik vraag of hij alleen po√ęzie schrijft: nee, hij werkt aan zijn eerste roman, die dit najaar uit zal komen.
    ‘Wat leuk!’ Zou je nog een tweede glas champagne kunnen krijgen? Het duurt wel erg lang voor we naar boven mogen.
    ‘Ik ga even naar de W.C.,’ zegt S. ‘Don’t move.’ Ik kijk wel uit, ik ken hier helemaal niemand.
    ‘Is dat je vrouw?’ vraagt de dichter.
    ‘Ik schrijf ook een roman,’ zeg ik om aan te geven dat ik niet helemaal van de straat ben. Maar de mijne komt pas volgend najaar uit.
    ‘Is dat niet raar?’ wil de dichter weten, ‘Is het een sterk autobiografische roman, of zo?’
    Ik geloof van niet. Waarom zou hij dat willen weten? ‘Hoezo?’ vraag ik dus maar.
    ‘Nou ja… een roman is toch wel wat anders dan een blog,’ meent hij.
    ‘Bedoel je dat ik een soort omhooggevallen blogschrijver ben?’ Ik begrijp waar hij op doelt.
    Zo bedoelde hij het niet. ‘Vind je het niet moeilijk om nu ineens een roman te schrijven?’
    ‘Heel moeilijk,’ bevestig ik. ‘Vind jij het moeilijk?’
    ‘Wat precies?’
    ‘Een roman!’ De muziek staat inmiddels erg hard. ‘Om een roman te schrijven!’
    Op dat moment komt men in beweging, kennelijk is het programma afgelopen. S. trekt me mee om muntjes te gaan kopen, zodat we aan de wijn kunnen.
    ‘Succes!’ roep ik nog, maar hij is al met iemand anders in gesprek.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen