zondag 15 maart 2015

Geloven

Ik word wakker en kijk op de klok: een, twee, drie, vier, zie ik staan. Even later: vier, vier, vier, en dan: vijf, vijf, vijf. Of de duvel ermee speelt, steeds zijn het reeksen. Ik kijk dan weg, en mag van mezelf pas opnieuw kijken als er tenminste één minuut voorbij is, en de reeks verbroken. Ik ben dus veel bijgeloviger dan ik denk, wat ook meteen vraagtekens plaatst bij de atheïstische praatjes die ik altijd ophang dat god niet bestaat, en zo. Aan de andere kant: als ik een ouderwetse analoge wekker had gehad, was het me nooit opgevallen. Onze lieve heer spreekt kennelijk digitaal tot mij.
    Mijn moeder geloofde in god. Net zoals de Franse componist Olivier Messiaen dat met het Nieuwe Testament deed, nam zij alles wat er in de bijbel stond geschreven volstrekt letterlijk. Zo geloofde zij dat de aarde inderdaad, zoals je kunt uitrekenen met de geslachtsregisters uit de Thora, ongeveer vijfenvijftighonderd jaar geleden werd geschapen. Ze onderbouwde dat door te zeggen dat ze zich bij de berekeningen van de moderne wetenschap helemaal niets kon voorstellen, en dat die haar minstens even absurd voorkwamen. Ik vind daar wel iets voor te zeggen.
    Mijn vader koketteerde met een soort zelf gefabriceerd pantheïsme, dat hij gedeeltelijk had gemodelleerd naar dat van zijn favoriete  en door hem veel geciteerde schrijver John Cowper Powys. Op de schilderijen die hij maakte - hij was als fanatiek pre-Bob Rosser zijn tijd ver vooruit - gaf hij dit vorm door in een Schots fantasielandschap mijn moeder zeer sexy af te beelden, rijdend op haar rode Jawa motorfiets van Tsjechische makelij, met Hebreeuwse, Arabische en Oud Engelse teksten aan de rand. Ze liggen onder mijn bed; ik kijk er niet graag naar. Het is een van betekenis zwangere symboliek die de mijne niet is.
    L., S. en V. zeggen alledrie, als ik ze er wel eens naar vraag, niet in god te geloven, maar dat neem ik niet zo serieus. Toch heb ik, geloof ik, meer symphatie voor mensen die niet geloven, omdat zij die het wel doen zo overduidelijk maar wat aankletsen en anderen napraten die het ook niet weten.
    Misschien is het ook niet zo belangrijk of hij wel of niet bestaat. Dat wordt het wellicht ooit in een volgend leven, wie zal het zeggen, maar voor nu maakt het weinig uit. Nadenken over de zin van ons bestaan, kan bovendien met alle gezindten, zou ik zeggen. Ik lig er niet wakker van.      

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen