woensdag 8 april 2015

Afkoelen

‘Ik word overal weggestuurd.’ De tranen staan V. in de ogen.
    ‘Wat bedoel je?’ We zitten samen op zijn kamer, ik heb zijn iPhone en zijn iPad afgepakt. V. is boos.
    ‘Als ik boven ga zitten, roept S. meteen dat ik op moet rotten.’
    S. mag van mij ’s avonds boven zitten omdat hij een kamer met zijn zusje deelt, die eerder dan hij naar bed moet. V. heeft een eigen kamer.
    ‘Je weet dat je niet boven mag zitten, en zeker niet als S. daar zit. Het gaat altijd mis tussen jullie.’
    ‘Dat is onzin, papa.’
    ‘De enige reden waarom jij boven wil zitten, is omdat je dan mijn iPhone-oplader kunt gebruiken omdat die van jou weer eens stuk is.’
    ‘Koop dan een nieuwe voor me.’
    ‘Ga eerst maar eens een baantje zoeken. Ik heb er genoeg van elke week nieuwe opladers en nieuwe oortjes voor jullie te moeten kopen. Ik kan het bovendien niet meer betalen.’
    ‘L. stuurt me ook altijd meteen weg als ik op haar kamer kom.’
    ‘Misschien moet je haar minder plagen. Dat vindt ze niet leuk.’
    ‘Dat doe ik helemaal niet.’
    ‘Als L. al vijf keer “hou op” heeft geroepen, moet je stoppen met wat je doet. Ze roept het heus niet zomaar.’
    ‘Eerst vond ze het wél leuk.’
    ‘Als je zusje aangeeft dat ze niet meer wil, moet je ophouden. Jij gaat altijd veel te lang door.’ V. mist wel eens signalen van zijn huisgenoten.
    ‘Als ik op de bank zit, stuur jij me meteen weg.’
    ‘Omdat dat de enige plek is waar ik rustig kan zitten. En ik kan niet werken als jij naast me zit met je iPod. Ik probeer verdomme een boek te schrijven.’
    ‘Maar als ik aan tafel zit, stuur je me ook altijd weg.’
    ‘Alleen als je een tosti eet. Je hoeft toch niet elke dag een tosti te maken? Ik word gek van die lucht.’
    ‘En dus stuur je me maar naar mijn kamer.’
    ‘Ja.’
    V. kijkt me aan. Hij is woedend en machteloos, ik snap precies hoe hij zich voelt. Ik wil helemaal niet zo streng zijn, maar hij moet zich nou eenmaal aan een paar afspraken houden. Die zijn er niet voor niets. De therapeut vindt het ook belangrijk. We zwijgen, kijken naar de vloer.
    ‘Geef mijn spullen terug.’
    ‘Ik wil dat je eerst even afkoelt, ok?’
    ‘Geef terug, papa.’
    Ik sta op. ‘Eerst afkoelen.’ 
     
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen