Ik kan mijn energie niet kwijt. Er gebeurt
zoveel. Lulu speelt in een film, er wordt een documentaire over haar gemaakt,
ik ben uitgenodigd iets te komen vertellen over Bibian en mijzelf in het
televisieprogramma Recht uit het Hart, Valentijn gaat net wel, of net niet over
dit jaar; hij doet vreselijk zijn best, maar ik moet er bovenop zitten, ik
krijg hem ’s morgens zijn bed niet uit en ’s avonds zijn bed niet in, hij wil
niet meer altijd doen wat ik zeg, hij vecht mijn gezag aan maar durft nog niet
goed, ik gun het hem van harte maar ik wil ook dat hij doet wat ik zeg, hij was
woedend dat hij geen schone broek had om aan te trekken, dat ik de was niet had
gedaan, dat al zijn broeken in de was zaten, maar dat bleek helemaal niet zo te
zijn, ze lagen gewoon door zijn kamer verspreid, op, achter en onder zijn bed,
stomme puber, lieve Valentijn, ik heb mijn contract getekend met mijn uitgever,
het is nu officieel, we hebben taartjes gegeten om het te vieren, Swip heeft
één dag meegelopen met de avondvierdaagse, toen had hij het wel gezien, hij is
twaalf geworden, zit in die rare fase na de cito-toets, heeft een andere
tijdsbeleving, is afscheid aan het nemen en aan het anticiperen tegelijk, doet
ineens gel in zijn haar en gebruikt nieuwe woorden, ik vind dat het goed met
hem gaat, hij heeft al maanden geen woedeuitbarstingen meer, als hij boos is
trekt hij zich terug op zijn kamer, hij is veel redelijker en benaderbaarder
geworden; het is ook niet niks allemaal, Lulu wil op voetballen,
paardrijden doet ze niet meer, ze wilde actrice worden, maar na een paar dagen
filmen wist ze het niet meer zo zeker, twee films tegelijk is ook wel een
beetje veel, maar het kwam nou eenmaal zo uit, alles gebeurt altijd tegelijk,
ik heb eindelijk de afdruk die ik heb laten maken van die prachtige foto die
Joost van je heeft gemaakt voor het omslag van je boek laten inlijsten, maar ik
mag hem van Lulu niet ophangen omdat ze er zo verdrietig van wordt, ik ook,
maar ik wil het toch, ik wil verdrietig zijn, je missen, de pijn voelen, en ik
wil het je allemaal zo graag vertellen, dit en nog veel meer, het stormt in
mijn hoofd, ik reed naar huis vanuit Groningen, het regende, ik draaide Queens
of the Stone Age en reed heel hard, wilde zo graag bij je zijn, thuis komen en
je alles vertellen, er gebeurt zoveel, maar je bent er niet, O lieveling waar
ben je toch, hoe moet dat nou, Bibian, ik kan mijn energie niet kwijt.
Blog van Klaas
De digitale Sheherazade
donderdag 16 mei 2013
maandag 13 mei 2013
Auditie
Lulu heeft vandaag auditie gedaan voor een
televisiefilm. Ze heeft al vaker auditie gedaan, maar deze keer heeft ze de rol
ook gekregen. Ze was licht teleurgesteld dat het niet de hoofdrol is, maar ze
vindt het toch heel leuk.
Nu wordt er niet alleen een documentaire over
haar gemaakt, maar gaat ze ook nog zelf acteren. Op school volgt ze al een
tijdje dramalessen. Ze zegt dat ze later actrice wil worden.
Er zijn vier draaidagen de komende twee weken.
Ik realiseerde me dat ik haar dan moet brengen en halen, en dat ik dus van
alles moet gaan regelen.
Ik zei dat ik het rooster graag op tijd wil
hebben omdat ik alléén ben met drie kinderen. Omdat mijn vrouw dood is. Ik wilde het niet zeggen, maar ik zei het toch.
Hoe zeg je zoiets. Ik wilde het een beetje
achteloos laten klinken, omdat ik geen zin had in vragen of meewarige of
begripvolle blikken. Alsof het eigenlijk heel gewoon is.
‘Ja hoor, zondag aanstaande is geen probleem,
ik vraag het alleen omdat mijn vrouw dood is en ik dus een oppas moet regelen.’
Ik wilde niet zeggen: overleden of gestorven.
In mijn familie overlijden we niet. We gaan dood, leggen het loodje. Een
enkeling sneeft.
Gestorven vond ik veel te dramatisch klinken.
Ik voelde de brok in mijn keel alweer opkomen.
Omdat ik de regisseur toevallig kende, kon ik
er aan toevoegen: dat wist je misschien nog niet, dat Biban dood is.
Hij wist het wel.
‘She’s got the part!’ zei hij enthousiast,
waardoor het gesprek een andere wending kreeg. Er moesten wat vragen
beantwoord, afspraken gemaakt.
Samen fietsten we terug naar huis. ‘Wat zou
mama trots op je zijn geweest, Lulu,’ zei ik vechtend tegen mijn tranen.
‘Ja papa.’
‘Vind je het jammer dat het niet de hoofdrol
is.’
‘Beetje... Hoeveel geld denk je dat ik ermee
ga verdienen.’
‘Geen idee. Vind je dat belangrijk?’
‘Ik hoop dat het meer is dan Swip.’
Swip heeft in een reclamefilmpje gespeeld en
van de opbrengt een nieuwe iMac gekocht.
‘Ik weet het echt niet. We zullen het ze
vragen.’
‘Krijg ik volgende keer wel de hoofdrol?’
‘Vast en zeker. De meeste acteurs beginnen met
kleine rolletjes.’
‘Nu speel ik in twee films.’
Daarna zegt ze niet veel meer. Ze zit een
beetje te dromen bij mij achterop de fiets. Ze heeft een lange dag gehad, maar
ze heeft gekregen wat ze wilde.
donderdag 9 mei 2013
Twaalf
Morgen wordt Swip 12 jaar. Opnieuw vieren we
zijn verjaardag in Meerle. Hij ligt boos in bed omdat ik zijn iPhone heb
afgepakt.
‘Ik wil dat je gaat slapen Swip, morgen wordt
een lange dag.’
‘Hoezo? Dat slaat helemaal nergens op.’
‘Gisteren heb je tot ver na twaalven op je
iPhone gezeten.’
‘Niet waar.’
‘Wel waar.’
‘Ik ben om elf uur gaan slapen.’
‘Half twee zul je bedoelen.’
‘Dat kan niet.’
‘Ik heb op de klok gekeken Swip.’
‘Ik wil mijn iPhone.’
‘Wat hebben we je vorig jaar ook alweer
gegeven?’
‘Een iPod.’
‘O ja. Die ben je verloren he?’
‘Dat weet je toch papa. Die ben ik op
schoolreisje kwijtgeraakt.’
Hij is zijn boosheid meteen vergeten.
‘Wil je morgen eerst taartjes eten met
kadootjes, of zal ik eerst boodschappen doen voor het ontbijt?’
‘Eerst boodschappen doen.’
Ik had er niet aan gedacht dat het vandaag
hemelvaartsdag was. Alle winkels waren dicht. Gelukkig hadden we nog wat
restjes van de afgelopen dagen voor het avondeten. De kinderen willen eieren
met spek voor het ontbijt, maar dat moet dan wel eerst gekocht worden.
Morgen komen er twee vriendinnetjes en twee
vriendjes uit Swip’s klas logeren. Met een beetje geluk blijft het mooi weer.
We hadden bezoek: S. met haar twee dochters.
Het was ontzettend gezellig, maar nu zijn ze weer weg.
Meteen kwam mijn verdriet opzetten.
Ik zei tegen Lulu dat ik Bibian zo miste dat
het pijn deed. Nu zegt zij het ook.
‘Papa, het doet pijn.’
Ze heeft tranen in haar ogen.
'Waar heb je pijn?'
'Waar heb je pijn?'
‘Ik mis mama.’
‘Wil je vanacht bij mij slapen.’
‘Dat weet ik nog niet.’
‘Zie maar. Van mij mag het. Zullen we nog even
beneden samen op de bank bij de haard zitten?’
Op mijn laptopje klik ik willekeurig wat
filmpjes open: Emma Peel in de oefenruimte, vlak voor Bibian ziek werd.
Ademloos kijken we samen naar stukjes repetitie en gesprekken over de arrangementen.
Wat zien we er gelukkig uit. Ik was allang vergeten dat die filmpjes er waren.
Naamloze mapjes op mijn laptop, die eerst van Bibian was. Onze liedjes waren
toen onze enige zorg. Hoe krijgen we ze zo goed mogelijk op de nieuwe cd.
Een ander filmpje. Optreden in de Nieuwe Anita
in Amsterdam. Bibian duidelijk zeer trots met haar nieuwe Hägstrom basgitaar.
‘Doet het nog pijn?’
‘Ja.’
‘Het is onze pijn Lulu. Die kan niemand ons
afnemen.’
Ik breng haar naar boven en lig nog even bij
haar en Swip, die een kamer delen.
We zijn ook verdrietig omdat de vakantie
alweer bijna voorbij is. In Meerle lijkt de tijd wel stil te staan, het is hier
zo volmaakt rustig en idyllisch.
Iets zegt me dat het misschien wel de laatste keer is
geweest.
zondag 28 april 2013
Dood
Ik word almaar ouder,
ouder dan jij, de kinderen:
kom, zeg eens wat,
dooie,
of zwijg desnoods,
maar doe niet zo onmenselijk.
Ben je me al vergeten,
- je grijnst,
het is weer mei,
ontdooi maar snel,
meisje in je sprei,
één gouden ring,
aan ieder oor een bel,
- je veinst,
ik stierf niet in julij.
Och lieveling,
als ik, alweer voorbij,
de stomme dagen tel:
jij kunt het weten,
over de grens, een lijk,
doods.
Mooie
boel is dat;
en ik word almaar kouder,
ouder.
ouder dan jij, de kinderen:
kom, zeg eens wat,
dooie,
of zwijg desnoods,
maar doe niet zo onmenselijk.
Ben je me al vergeten,
- je grijnst,
het is weer mei,
ontdooi maar snel,
meisje in je sprei,
één gouden ring,
aan ieder oor een bel,
- je veinst,
ik stierf niet in julij.
Och lieveling,
als ik, alweer voorbij,
de stomme dagen tel:
jij kunt het weten,
over de grens, een lijk,
doods.
Mooie
boel is dat;
en ik word almaar kouder,
ouder.
Mei
Als je depressief of verdrietig bent moet je
bananen eten, zegt Swip. Daar zit een stof in die je hersens weer nieuwe
energie geeft.
Ik ben niet depressief. Wel verdrietig, maar
ik geloof dat ik het helemaal niet erg vind om verdrietig te zijn.
Bibian is negen maanden dood. Opnieuw ben ik
met mijn gezin in Meerle in België. Een jaar geleden waren we hier ook; onze
laatste vakantie als compleet gezin.
Het waren de laatste weken voordat de kanker
Bibian het leven definitief elke glans ontnam. Met de moed der wanhoop namen we
hier samen onze laatste liedjes op, filmden we onszelf, maakten we fietstochten
en wandelingen met de kinderen en vreeën we nog zo’n beetje. Vreemde en
gelukkige dagen.
Swip vierde zijn verjaardag met vriendjes; dat
zullen we dit jaar ook doen.
Ik luisterde met F. naar de opnamen die we
anderhalf jaar geleden in zijn studio maakten met ons bandje Emma Peel. Bibian
was net met haar eerste – zeer zware – chemokuur begonnen. Je hoort hier en
daar aan haar stem dat ze moe is. Moe maar vastberaden. Ik weet niet wat ons
bezielde om toch die derde cd te willen maken; waar we de energie vandaan
haalden.
Maar het resultaat valt niet tegen. Ik denk
dat onze laatste onze beste gaat worden. De komende weken hoop ik de opnamen af
te ronden, en nog voor de zomer alle liedjes met F. te mixen.
Die laatste acht maanden van ons leven stonden
buiten de chronologische tijd. Ik geloof niet dat ik ooit zo intens leefde.
Eerder zo gelukkig was. Juist de dreiging van pijn en dood, van het naderende
einde van ons samenzijn, het tijdelijke tegenover het eeuwige, die totale
onzekerheid van elk perspectief maakte het leven simpeler dan ooit. Iedere
minuut met Bibian was er een. De tijd werd stroop, stond nagenoeg stil. De
klokken sloegen ver en traag, de uren werden eindeloos uitgesmeerd. Alles leek
om ons te draaien.
En toch waren we niet naïef: we wisten dat het
eindig was. Regelden alle regeldingen, namen onbeholpen afscheid van elkaar.
Ik dacht dat dit het was. Het leek mij
hoogmoedig nóg meer van het leven te verwachten.
En nu is het plotseling weer mei; de eerste
winter is voorbij. De kinderen zijn uitgelaten, vrolijk. Ik ben verdrietig,
maar toch niet ongelukkig.
‘Deze keer moest je niet huilen papa,’ zegt
Swip. Ik schrok ervan. Inderdaad, ik moest niet huilen toen ik ons busje
parkeerde, onze tassen naar binnen droeg, de bedden opmaakte, het eten kookte.
woensdag 24 april 2013
De Weduwnaar
Het weduwnaarschap bestaat voor een groot deel
uit het ontplooien van managersactiviteiten. Ik beheer de overvolle agenda van
drie sociaal goed ontwikkelde kinderen, en moet ondertussen ook mijn eigen
afspraken en verplichtingen zien na te komen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen
dat ik af en toe een steekje laat vallen.
’s Middags ben ik Lulu’s privé-taxi voor het
brengen en halen naar vriendjes, vriendinnetjes, muzieklessen of andere
aktiviteiten (de jongens fietsen Godzijdank tegenwoordig zelf). In de weekeinden
zijn er de verjaarspartijtjes waarvoor eerst kadootjes gekocht moeten. Lulu
heeft over het algemeen zeer specifieke ideeën over wat ze haar vriendinnetjes
wil geven, de klasgenootjes van Valentijn en Swip vragen steevast ‘geld’.
Meestal voor een computergerelateerd spel. Eigenlijk heb ik een hekel aan het
geven van geld, ik vind het van weinig fantasie en inlevingsvermogen getuigen,
maar soms komt het me ook wel goed uit.
Er moeten boodschappen gedaan, wasjes gedraaid
en uitgehangen, de kat moet een pilletje en een drankje vanwege een
blaasontsteking. Er zijn tienminutengesprekjes op de basisschool en langere
gesprekken op de middelbare.
Er moet eten gekookt, afgewassen,
er moeten schoolboterhammetjes gesmeerd. Valentijn moet met zijn huiswerk geholpen, Swip
moet met hel en verdoemenis gedreigd als hij mijn computer hackt of
manipuleert. De kinderen moeten hun tanden poetsen, op tijd naar bed,
gecontroleerd worden op illegale iPodjes en iPad’s onder de dekens, of lezen na
tienen. Er moet veel gepraat en geknuffeld en nog meer gepraat.
Als ik Bibian niet zo miste, en de aanleiding
niet zo verdrietig was, zou ik mezelf een gezegend mens noemen.
Ondertussen probeer ik ook nog iets van een
privéleven te hebben. Ik schrijf aan een roman, probeer mijn blog bij te houden,
componeer liedjes, neem zanglessen en doe af en toe optredens in mijn eentje.
Ik verwaarloos mijn vrienden, omdat ik – zeker
door de week – de energie niet kan opbrengen voor etentjes of ander sociaal
gedrag, en hoop maar dat ze nog een beetje geduld met me hebben.
Daarnaast probeer ik af en toe met mijn
vriendinnetje S. af te spreken. Dat kan bijna alleen onder schooltijd omdat we
allebei kinderen hebben die natuurlijk voorgaan. Ik ben al heel blij als we
samen haar hondje R. hebben uitgelaten en even op een bankje aan het water
hebben gezeten.
Op een gekke manier ben ik ook heel gelukkig
met mijn nieuw verworven onafhankelijkheid. Zeker als ik in mijn eentje in mijn
busje naar een kerkje in Holysloot rijd om daar op te treden voor bekenden en
onbekenden.
Het maakt me gelukkig en verdrietig
tegelijkertijd. Ik denk dat het één ook niet zonder het ander kan.
Een mensenleven.
maandag 22 april 2013
Boos
Lulu zegt dat ze actrice wil worden (én
danseres, pianist, zangeres, schrijver en dierendokter) en ze wordt op haar
wenken bediend: er wordt een film over haar gemaakt. Over een meisje dat haar
moeder verliest en hoe ze daarmee omgaat. En over de speciale band die ze met
haar knuffels heeft; konijn in het bijzonder.
Het wordt een soort half gespeelde
documentaire.
De regiseuse heet Ronja (een tot de
verbeelding sprekende naam) en het wordt haar eindexamenfilm.
Ik vind dat Lulu het bewonderenswaardig goed doet.
Ze is zeer goed in staat te zeggen wat ze denkt, en ze maakt van haar hart geen
moordkuil.
Toen ik liet doorschemeren dat ik iets met S.
had was ze woedend en dat liet ze merken ook. Een week of twee lang sprak ze
nauwelijks tegen me.
‘Lulu, ik vind dat je je haar moet wassen.’
‘Hmmm.’
‘Doe je het zelf of zal ik het doen.’
‘Hmmm.’
‘Kom nou Lulu, anders wordt het veel te laat.’
‘Hmmm.’
‘Heb ik je iets misdaan?’
‘Hmm hmm.’
‘Kun je je misschien uitspreken.’
‘Hmmm.’
Ze zit met haar benen opgetrokken en haar amen
om haar knieën op haar bed. Ze kijkt me niet aan.
‘Ben je boos op me.’
‘Ja.’
‘Vanwege S.’
‘Hmmm.’
Dat haren wassen kan morgen ook wel, denk ik
bij mezelf. Ik wacht op wat er komen gaat.
‘Vind je haar mooier dan mama.’ Ze praat heel
zacht.
Ik klim naar boven en kom bij haar zitten. Ik
mag haar niet aanraken.
‘Vind je haar liever dan mama.’
Ik zeg niets. Wat moet ik zeggen.
We zitten een tijdje samen op haar bed. Ik dek
haar toe, geef haar een kus en doe het licht uit.
‘Slaap lekker meisje.’
‘Hmmm.’
De volgende morgen lijkt ze het vergeten te
zijn. Tot ik aan het ontbijt vraag of ze nog boos op me is. Ze schakelt heel
snel.
‘Ja.’
Ze weet in elk geval precies welke
gezichtsuitdrukking daarbij hoort. Mokkend doet ze haar jas aan; weigert een
vest aan te trekken ondanks de kou.
‘Jij bent heus niet de baas over mij hoor.’
Ik vind van wel. Uiteindelijk gaat ze ermee
akkoord dat ik haar vest in haar schooltas doe. Voor alle zekerheid...
Als ik haar ’s middags ophaal van school wil
ze een vriendinnetje meenemen.
‘Je was toch boos op me.’
‘Nu niet meer papa.’
De hele middag is ze vrolijk en uitgelaten.
Maar zodra het vriendinnetje is opgehaald is
ze weer boos. Ze komt toch bij me zitten in de keuken terwijl ik het eten maak.
‘Heb je zin in pasta?’
‘Hmmm.’
Het duurde een week of twee. Toen was het
over.
‘Ben je niet meer boos op me.’
‘Nee.’
‘Waarom dan niet.’
‘Weet ik niet papa.’
Nu kunnen we Bibian weer gewoon samen missen.
Abonneren op:
Berichten (Atom)