zaterdag 28 februari 2015

Artis

Voor het eerst in jaren was ik weer eens in Artis, uitgenodigd door vriendin M., die ik al lang niet had gezien. Vroeger kwam ik er elke zaterdag omdat eerst V. en later S. op Artis Ateliers zaten. Terwijl V. met een groepje kinderen met vetkrijt de Helmkasuaris vereeuwigde, slenterde ik langs de hokken en de kooien met S. - die nog te klein was om mee te mogen doen - in de buggy. Al vrij snel deed ik elke keer dezelfde route: van de apenrots (wat een lelijk ding is dat toch) via de olifanten en langs de gieren over de brug naar het gezellige restaurant met de speeltuin.
    Ook toen al werd er permanent verbouwd, wat het geheel iets onbestemds gaf. Alsof de boodschap was: goed, OK, het ziet er vreselijk uit, maar we werken eraan; let maar eens op! Nog een paar jaar en dan… ja wat eigenlijk? Het blijft toch een beetje een treurige boel: al die dieren in hun te kleine hokken. Begonnen in de negentiende eeuw als statussymbool voor de gegoede burgerij die zich op vrije dagen kon komen vergapen aan zichzelf en de exotische dieren, is het gaandeweg verworden tot een verlengde van de Kalverstraat; veel niet-Amsterdammers die zich komen vergapen aan andere niet-Amsterdammers. In deze tijd van YouTube en Google en last minute reizen naar exotische bestemmingen zie ik de educatieve functie ervan eigenlijk ook niet meer zo.
    Behalve de leeuwen en de giraffen zijn er nog maar weinig spectaculaire bewoners. Veel hond, rat en zwijnachtigen uit Zuid-Amerika, waar ik niet zo veel mee heb, viel me op. Geen ijsberen, geen tijgers. In de dierentuin van Barcelona hadden ze vroeger een albino gorilla, een soort Yeti, kan ik mij herinneren. Ik moet er nog een briefkaart van bezitten.
    Ooit was ik als jongetje met mijn ouders in de Biblical Zoo van Jeruzalem. We stonden voor de kooi van een enorme en zeer sacherijnig kijkende gorilla. Zijn sacherijn was de attractie, iedereen stond te grinniken. Mijn vader wilde een foto maken. ‘Pas op, hij gaat spugen!’ riep iemand. Iedereen dook weg, behalve mijn vader, die het niet gehoord had omdat hij met zijn camera bezig was. De aap raakte hem vol op het glas van zijn zonnebril. Wij een beetje besmuikt lachen.
    Ook gisteren eindigden we met z’n allen in het restaurant over de brug achter een grote zak frites.
    ‘Wat vond je het leukste?’ vraag ik L. op de terugweg.
    ‘De glijbaan, papa.’
   
   
   

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen