donderdag 6 september 2012

Idylle

 
Hoewel ik vol vertrouwen ben over de toekomst heb ik minder dan ooit een idee wat die me zal gaan brengen. Alle min of meer comfortabele zekerheden die ik tien maanden geleden nog had, zijn er plotseling niet meer. Ik sta er alleen voor en draag de verantwoordelijkheid voor drie kinderen. Dat is wat ik weet. Toch is dat gevoel niet geheel nieuw.
Bibian en ik hebben het altijd zonder meekijkende (of meebetalende) ouders moeten zien te redden; we hadden geen broers of zusters om de kinderen eens lekker een weekeindje bij te parkeren, er was vrijwel geen directe familie om even bij te springen of ons te adviseren.
Misschien was het wel daarom dat wij altijd het gevoel hadden dat we een soort zondagskinderen waren.
Toen we trouwden voelden we ons een stel oplichters omdat het niet om een ‘serieuze’ reden was. Er was geen kind op komst, er was geen financiële of opportunistische reden. We hadden gewoon een keer bedacht dat we er zin in hadden, en dat we graag de rest van ons leven bij elkaar wilden blijven. En zo was het ook toen Valentijn geboren werd. We voelden ons amateur ouders, die maar zo’n beetje wat aanklooiden. Charlatans. Niet dat we het niet serieus namen, onze kinderen zijn altijd het allerbelangrijkste voor ons geweest, maar we hadden het gevoel dat wij iets niet wisten wat de rest van de wereld wél wist. Dat we er niet echt bij hoorden.
En we verbaasden ons er over dat het zo lang goed bleef gaan. We hadden steeds het gevoel dat er op een dag wel iemand aan de deur zou kloppen om ons er fijntjes op te wijzen dat het zo natuurlijk niet langer kon. Dat we nu eindelijk maar eens volwassen moesten worden en gaan doen wat iedereen deed. Een soort morele deurwaarder met een dwangbevel.
Ondertussen bleven we maar doen wat we belangrijk vonden en het liefste deden, en kwamen we er mee weg.
Ik heb altijd geweten – diep van binnen – dat er op een dag iets vreselijks zou gebeuren. Iets wat abrupt een eind zou maken aan onze schandelijke en goddeloze idylle. Ik wist het gewoon; zo diep zit dat afschuwelijke calvinisme kennelijk bij mij. En dat ondanks mijn levenslustige joodse opvoeding.
En nu lijkt het ook nog waar te zijn geworden, uitgekomen te zijn.
Het gekke is dat mijn gevoel hetzelfde is gebleven. Ook nu voel ik mij een zondagskind. Hoe Bibian en ik alles samen hebben gedaan vanaf het moment dat we het slechte nieuws kregen tot en met de begrafenis (en daarna) voelt niet anders dan hoe ons trouwen voelde of de geboorte van de kinderen. Het voelt nog steeds als een kado, hoe gek het ook klinkt, toch is het zo. Ook mijn verdriet hoort daar bij. Het is van mij en ik koester het.
Zo wilden wij het samen, en zo wil ik het nog steeds.



woensdag 5 september 2012

Ouders

 
Ik verloor redelijk jong eerst mijn moeder en daarna mijn vader. Dat heb ik als heel verdrietig ervaren, maar vreemd genoeg ook als een bevrijding. Ik had lieve en zorgzame ouders, en ik geloof dat ik, hoewel niet gepland, toch wel gewenst was. Ik was een vrolijk en geïnteresseerd jongetje, deed het aanvankelijk goed op school en schepte daarmee hoge verwachtingen bij mijn ouders.
Als ik ergens belangstelling voor toonde werd ik meteen ‘op les gedaan’ of kreeg ik er boeken over. Als die lessen dan vervolgens tot niets leidden en de boeken ongelezen onder in de kast bleven liggen vonden ze het moeilijk hun teleurstelling te verbergen. Zij waren enorm van de gedegen aanpak met lessen en een methode. Ik zocht dingen liever zelf uit zonder leraar. Dat ik mij na een jaar van vruchteloze ‘klassieke’ gitaarlessen langzaam maar zeker ontwikkelde tot een redelijk virtuoos gitarist was niet aan hen besteed. Als je iets wilde leren volgde je lessen en studeerde je tot je het onder de knie had. Zelf aangeleerde vaardigheden werden niet serieus genomen. Niet onbegrijpelijk, omdat ze allebei in het onderwijs zaten.
Misschien waren ze ook wel onbewust selectief in het stimuleren van mijn talenten. Herkenden ze alleen de dingen die ze begrepen of verwachtten op grond van hun eigen belangstelling en achtergrond. Zadelden ze mij wellicht met hun eigen ambities op.
Valentijn zong als baby vaak voor zichzelf in zijn bedje. Bibian en ik maakten allebei muziek, dus leek het ons logisch en vanzelfsprekend dat onze zoon muzikaal was. Misschien wel een Mozart in spe.
Nog voor hij vier jaar was zat hij dus met een mini huur-stradivarius op vioolles bij de leukst mogelijke juf. Als er bezoek kwam lieten we hem zijn viooltje uitpakken en kraste hij braaf de drie of vier noten die hij had geleerd. Ik nam hem mee naar het vioolconcert van Sibelius in een lunchconcert met Vadim Repin, en naar Shlomo Mintz die in het Concertgebouw alle 24 capricen van Paganini voor ons speelde. Toen we na afloop in de rij stonden voor een gesigneerde cd wenkte de meester ons naar voren – hij moet zichzelf in Valentijn herkend hebben: een klein bleek jongetje met prachtige rode krullen – en vroeg mij of ik wist van een opleiding voor bijzonder getalenteerde kinderen in Israël. Hij schreef het adres op een blaadje.
Dat klonk goed! Een gedegen opleiding met een duidelijke methode! Elke dag dwong ik Valentijn zijn stukjes te spelen, en of het nog niet genoeg was begon ik ook zelf voor hem te componeren. Hij maakte absoluut vorderingen, maar tot vioolspelen kwam het niet. Hij had er gewoon niets mee. Ik bleef maar aandringen, zocht hem een nieuwe superleuke juf, maar het was mijn ambitie, niet de zijne. Hij heeft het uiteindelijk vier jaar volgehouden. Toen pas durfde hij tegen zijn teleurgestelde vader te zeggen dat hij écht niet meer wilde.
Ondertussen had ik over het hoofd gezien hoe sportief hij was, hoe ongelofelijk hard hij kon rennen, en hoe goed hij eigenlijk voetbalde.




dinsdag 4 september 2012

Componeren

 
Volgens mij bestaan er twee soorten componisten. De ene soort is in harmonie geïnteresseerd en denkt vertikaal, de andere soort is in melodie geïnteresseerd en denkt horizontaal. Combinaties komen bijna niet voor; de enige die ik kan verzinnen is Bach, maar die valt sowieso buiten elke categorie.
De vertikalen schrijven dus vooral akkoorden, samenklanken, en componeren van akkoord naar akkoord. Dat zijn ook de componisten die in orkestratie zijn geïnteresseerd. Om hun akkoorden te verfraaien en gewichtiger te maken verzinnen ze de meest exotische combinaties van instrumenten, of schrijven ze soms zelfs compleet nieuwe instrumenten voor die ze zelf vervaardigen of door anderen laten bouwen. Ze creëren een soort muzikale toren van Babel. Het symfonieorkest is hun medium bij uitstek. Dit soort componisten wordt al snel – door geïmponeerde concertbezoekers - met termen als ‘geniaal’ betiteld.
Hun partituren staan vol aanwijzingen als: zich verliezend, aanzwellend, nóg luider, ondraaglijk luid, etc. Er wordt veel gebladerd in orkestratieboeken en partituren van beroemde collega’s. Als je – zoals ik – meer in het horizontale aspect van muziek bent geïnteresseerd, valt er aan hun muziek niet zoveel te beleven. De symfonieën van Mahler vormen het absolute en intimiderende hoogtepunt. Een orgasme van klankerupties, of, dat kan dus ook, een hoop gebakken lucht.
De horizontalen houden van melos en contrapunt. Het mysterie van de spanning tussen de ene noot en de andere noot; de relatie tussen de ene stem en de andere stem. Wat er dan ‘toevallig’ onder en boven elkaar klinkt is het resultaat van de stemvoering en ook alleen in die context te begrijpen. Een vertikale analyse van elke tel kan dan soms vreemde samenklanken opleveren, die alleen relevant zijn in de context van het verloop van alle stemmen.
Componisten van deze categorie verstaan hun vak natuurlijk ook, maar zullen toch minder belang hechten aan de orkestratie van hun muziek. Stravinsky zei ooit dat hij orkestreren heel gemakkelijk vond: ‘Je verdeelt alle noten over het orkest en je moet er alleen maar voor zorgen dat je voor alle instrumenten noten voorschrijft die binnen hun bereik vallen.’ Dat bedoelde hij natuurlijk ironisch, hij kon meesterlijk en heel origineel orkestreren, maar het zegt wel iets over zijn houding als componist. Waar voor hem het zwaartepunt lag.
Componist Guus Janssen, die ik hierbij voor het gemak maar even tot horizontalist bombardeer, vertelde mij eens dat hij een compositie (van hemzelf) pas ‘vertrouwde’ als deze ook in een andere bezetting tot haar recht kwam. Het ging hem dus om de noten, en niet om de kleurtjes.
Ik heb zelf stiekem altijd het gevoel dat de vertikalen, de kleurenzwelgers dus, gewoon iets missen, en dat gemis proberen te camoufleren met een caleidoscoop aan suggestieve klankschakeringen. Het lijkt heel wat, maar het is eigenlijk niet zo veel. Dat heeft iets onmachtigs, iets impotents zou je kunnen zeggen. Mannetjesmuziek. De horizontalen daarentegen, hebben niets te verbergen, en zeggen gewoon wat ze willen zeggen. Dat vergt een andere, meer aardse levenshouding.

maandag 3 september 2012

Eerste schooldag

 
De eerste dag van het nieuwe schooljaar. We moesten voor het eerst weer allemaal ‘vroeg’ op, en dus ook de avond ervoor op tijd naar bed. Dat had nog al wat voeten in aarde omdat ik per se alle kinderen voor het slapengaan met luizenshampoo wilde behandelen. Na enig geruzie over de volgorde van de te behandelen kinderhoofdjes en nog wat gemopper tussendoor lag iedereen uiteindelijk tevreden met een handdoek over zijn kussen in bed. Valentijn erg opgewonden omdat hij voor het eerst naar de middelbare school zou gaan en Lulu met een bijna helemaal losse tand. Voor haar reden genoeg om nog vijf keer uit bed te komen.
Ik lag er zelf ook vroeg in, maar kreeg nog tot laat goedbedoelde sms-jes van bezorgde vriendinnen ivm de eerste schooldag en hoe moeilijk dat emotioneel voor me zou zijn. Daar had ikzelf eigenlijk nog helemaal niet aan gedacht, maar nu begon ik me wel een beetje zorgen te maken omtrent de rol die ik de volgende dag op het schoolplein zou moeten vervullen. Toch maar een pilletje dan.
De volgende ochtend heb ik eerst bij iedereen de luizenshampoo er onder de douche weer uitgespoeld en daarna rustig ontbeten met thee en verse jus.
Ik dek de ontbijttafel altijd al de vorige avond, smeer dan ook vast de boterhammen voor Lulu’s lunch en pers sinaasappels uit. Ik ben hier trouwens de enige die van verse jus houd, maar ik dwing de kinderen het op te drinken vanwege de vitamines die er in schijnen te zitten. Beetje zoals ik vroeger van mijn moeder een levertraanpil moest slikken (van vrije uitloop scharrelwalvissen) en een paar fluorpilletjes voor het slapengaan.
We fietsten vol goeie moed met z’n allen naar school, maar Valentijn sloeg halverwege af om op zijn nieuwe school zijn boeken te gaan halen. En ja hoor: ik schoot vol. Daar ging hij met zijn mooie rode haar en een enorme Dirk-tas aan zijn stuur. Mijn grote kleine oudste zoon.
Daarna schoot ik opnieuw vol in de klas van Lulu, en nog een keer bij Swip, die nu in groep acht zit en niet bij het afscheid nog vijf keer door zijn over-emotionele vader geaaid en geknuffeld wilde worden.
Om tien uur had ik een interview met Het Parool waarbij ik nog twee keer volschoot en toen was het twaalf uur. Tijd voor de lunch.
Omdat Valentijn vroeg thuis was gekomen met zijn schoolboeken, en de rest van de dag vrij was, zijn we samen naar café de Tuin in de Jordaan gefietst voor een broodje en een kop koffie.
Ik weet niet of het kwam omdat Beau van Erven Dorens aan het tafeltje tegenover ons met zijn laptopje zat, of omdat Valentijn na eerst uitgebreid kritisch de menukaart bekeken te hebben, iets bestelde dat ik zelf nooit zou nemen (een tosti met dubbel kaas en salami). Misschien kwam het gewoon door het mooie september weer of omdat ik Bibian zo vreselijk en hartstochtelijk mis, maar plotseling werd ik overvallen door een onverklaarbaar, maar onmiskenbaar en overweldigend gevoel van geluk.   



zondag 2 september 2012

Dansen

 
Onlangs hebben we in het Vondelpark een fraaie dansvoorstelling gezien van dansgroep Amsterdam; Föld van Krisztina de Châtel. Een ware uitputtingsslag voor zes dansers in en op een aarden wal, met voor mijn oren iets te drammerig simplistische muziek van Philip Glass. Hoewel de kinderen een groot gedeelte van de voorstelling bezig waren met het verzamelen, en in ruil voor statiegeld terugbrengen naar de bar van bierglazen, vonden zij het ook indrukwekkend.
Swip heeft een tijdje op breakdance gezeten en ook wat lessen gevolgd op de Lucia Marthas Dansacademie. Hij is lenig en heeft een goed gevoel voor ritme. Al na een paar lessen ging hij met een vriendje dansen voor toeristen op het terras van het Cobra café op het museumplein. In een half uur haalde hij dan gemakkelijk 30 Euro op, die hij vervolgens meteen weer uitgaf aan hotdogs en coca cola. De rest gaf hij aan een zwerver bij de Albert Heijn. Ik heb Swip al eerder meegenomen naar dansvoorstellingen in de hoop zijn belangstelling voor moderne dans te wekken, en hem op youtube de brilliante clip bij Around the World van Daft Punk laten zien, maar hij wil er niet aan. Hij is bang uitgelachen te worden. Daar helpt zelfs geen Billy Elliot aan.
In 1982 zag ik in Theater Carré de Sacre du Printemps in de choreografie van Pina Bausch. Zoiets had ik nog nooit gezien; ver verwijderd van het klassieke dansen op spitzen dat ik tot dan toe vooral met ballet associeerde. Ik herinner me een moment van stilte waarbij het gehijg van de dansers plotseling hoorbaar werd. Adembenemend.
Een jaar of tien later verbleef ik een winter in Moskou, waar ik als gitarist en componist meewerkte aan een kleine dansvoorstelling naar de bizarre roman ‘A School for Fools’ van Sasha Sokolov in een regie van danser en acteur Sasha Pepelaev. Ik woonde in een statig oud pand aan de Arbat bij de kleindochter van de Russische schilder Léon Bakst, die begin vorige eeuw prachtige decors en kostuums ontwierp voor o.a. Boris Godunov in de Ballets Russes van Diaghilev in Parijs. Haar grootvader had ooit het hele pand in bezit gehad, maar Olga, de kleindochter, beschikte nog maar over een klein gedeelte van één van de etages. De keuken moest ze delen met een andere bewoner. Zij voorzag in haar levensonderhoud door te bemiddelen bij de verhuur van onroerend goed aan buitenlanders. Een schimmige en niet geheel ongevaarlijke ‘bussiness’ waar veel zwarte dollars in omgingen.
Overdag repeteerde ik in een klein theater in het centrum van de stad en ’s avonds werd ik meegesleept naar eindeloze voorstellingen en concerten in het bloeiende alternatieve circuit in de dagen van de Glasnost en de Perestroika.
Ik trok vooral op met een danseres en haar vriendje bij wie ik thuis vele uren naar video’s heb zitten kijken van beroemde dansers; modern en klassiek. Nu is dat allemaal gemakkelijk op youtube te vinden, maar zij moesten het hebben van knullig opgenomen en te vaak doorgekopieerde televisieregistraties van spraakmakende voorstellingen.
Swip zegt de laatste tijd dat hij deejay wil worden. In elk geval een dans-gerelateerd beroep, zou ik zeggen.

Lijstje

 
Al sinds het begin van de jaren tachtig hou ik een lijstje bij van alle boeken die ik heb gelezen. Ik moet van mezelf elk jaar tenminste twaalf boeken lezen, een soort literaire dwangneurose. Tot nog toe heb ik dat ruimschoots gehaald. Waarom hou ik zo’n lijstje bij? Moeilijke vraag. IJdelheid? Ongetwijfeld, alleen heb ik het lijstje – behalve aan Bibian die er geen belangstelling voor had – nog nooit aan iemand laten zien. Misschien ben ik bang om per ongeluk hetzelfde boek twee keer te lezen. Inderdaad weet ik vaak niet eens meer wat het vorige boek was dat ik las. Van veel boeken heb ik allang geen idee meer waar ze over gingen en van sommige boeken zeggen zelfs de titel en de naam van de schrijver me letterlijk niets meer. Ik weet alleen zeker het ooit gelezen te hebben vanwege dat lijstje.
Ik heb wel eens overwogen punten te geven. Goed boek, rotzooi, etc. Maar eigenlijk moet je een boek dan op verschillende aspecten beoordelen. Slecht verhaal maar wel heel goed geschreven. Matige vertaling, goeie eerste zin, ongeloofwaardige ontknoping, mooi omslag.
Ook heb ik wel overwogen elk boek na lezing kort samen te vatten, als geheugensteuntje. Ik denk eigenlijk dat zelfs zo’n samenvatting me van de meeste boeken na verloop van tijd helemaal niets meer zou zeggen.
Waarom lees ik dan? Wat trekt me er zo in aan dat ik vrijwel elke dag opnieuw tijd besteed aan het lezen van teksten die ik toch weer vergeet? Ik geloof niet dat het me om de de inhoud gaat; het verhaal, de plot, historisch of verzonnen. Het is abstracter, misschien vergelijkbaar met wat me aan muziek zo fascineert. Het is de taal zelf. De persoonlijke taal, het idioom van de schrijver. De sfeer en de klankwereld die sommige schrijvers op weten te roepen met hun specifieke woordgebruik, zinsbouw en ritmiek. De beste boeken gaan ook meestal helemaal nergens over, behalve dan over de taal zelf. Het is precies dát wat maakt dat ik bepaalde schrijvers lees en herlees. Slauerhoff, om er maar een te noemen. Het verhaal ben ik meteen weer vergeten, maar de beklemmende, hallucinerende, hopeloos verdwaalde eenzaamheid die uit elke zin spreekt, wil ik om de paar jaar opnieuw proeven.
Het is een bijna fysieke behoefte. Net zoals ik tenminste één keer per jaar de Sacre du Printemps van Stravinsky wil horen, die knarsende, wrange, schitterende lelijke noten, of De Staat van Louis Andriessen. Muziek die uitsluitend over muziek gaat, en verder nergens over.    

zaterdag 1 september 2012

Jailbreak

 
Ik lig met Swip in het ‘grote’ bed. Het is vrijdagavond, half elf. Sinds Bibian dood is slaapt hij niet graag alleen op zijn kamer. Dat begrijp ik best. Het mag niet altijd, maar met enige regelmaat slaapt een van de kinderen boven. Soms, als het hard onweert of stormt, slapen we allemaal boven.
Swip speelt naast me met zijn iPod, die de vader van een klasgenootje voor hem ge-jailbreaked heeft. Nu kan hij alle apps gratis downloaden en het Apple logo vervangen voor een peer of iets anders. Hij weet inmiddels zelf ook alles van jailbreaken en heeft het al met mijn iPhone gedaan. Ik was er een beetje huiverig voor, maar ik wilde hem graag laten zien dat ik hem vertrouwde. Hij is nu licht teleurgesteld dat ik niet de hele dag apps download en het logo nog steeds niet heb veranderd. Hij wil ook de Apple TV ‘kraken’ zodat we voortaan gratis films kunnen kijken. Een moderne vorm van proletarisch winkelen, zou je kunnen zeggen.
Swip heeft absoluut de flair voor computers van zijn moeder georven. Hij heeft geen enkele schroom om gewoon wat toetsen in te drukken, met zijn muis op knoppen te klikken en zo spelenderwijs uit te vinden hoe apparaten of programma’s werken. Een talent dat ik niet bezit. Misschien omdat ik al veertig was toen ik mijn eerste computer kocht, maar ik denk dat het dieper zit.
Het is vermoedelijk een combinatie van talenten. Nieuwsgierigheid, creativiteit, onbevangenheid, logisch inzicht, improvisatievermogen. Hij heeft het allemaal. Ik denk dat hij ondanks de door mij ingestelde parental controls heel wat meer op zijn scherm krijgt dan ik weet. Misschien is dat ook niet zo erg, straks is het toch niet meer tegen te houden, en ik heb sowieso geen idee waar hij bij vriendjes allemaal naar kijkt. Ik kan moeilijk elke vijf minuten zijn kamer binnenstormen om te controleren wat hij doet.
Ik vermoed dat hij en zijn vriendjes een bovenmatige belangstelling hebben voor seks, maar dat had ik zelf ook. Zolang het onbereikbaar was, werd ik er door geobsedeerd. Gelukkig ben ik al vroeg voorgelicht en gewaarschuwd voor de mogelijke gevaren door mijn oplettende en bezorgde moeder. Daar ligt nu zeker ook een taak voor mij.
Verder speelt hij voornamelijk Minecraft. Alleen of met anderen met wie hij dan via Skype contact heeft. Hij bouwt de meest waanzinnige huizen, dorpen en schepen met uitsluitend vierkante blokken. Het wiel hebben ze nog niet uitgevonden bij Minecraft.
Ik denk dat mijn eigen ouders vrij goed wisten wat ik allemaal uitspookte, maar ik vraag me af of mijn generatie dat ook nog wel weet van onze kinderen. Ik vind eigenlijk dat ik ook eens zou moeten Minecraften, maar ik merk dat ik me er moeilijk toe kan zetten.