vrijdag 21 juli 2023


Schurft

Het is begin januari. S. woont na zijn zelfmoordpoging alweer ruim een half jaar bij mij in afwachting van een kamer van HVO-Querido of een jongerenwoning van Lieven de Key. Zijn voorkeur gaat uit naar een jongerenwoning vanwege de grotere zelfstandigheid en omdat hij daar met twee vrienden kan samenwonen. Zijn mentor bij HVO en het zorgteam van Fact hebben hun bedenkingen bij zoveel zelfstandigheid, maar S. is vastbesloten.
    En het zal tijd worden ook, want de sfeer in huis is behoorlijk gespannen. Zijn broer heeft tentamens en zijn zuster heeft een proefwerkweek maar ondanks duidelijke afspraken komt en gaat S. wanneer het hem uitkomt.
    ‘Ik wil dat je doordeweeks om uiterlijk 23.00 uur thuis bent,’ spreek ik eenzijdig met hem af, ‘je zuster heeft haar nachtrust dringend nodig en ze wordt wakker als jij om half vier thuiskomt en gaat douchen.’
    ‘Oké,’ zegt S. Maar hij doet het niet.
    ‘Ik wil dat je voor de duur van de proefwerkweek van je zuster uit logeren gaat. Kun je dat regelen?’
    ‘Ik denk van wel,’ zegt S. maar hij regelt niets. Ik bel bijna dagelijks met zijn begeleiders van Fact dat het zo niet langer gaat, dat hij echt de deur uit moet omdat de sfeer explosief wordt, maar zij kunnen ook niets doen. Wel bieden ze mij een coach om mij te helpen met de situatie om te gaan. Of ik wel eens van Non Violent Resistance heb gehoord? Ja, de cursus NVR heb ik jaren terug bij de Bascule al met succes afgerond. Ik kan niet zeggen dat het me veel heeft opgeleverd.
    De coach van Fact vind dat ik het goed doe. ‘Petje af, hoor. Ik heb zelf ook kinderen, maar dit lijkt me inderdaad een hele kluif.’
    
Halverwege de proefwerkweek bel ik S. iets na middernacht om hem eraan te herinneren dat hij beloofd had uit logeren te gaan, maar dat hij zich tenminste aan de afgesproken avondklok moet houden.’
    ‘Geen probleem,’ zegt S. ‘Maar zou je misschien een afspraak met de huisarts voor me willen maken, ik heb misschien schurft.’ Dat heerst inderdaad. De volgende dag kunnen we vroeg in de middag terecht. S. is pas tegen de ochtend thuisgekomen en moeilijk te bewegen uit bed te komen, maar met engelengeduld en koffie lukt hem me hem met zachte hand naar de dokter te kneden. Omdat ik graag precies wil weten waar we aan toe zijn, ga ik mee.
    De dokter twijfelt aan de symptomen, maar raadt S. aan zich voor alle zekerheid ’s nachts in te smeren met een zalfje dat hij voorschrijft. Omdat S. helemaal naar de klote is, vraagt hij mij voor hem naar de apotheek te gaan.
    Tegen etenstijd wanneer iedereen thuis is, vertel ik dat S. misschien schurft heeft. Zijn broer en zuster, die toch al gespannen zijn vanwege de tentamens en de proefwerkweek, ontploffen. ‘Dat is hartstikke besmettelijk,’ roept de een. ‘Als ik schurft krijg, kan ik mijn proefwerkweek wel vergeten,’ zegt de ander.
    Volgens mij valt het met de besmettelijkheid wel mee, maar niemand luistert meer.
    Mijn dochter stormt S. kamer binnen en begint hem uit te schelden. Hij moet zich onmiddellijk insmeren.
    ‘Je moet hem nú het huis uit gooien,’ roept mijn oudste.
    S. is inmiddels ook flink over zijn toeren, al weet hij dat goed te verbergen. Hij zegt zich niet in te zullen smeren en weigert in quarantaine op zijn kamer te blijven.
    ‘Je moet de politie bellen, dit kan zo niet langer.’
    ‘Waarom gooi je hem niet het huis uit?’
    ‘Waar moet hij heen?,’ verdedig ik me halfslachtig. ‘Het vriest acht graden, hij kan nergens terecht.’
    ‘Je zegt al weken dat hij een kamer krijgt. Doe er iets aan!’
    ‘Wat kan ik doen? Hij staat op de wachtlijst, zodra er iets vrijkomt is hij aan de beurt.’
    ‘Bel de politie. Zeg dat hij schurft heeft en zich niet wil insmeren.’
    Ondertussen staat S. in de keuken provocerend een ei te bakken.
    ‘Op je kamer blijven, schurftige hond,’ roept mijn dochter.
    ‘Naar je kamer,’ bauw ik haar na in een poging mijn gezag te doen gelden.
    S. doet nu alles extra langzaam.
    ‘Bel de politie!’
    Ik zie er weinig in, maar omdat ik het ook niet goed meer weet en iedereen nu boos op mij is, besluit ik te bellen; ik ga er vanuit dat ze voor zoiets futiels toch niet langs zullen komen. Aan de mevrouw van de meldkamer doe ik mijn verhaal. Het is momenteel erg druk, maar ze belooft het door te geven.
    ‘Gooi hem eruit!’
    ‘Straks zit alles hier onder de schurft.’
    Ik probeer nog een keer uit te leggen dat dit wel mee zal vallen, maar laat me wel overhalen S. opnieuw te te vragen zich in te smeren.
    ‘Ik wil dat je je nú meteen insmeert. Anders zet ik je de deur uit.’
    ‘M’n kamer uit, kankerhomo. Ik smeer me niet in.’
    Na een half uur wordt er gebeld en komen er twee agenten naar boven. Ze luisteren geduldig naar ons verhaal en proberen daarna met S. te praten, die echter weigert ze te woord te staan.
    ‘Wat wilt u dat we doen?’ vraagt de ene. ‘We kunnen hem meenemen, maar er is nergens plek voor hem. Dan staat hij straks op straat. Het vriest acht graden, kan hij niet tot morgenochtend blijven?’
    Ik vind van wel.
    ‘Ik zie trouwens dat hij hier ingeschreven staat,’ zegt de andere. ‘Dan kunnen we sowieso niets doen.’ Na ons nog een fijne avond te hebben gewenst, vertrekken ze weer.  
    
Om een uitkering aan te kunnen vragen had S. een adres nodig. Kinder- en jeugdpsychiater P. van Fact stelde voor dat hij zich bij mij zou inschrijven. Het ging alleen om een postadres, dus het was geen werkelijke inschrijving. Ik hoefde ook niet bang te zijn dat zijn inkomsten bij de mijne zouden worden opgeteld waardoor ik mogelijk geen huurtoeslag meer zou krijgen. Dat leek me redelijk, dus ging ik maar akkoord. Niet alleen kostte haar - ongetwijfeld goedbedoelde - voorstel me uiteindelijk honderden euro’s aan gederfde huurtoeslag, maar nu kon ik hem er dus ook niet uitzetten.
 
En gelukkig maar, want ook al is S. bij vlagen een onmogelijke lastpost, hij is wel mijn kind, en ik weiger onderscheid te maken: hoewel ik ze regelmatig vervloek, zijn ze me alledrie even lief.
    S. heeft zich niet ingesmeerd, bleek uiteindelijk geen schurft te hebben en de storm ging weer liggen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten