maandag 8 december 2025

 

Mona Keijzer

Omdat ik mij zorgen maakte om de cultuur in Nederland, schreef ik een brief aan vice-premier en dubbel-demissionair minister Keijzer, in mijn optiek een sympathieke en intelligente vrouw met een goede smaak voor muziek en sowieso de best geklede minister van welk kabinet dan ook, een vrouw met het hart op de goede plek, vol compassie voor de hardwerkende Nederlander - een groep waartoe ik mij als kunstenaar toch al moeilijk weet te verhouden - en ook iemand met veel begrip voor de problemen waar de jonge joodse heilstaat aan de kop van de levant in verband met de zich steeds agressiever roerende derde religie nog altijd mee te kampen heeft, maar die mij, tot mijn grote verassing, toch graag wat van haar tijd wilde schenken.
    
    ‘Familie ván?’ opende zij ons gesprek in het naar haar vernoemde etablissement.

    ‘In de verte, mevrouw. Ik ben slechts een achterneef.’

    ‘Mona, alsjeblieft. Heerlijke muziek, van die oom van u! Als ik mijn migraine voel opkomen, is dat het enige wat nog een beetje helpt. Schilders, componisten en acteurs! Het moet wel heel bijzonder zijn om uit zo’n familie te komen. Zelf ben ik maar een gewoon christelijk meisje uit de provincie.’

    ‘Och mevrouw de minister, waren er daar maar meer van. Mag ik zeggen dat ik u een enorm inspirerende vrouw vind?’
    Wat een verademing om hier met haar aan tafel te mogen zitten! Moest ik soms opgewonden raken van de Greta Thunbergs van deze wereld? Van groen-linkse, veganistische Arafatmeisjes die geilen op bomgordelende shariadwepers omdat onze eigen joods-christelijke jongens te welopgevoed zijn om ze eens stevig over de knie te nemen? Nee, dan mevrouw Keijzer! Vijf kinderen had zij al geworpen, méér dan menig moslima op zwangerschapsverlof, maar dan wel met een volledige werkweek at your service! En dan durfden ze haar nóg lastig te vallen over een beetje wachtgeld.

    ‘Koffie? Of zullen we meteen maar aan de chardonnay?’

    ‘Ik hoopte al dat u het zou voorstellen.’

    ‘Maar u wilde het over cultuur hebben?’

    ‘Inderdaad. Ik schaam me een beetje om u met zo iets onbelangrijks lastig te vallen. Maar het zit me inderdaad hoog.’

    ‘Spreek u uit! Ik ben volksvertegenwoordigster! Ik ga daar over!’

    ‘Het gaat me er niet om dat er te weinig geld naar cultuur gaat, of zo. Dat u niet denkt dat ik een of andere subsidieslurper ben.’

    ‘Ach lieve schat, ik weet dat je al jong wees was en zelfs een tijdje anti-kraak hebt moeten wonen, maar toch heb je altijd goed voor je kinderen gezorgd en ondertussen je talent niet verkwanseld. Dát telt voor mij zoveel meer dan al het andere.’

    ‘Een donkere periode waarvoor ik me nog altijd schaam.’

    ‘Welnee! Vertel! Wat kan ik voor je doen?’

    ‘Nou ja, het gaat me om de cultuur. Ik snap ook wel dat er geld naar het leger moet omdat we aan alle kanten worden bedreigd en zo, maar de cultuur - onze joods-christelijke cultuur - zou volgens mij toch wat meer aandacht van de politiek moeten krijgen. Aandacht en sturing, bedoel ik dan.’

    ‘Ach Klaassie, breek me de bek niet open.’

    ‘De hele kunstenarij is in handen gevallen van die groen-linksers voor wie alleen het platste van het platste goed genoeg is, laagdrempelig, rolstoelvriendelijk, genderneutraal, maar een goed boek lezen: ho maar! Leefde John Lennon nog maar.’
    ‘Van Una Paloma Blanca, toch? Dát was nog eens muziek.’

    ‘Hij hád het kunnen schrijven, mevrouw. Maar kom daar tegenwoordig nog maar eens om.'

    ‘Voor mensen als u is in onze beweging altijd plaats, meneer Ten Holt. Vindt u het ook zo warm hier?’
    ‘Ik kan het nu wel eerlijk zeggen: ik was altijd al een van uw voorkeursstemmers.’  
                   

woensdag 26 november 2025


Internationale Joodse Samenzwering


‘Goeiemorgen, Bibi, dit is Klaas ten Holt van het I.J.S.’
‘Goeiemorgen, Klaas, wat kan ik voor je doen?’
‘Ik bel even over de genocide. De voortgang en zo.’
‘Eh… nou ja, we doen ons best.’
‘Het gaat wel erg langzaam, Bibi.’
’Zeventigduizend is niet niks, vind ik. En vooral kinderen en ouden van dagen, we schieten de laatste tijd eigenlijk alleen nog op kinderen.’
‘In drie jaar? Met nog ruim twee miljoen te gaan? Dat moet echt sneller, Bibi, anders geloven onze aandeelhouders straks niet meer dat het om genocide gaat. Dat moet je niet willen, en je hebt toch al een corruptieschandaal aan je broek.’
‘Komop zeg, die paar flessen champagne.’
‘Dat weten wij ook wel, en we gaan dat natuurlijk voor je regelen, maar dan moet je echt wel wat meer je best doen, Bibi.’
‘Ik zou wel willen, maar het leger werkt niet mee. We hebben dienstweigeraars, officieren die dwarsliggen.’
‘Ben jij nou premier of niet, Bibi?’
‘We zijn een democratie. Ik ben er ook niet blij mee, maar daar is weinig aan te doen.’
‘Hamas doet er twaalfhonderd in één dag, dat zijn er 1,3 miljoen in drie jaar, zeven dagen per week, dan is zeventigduizend wel heel erg mager.’
‘Zes dagen per week. Op sjabbat genocideren we niet.’
‘Waarom eigenlijk niet? Er zitten toch genoeg moslims in het I.D.F.? Dan kun je die toch de zaterdagen laten pakken? Nooit van een sjabbesgoy gehoord?’
‘Maar het land is verdeeld, er wordt elke vrijdag tegen me gedemonstreerd, ze noemen me een fascist, een zionazi, een monster.’
‘Sorry, maar je moet echt meer je best doen, Bibi. Dit kan ik niet aan onze aandeelhouders verkopen. Neem een voorbeeld aan Boko Haram, ISIS, Hezbollah, de RSF, die hebben hun p.r. ook veel beter op orde. Waarom filmen jullie niet wat jullie doen? Iedereen doet dat tegenwoordig. Die sociale media zijn er niet voor niets, daar moet je wel een beetje gebruik van maken. En je moet je achterban in het buitenland ook wel iets geven om ze te enthousiasmeren. Waarom zitten jullie niet op tiktok? Je moet wel met je tijd meegaan, Bibi.’
‘Tiktok? Ik zal het tegen mijn minister van propaganda zeggen.’
‘En je moet ook echt ophouden met steeds maar in de verdediging te schieten, dat doet Hamas toch ook niet? From the river to the sea, zou ik zeggen. Dat is toch een geweldige slogan? Die kan je zó overnemen!’
‘Nou die foto van dat babyhoofdje met die kogel erin had de Mossad toch maar prachtig gefotoshopt? Die heeft zelfs de voorpagina van de New York Times gehaald.’
‘Doe niet zo naïef, Bibi. Daar trappen misschien een paar studenten sociologie in, maar onze achterban echt niet. Die wil resultaat zien, cijfers.’
‘Ik doe mijn best, Klaas.’
‘En waar hebben we het nou helemaal over, een stukje zandgrond ter grote van Terschelling? Zo moeilijk kan het toch niet zijn?’
‘Ze verstoppen zich in die verdomde tunnels van ze.’
Carpet bombing, Bibi. Hoe vaak moet ik het nou nog zeggen?’
‘Ik ga het voorstellen. Maar er moet 
nog wel over worden gestemd.’
‘Jij gaat dit gewoon de komende week oplossen, en dan regelen wij straks voor jou een Sarkozy’tje voor dat corruptieschandaal. Zullen we het zo afspreken? En doe de groeten aan Sara, gaan jullie nog wat leuks doen met de Chanukah?’ 
 

vrijdag 21 november 2025

Globalize the intifada

Ik denk dat er bloed gaat vloeien, misschien het onze, het mijne wel. Voor de deur van een synagoge in Manhattan staat een menigte New Yorkers ‘globalize the intifada’ te scanderen. Ik denk niet dat ze zich afvragen hoe dat voelt voor degenen tegen wie het is gericht, belijdende joden die binnen hun religie uitoefenen. Geen soldaten, terroristen, fanatici, Palestijnenhaters; gewone mensen, maar nu ineens van het verkeerde geloof, van de verkeerde soort.
    Ik vind het moeilijk om te begrijpen wat die mensen daar op straat, voor de deur bezielt om zoiets te willen roepen. Een roep om geweld tegen joden over de hele wereld. Vervuld van haat tegen onschuldige medemensen, dezelfde redeloze, imbeciele haat die in de jaren dertig in Duitsland langzaam maar zeker alles begon te overheersen. Een haat die ongevoelig is voor redelijke argumenten, niet open staat voor het gesprek, een haat die bevredigd wil worden, moet worden, tot een climax wil komen, met dezelfde energie waarmee een verkrachter zijn slachtoffer niet ziet voor wat zij is, een mens, net als hij, maar alleen nog als een middel om zich te bevrijden van een gevoel dat alles overheerst, dat bevredigd moet worden, vervuld, ingelost, ontladen, ontlast. Daarna zien we wel weer verder.
    Het is iets dierlijks, het legt meedogenloos bloot hoe dun het laagje menselijke beschaving eigenlijk is, zoals de aardkorst met daaronder niets dan kokende lava, hoe gemakkelijk we dat afleggen om te vervallen tot het niveau van beesten, roofdieren, kuddedieren, hoe gemakkelijk we bereid zijn onze individualiteit op te geven voor een gril, een fantasie, iets waarvan de buitenissigheid evident is, maar waarvoor de rede graag even geparkeerd wordt, iets dat - wanneer de storm weer is gaan liggen, de woede geluwd, de schaamte om de hoek komt kijken, alleen getemperd door de herinnering aan de wellust en het genot van het orgastische geweld - het nut en het belang van het verbond aantoont: tien eenvoudige regels om je aan te houden, om naar te leven. Hoe te leven. Een simpel contract.
    Tot mijn verbijstering zie ik om mij heen de een na de ander ervoor vallen, vrienden, vriendinnen, weldenkend, hoog opgeleid, het mag niet baten, allemaal met diezelfde triomfantelijke blik in de ogen: wij staan aan de goede kant, wij horen bij de goede club, zijn van het goeie soort mensen; ze voelen het diep van binnen, verdwaasd als zij zijn van de veelheid aan gebeurtenissen die hun wereld - onze wereld - ineens lijken te bedreigen, grote, onbeheersbare processen, even bedreigend als onbeheersbaar, buiten onze macht vallend want geo-politiek, wereldomvattend, fundamenteel ons voortbestaan compromitterend, problemen die vaag herinneren aan oud-testamentische verhalen die toen ook de hele wereld aangingen en overspoelden, te groot voor het individu met zijn petieterige nachtmerries, schijnbaar onoplosbaar en aanleiding voor grote woede en frustratie die een uitlaadklep behoeft, een zondebok, een slachtoffer, de ander - zíj zijn het die, het komt door hén -, en ook al weten we diep van binnen hoe onzinnig het verhaal, hoe opzichtig leugenachtig, vals en slecht de aantijgingen: we lopen mee, volgen het collectief, het hangt immers in de lucht, een nieuw gevoel, gekanaliseerde woede. En als het straks allemaal achter de rug is, de grote schoonmaak weer gedaan dan is ons geweten snel gesust, want ja, we wisten immers niet beter, iedereen dacht er hetzelfde over, en 
kan die schuld dus uitgesmeerd, homeopathisch verdund tot bijna nul. Niet nul maar bijna nul.

maandag 17 november 2025


Ha Theodor,


dank voor je medeleven en je antwoord op al mijn vragen. Fijn om te horen dat het niet erg is dat mijn kinderen anders in de wereld staan dan ik, en dat het goed zal komen, dat ze er straks net zo over zullen denken als ik. Ik vermoedde dat al, maar het is prettig dat jij het bevestigt. Jij bent ouder dan ik, en je dochter is ook ouder dan de spruiten van mijn lendenen, zoals mijn vader mij altijd noemde.
    Het valt trouwens wel mee met dat anders denken, eigenlijk betreft het alleen Israël en de Palestijnen. Zij denken dat Israël een genocidale apartheidsstaat is en hebben begrip voor Hamas. Het opkomend antisemitisme vinden ze vooral zielig voor mij, ze zien zichzelf niet als joods - Bibian was geen jodin - en mijn joodszijn vinden ze maar raar. Ik heb nauwelijks joodse vrienden, ga nooit naar de synagoge, vier de joodse feestdagen niet, mijn jongens heb ik niet laten besnijden, dus waar gaat mijn joodszijn nou helemaal over?
    Zelf weet ik het ook niet zo goed. Ik geloof dat ik me vooral joods voel zodra er sprake is van antisemitisme, of als het voortbestaan van Israël in het geding is. Verder ben ik een behoorlijk waardeloze jood. Ronny Naftaniël heeft me al eens ontvriend omdat ik me kritisch over Israël uitliet, maar onlangs heeft hij me toch weer geaccepteerd. Ik vind dat statusverhogend.
    Met mijn ouders heb ik heel veel ruzie gemaakt in de jaren zeventig. Mijn moeder stond onvoorwaardelijk achter Israël, dus was ik voor de Palestijnen, die toen net waren uitgevonden door Yasser Arafat. Om mijn moeder te pesten weigerde ik mijn zakgeld en zei dat ze het maar liever moest 
overmaken op het gironummer van de P.L.O. Met terugwerkende kracht denk ik dat ik eigenlijk vooral boos op haar was omdat ze kanker had en zou sterven, en op mijn vader omdat hij dat niet kon voorkomen.
    Over kunst hadden we eigenlijk nooit ruzie. De boeken die mijn ouders lazen, las ik ook, de muziek waarnaar zij graag luisterden was ook mijn muziek, ze namen me mee naar toneel, concerten, musea, onze ruzies gingen over andere dingen. Het hielp ook niet mee dat ik nauwelijks naar school ging, steeds bleef zitten en doordeweeks tot diep in de nacht uitging.
    Ik lees je altijd graag, ik vind je een fantastische schrijver. Jouw columns zijn (waren) eindeloos veel beter, literairder, experimenteler en artistieker dan die van willekeurig welke andere columnist, zelfs je mindere columns zijn altijd de moeite waard. Bij nader inzien is er één andere columnist die ik ook heel goed vind, en dat is Sander Donkers. Hij schrijft weliswaar maar hele korte stukjes, eigenlijk een soort aforismen of miniaturen, maar ik vind ze altijd opmerkelijk, scherp en slim.
    Ik zou mijn kinderen graag je boeken aanraden (ik heb er een heleboel) maar ze lezen niet. Mijn dochter ‘las’ op het Barlaeus gymnasium haar leeslijst per e-book op de koptelefoon en dan op dubbele snelheid. Genet en Céline lees ik ook heel graag. Van Céline zijn recent postuum drie romans verschenen, Oorlog, Londen en De wil van koning Krogold, alledrie zeer de moeite waard. Londen vind ik zeker niet minder dan Reis naar het einde van de nacht of Dood op krediet, die ik allebei rond mijn zeventiende las.
    Zit je ook op TikTok? Dan kan ik mijn kinderen daar je werk aanbevelen.
    En natuurlijk ben ik trots op ze. Ze zoeken het maar uit met hun Free Palestine bandjes om hun polsen, ik ben al blij als ze af en toe hun kamers opruimen of eens stofzuigen of de afwas doen. Ik droom er soms van dat ze de deur uit zijn en ik met Sasja kan gaan samenwonen, maar ik vrees dat het er niet meer van gaat komen. De huren zijn te hoog, en ze vinden het wel best om bij mij te wonen.
    Laten we koffie gaan drinken en over kunst praten voor we te oud zijn, of dood.

Klaas  

vrijdag 7 november 2025


Democratie


Wat voor kabinet gaat Nederland krijgen? D66 is de grootste partij en dus het eerste aan zet om een coalitie te vormen. Maar hoe en met wie is de grote vraag.
    Nederland is een rechts land, niet erg sociaalvoelend, racistisch en met weinig belangstelling voor immateriële zaken als cultuur, dierenleed of het milieu. We lijken ons niet of nauwelijks te realiseren dat immateriële zaken soms plotseling kunnen materialiseren en urgent blijken, het lange termijndenken is niet onze sterkste kant.
    Het kan wel, was de verkiezingsslogan van de winnaar, het optimisme van een luchtballon: laten we allemaal naar boven kijken en net doen of we daar iets zien.
    Ik heb vrijwel altijd op de PvdA gestemd, één keer op de SP, maar deze keer vond ik het ingewikkeld. Vanwege het in mijn ogen verwerpelijke en hypocriete Israël-standpunt van het nieuwe grote linkse blok had ik eigenlijk besloten deze keer dan maar niet te gaan stemmen, ik kon geen partij verzinnen die zowel links als pro-Israël was, maar laten we wel wezen: hoe links is dat linkse blok nou werkelijk?
    ‘Jij gaat zeker op de PVV stemmen?’ snierde mijn linkse dochter.
    ‘Papa is echt de weg kwijt,’ meende S.
    ‘Ik stem op Timmermans,’ zei oudste zoon braaf.
    ‘Niet op een vrouw?’ vroeg dochter.
    Het werd woensdag en ik was er nog niet uit. Kutwereld, kutland, dacht ik. En dus stemde ik toch maar op de nummer één van die kutpartij; voor mijn kinderen, zullen we maar zeggen, in de hoop dat ze straks nog ergens een betaalbare woning kunnen vinden. Israël moet maar even wachten. En ik had nog niet op het grote linkse stemmenkanon gestemd of hij had het zinkende schip alweer verlaten.
    Maar goed, het zou over de formatie gaan. Wat zou ik zelf doen als ik het voor het zeggen had?
    Een ding lijkt me heel duidelijk: de VVD mag niet meer meedoen. Die partij heeft zichzelf totaal in de uitverkoop gedaan door een soort PVV-light te worden, principeloos, ruggengraatloos; misschien daarom ook wel heel Nederlands. Eigenlijk zie ik nauwelijks nog verschil tussen de VVD en de PVV, behalve dan dat Wilders precies zegt wat hij bedoelt terwijl Yeşilgöz huichelt en draait en geen enkel moreel kompas lijkt te hebben.
    Daarbij zijn er heel veel Nederlanders die op de PVV hebben gestemd, bijna net zoveel als op D66, en die worden heel erg boos als ze niet worden gehoord, als ze buiten de coalitie worden gehouden. Het is natuurlijk waar: zat de PVV eindelijk ruimschoots in een kabinet, bakken ze er niets van en trekken ze ook nog eens zelf de stekker eruit. Ik denk trouwens dat het eerlijk is om te zeggen dat het hele kabinet er niets van bakte, alleen is de PVV er niet of nauwelijks voor gestraft.
    Als ik Rob Jetten was, zou ik er daarom misschien voor kiezen om te proberen een coalitie te smeden met de PVV, Groenlinks-PvdA en het CDA. Ik zie eerlijk gezegd weinig verschil met een variant met de VVD en 
zonder de PVV, behalve dan dan je de kiezer nog soort van serieus neemt. Ik zou het ook wel interessant vinden. Ik denk dat er op het gebied van de zorg en de woningbouw en de pensioenen best wat zou kunnen lukken, ze zullen alleen enorme ruzie krijgen over het asielbeleid, hoewel ik GroenLinks-PvdA best water door de wijn zie doen, het zijn tenslotte allemaal Hollanders. En het onderwijs is toch al reddeloos verloren.
    En, bijkomend voordeel: als het kabinet valt zal de PVV stemmen verliezen, want dan is het al hun tweede mislukte kabinet. Ik zeg dit ook - en vooral - omdat ik vrees dat wanneer de PVV wordt buitengesloten, en het kabinet Jetten dan valt - en het zál vallen, want het land is totaal verdeeld - dat de kiezer dan pas echt massaal voor het populisme zal kiezen. Dan krijgen we Wilders met FvD en Ja21 en het CDA. Einde democratie.  

donderdag 6 november 2025

Hamas

Als het nieuws een objectieve weergave van wat er in de wereld gebeurt zou zijn, is het onbestaanbaar dat de gebeurtenissen in Gaza alles zouden domineren terwijl gebeurtenissen elders, oorlogen, hongersnoden, ethnische zuiveringen, natuurrampen waarbij het leed, het onrecht en de aantallen slachtoffers vaak vele malen groter zijn, nauwelijks worden belicht. Dan is er maar één conclusie mogelijk: het nieuws is gekleurd, subjectief, partijdig en dus onbetrouwbaar. Met name de Engelse B.B.C. heeft zich diverse malen schuldig gemaakt aan het verspreiden van berichten over vermeende wandaden van Israël die het dan later weer moest rectificeren. Maar dan is het kwaad dus al geschied.
    Waarom die focus op Israël? Waarom die compassie met de Palestijnen? Ik zou zeggen dat er genoeg andere volkeren zijn die veel ondubbelzinniger onrecht is aangedaan, nog altijd wordt aangedaan, volkeren met een duidelijke claim op een grondgebied vanwege een eigen taal, cultuur, geschiedenis. De Palestijnen bestaan als volk pas sinds Yasser Arafat ze heeft uitgevonden en het is nog maar de vraag of hij ze daar een dienst mee heeft bewezen. Toen de Westbank vóór de zesdaagse oorlog nog bij Jordanië hoorde, was er nog helemaal geen roep om een eigen staat, net zo min als in Gaza, dat bij Egypte hoorde. In het huidige Israël wonen tegenwoordig meer Arabische Israëliërs dan vóór de onafhankelijkheid, misschien niet helemaal gelijkwaardig aan hun joodse medeburgers, maar in elk geval met de zelfde rechten en plichten en alles wat daarbij hoort.
    Ondertussen is er nu dat bestand waar Israëls tegenstanders zo hard om hebben geroepen, alleen weigert Hamas zich te ontwapenen en de macht over te dragen aan de Gazanen. Dat verbaast mij niets, Hamas is een terreurorganisatie met een eigen agenda, waarin het lot van de Gazanen maar bijzaak is, nevenschade, dat verzin ik niet, dat zeggen ze zelf ondubbelzinnig.
    Ik denk dat er maar weinig opties zijn voor vrede in het hele gebied zolang Hamas zich blijft roeren. Als er nu in de Westbank verkiezingen zouden worden gehouden, zou Hamas die vrijwel zeker winnen en dat zal Israël natuurlijk nooit toestaan. Israël zal dus de komende tijd langzaam maar zeker de hele Westbank annexeren, al was het maar omdat met een vijandige Palestijnse staat aan de oostgrens - die dan niet eens meer raketten nodig heeft om Tel Aviv te beschieten maar dat gewoon met kanonnen kan doen - de veiligheid van haar eigen burgers niet te garanderen valt. En los van nationalistische en religieuze sentimenten denk ik dat het op de langere termijn misschien wel rust, vrede en welvaart voor iedereen zou geven.
    Op Israël onder Netanyahu is natuurlijk een hoop af te dingen, maar het is een democratie met althans op papier gelijke rechten voor iedereen. Vrouwen worden niet onderdrukt, queers en andersdenkenden niet vervolgd en er is vrijheid van godsdienst. Er is geen Arabische Israëliër die liever onder Hamas in Gaza zou wonen of in een van de islamitische buurlanden, en als dat wel zo zou zijn, staat het hem vrij zich daar te vestigen. Omgekeerd zijn er bijna een miljoen Arabische joden uit de omliggende islamitische landen verdreven toen de staat Israël in 1948 werd uitgeroepen. Opzouten moesten ze, met achterlaten van alles van waarde, ook al woonden ze er soms al eeuwen.
    Enfin. Wat er met Gaza moet gebeuren, weet ik niet, behalve dat Hamas daar weg moet, verdreven, vernietigd. Daar zijn ze het tegenwoordig zelfs in de meeste Arabische staten wel over eens. Maar in Nederland is dit nog altijd een blinde vlek op het links, hoogopgeleid en weldenkend, randstedelijk electoraat, waartoe ik mezelf ondanks alles, maar met pijn in het hart, nog altijd reken.       

dinsdag 4 november 2025

 


Douglas Adams

S. is in Utrecht voor een detox waar hij zich nogal zegt te vervelen, maar volgens de verpleegkundige die het intakegesprek deed, hem zijn zakken liet leeghalen en zijn tas binnenstebuiten keerde, is die verveling juist goed, hoort dat erbij, zorgt het ervoor dat je over jezelf gaat nadenken omdat je toch niets anders te doen hebt, ik weet het niet, misschien is het waar, maar veel te doen is er daar niet voor hem in zijn hufterproof kamer met alleen een tafel, een stoel en een bed en een eigen douche en toilet, behalve dan minecraften met zijn broer op zijn laptop, ze gamen online, en lezen in The Hitchhiker's Guide to the Galaxy van Douglas Adams dat ik hem ooit voor kerst of voor zijn verjaardag gaf, hij klinkt wel redelijk opgewekt aan de telefoon als ik hem bel om te vragen hoe het gaat, ze hebben twee keer per dag een soort groepsbijeenkomst waarbij iedereen om de beurt moet vertellen hoe zijn dag was, vertelt hij, de meesten zijn een stuk ouder dan hij en hebben een probleem met het doseren van onbelangrijke of oninteressante details, of houden er gewoon enorm van hun eigen stem te horen, S. zegt dat hij er moordneigingen van krijgt en dat hij niet begrijpt dat er niemand ingrijpt of ze onderbreekt, maar goed, het hoort er nu eenmaal bij, en je kan ook sporten of yoga doen, maar vanwege zijn A.D.D. is lang in dezelfde houding stilzitten voor hem een marteling en sport is ook niet echt zijn ding, maar gelukkig is zijn vriendinnetje al een keer langs geweest en weet hij inmiddels dat hij er tot de zeventiende kan blijven waarna hij aansluitend nog zes weken naar de Jellinek kliniek in Amsterdam gaat, terwijl hij ondertussen ook therapie krijgt, die langzaam in intensiteit en frequentie zal toenemen, hij is zelf vrij optimistisch over de nabije toekomst, tegen de arts zei hij bij het intakegesprek dat hij van plan was deelcertificaten Athenaeum te gaan halen voor wiskunde en natuurkunde om dan astronomie te kunnen studeren, iets waar ik hem al langer over hoor praten, maar of het realistisch is: wie zal het zeggen?, het klinkt in elk geval hoopvol en positief; ik probeer me zijn leven soms voor te stellen, de plekken waar hij heeft gewoond en de dingen hij in zijn jonge leven al heeft meegemaakt, de trauma’s die hij heeft opgelopen en mijn eigen aandeel daarin, ik vind het een wonder en een godsgeschenk dat hij mij niet is gaan haten of voor altijd het contact heeft verbroken, maar in plaats daarvan regelmatig thuiskomt, of mij zomaar opbelt om iets met me te delen of me muziek stuurt waarvan hij vindt dat ik die moet horen of om te vragen of ik deze of gene jazzpianist ken, hij heeft inmiddels een bizarre repertoirekennis van heel veel muziekgenres, en mij ook op het spoor van van alles en nog wat gezet, en dan zit hij daar in die kamer van hem met witte muren en oranje en bruine kozijnen en plinten en een ziekenhuisbed tegen de lange muur, maar misschien moet ik er niet sentimenteel over doen, het is voor zijn eigen bestwil en bovendien heeft hij het zelf allemaal geregeld in de hoop eindelijk van de ketamine af te komen en een nieuwe start te kunnen maken, ik geloof dat hij zijn kat het ergste mist. 

maandag 3 november 2025

 


Eenzame uitvaart

Ik was met mevrouw Janssen op St. Barbara waar zij aan het graf van Frank Starik, dichter en initiatiefnemer van de eenzame uitvaart in Amsterdam de Ger Fritz prijs kreeg uitgereikt uit handen van Ger Fritz zelf in aanwezigheid van Joris van Casteren, die het stokje als coördinator 
van Starik heeft overgenomen, Femke van der Laan, voorzitster van Stichting De Eenzame Uitvaart, fotografe Bianca Sistermans en enige anderen.
    Stichting De Eenzame Uitvaart wil Amsterdammers die eenzaam aan hun eind komen, dus zonder vrienden of familie, een waardig en respectvol afscheid bieden vanuit de gedachte dat ieder mens de moeite waard is om over na te denken en het verdient om met speciaal voor hem of haar gekozen woorden begraven te worden. Daartoe schrijft Joris van Casteren een necrologie in de Volkskrant en krijgt een dichter de opdracht enige regels te schrijven en die op de begrafenis voor te dragen, meestal alleen in aanwezigheid van Joris van Casteren en de dienstdoende begrafenisondernemer. Het clubje dichters waaruit Joris van geval tot geval kiest wordt de Poule des doods genoemd, en jaarlijks wordt er een prijs uitgereikt voor het beste gedicht, gekozen door Ger Fritz. Er was een klein misverstand om welk gedicht van mevrouw Janssen het eigenlijk ging, maar Fritz, die tweeëntachtig is en geen computer heeft, had gelukkig ergens een printje laten maken zodat mevrouw Janssen haar winnende gedicht toch nog kon voordragen. Ik vroeg hem hoe hij tot zijn keuze was gekomen.
    ‘Ja, kijk, ik lees ’s morgens alle gedichten achter elkaar, en dan ’s avonds nog een keer. Dan is er altijd één dat blijft hangen omdat het me raakt. Ik moet het voelen, weet je.’
    Rond de stichting is soms wat gesteggel, waardoor je bijna zou vergeten wat een mooi initiatief het eigenlijk is. Een vergelijkbaar Gronings initiatief claimt het idee eerder te hebben gehad en eist vermelding daarvan bij elke uiting van de Amsterdamse variant. De waarheid is dat het oorspronkelijk een Deens initiatief was, dat in Groningen werd opgepikt en daarna ook in andere steden werd nagevolgd. Na de dood van Starik is het conflict een beetje verwaterd en worden de Groningse initiatiefnemers niet meer vermeld.
    Ook zijn er tegenstanders van het idee, die vinden dat het niet kies is om van iemand die eenzaam is gestorven, ongevraagd een necrologie in de krant te publiceren met wat bij elkaar gezochte anekdotes en andere details. Daarmee zou de integriteit van de overledene worden geschaad, diens recht op privacy worden geschonden.
    Daar is misschien wat voor te zeggen, maar ook wel wat op af te dingen. Je geeft hiermee volgens mij aan dat je als gemeenschap ook zorg wil dragen voor de naamlozen en eenzamen en die een soort van stem wil geven door middel van een necrologie - en het moet gezegd: schrijver en journalist Joris van Casteren doet dit naar eer en geweten en op hoog niveau - en ze ook nog op een wat abstracter niveau, in de vorm van een gedicht een klein monument wil geven. Daarnaast is het denk ik ook goed Amsterdammers op deze manier te wijzen op het bestaan van hun eenzame en minder fortuinlijke stadgenoten.
    Ik mocht er - als vriendje van mevrouw Janssen - een paar keer bijzijn en was altijd onder de indruk van de waardigheid van de ceremonie en het respect waarmee die werd afgehandeld. Heel bizar werd het toen ik er bij een van die gelegenheden achter kwam dat ik de overledene had gekend als de soms wat luidruchtig aanwezige buurman/vrouw van een goeie vriend van mij.
    Na afloop van de prijsuitreiking mocht ik aanschuiven bij de nazit in West Pacific waar het erg gezellig werd (niet zo alcoholisch als in De ballade van Manke Nelis, die zich eveneens op St. Barbara afspeelt), waarna mevrouw Janssen en ik bij straffe tegenwind en met een tussenstop in een snackbar in de Bilderdijkstraat - waar ik bijna het prachtige prijs-herfstboeket achterliet - eenmaal thuisgekomen met enige moeite het boeket toch nog over twee vazen wisten te verdelen.
    

zondag 2 november 2025

 


Theo van Gogh

Vandaag is het de sterfdag van Theo van Gogh. Ik kende hem niet, sprak hem één keer kort op de fiets in het Amsterdamse Vondelpark om hem te vertellen dat ik vond dat hij liever mij de muziek bij zijn films moest laten maken, waarop hij me zijn telefoonnummer gaf. Twee weken later was hij dood. 
    Toen hij nog leefde vond ik het ingewikkeld me een oordeel over hem te vormen omdat hij zich in mijn ogen soms vreselijk misdroeg, dingen zei waarvan ik op dat moment de zin niet inzag, behalve dan de wens om een ander diep te kwetsen. Tegelijk vond ik hem ontzettend grappig, slim en op uiteenlopende gebieden waanzinnig getalenteerd. Ik vond zijn films briljant, zijn columns wisselend van kwaliteit - soms scherp en raak, soms ook gewoon melig - zijn interviews ontzettend goed. Maar hij was spraakmakend, provocerend en wars van elke politieke correctheid. 
    Hij was ook duidelijk zeer sociaal voelend, een eigenschap die hem eigenlijk dus als links zou typeren, maar tegelijk was hij een van de eersten die wees op de hypocrisie en het failliet van links omdat het zich had losgezongen van haar oorspronkelijke sociale idealen, zich met Tony Blair had bekeerd tot het neo-liberalisme, de toenemende inkomensongelijkheid niet langer als principieel onacceptabel zag, en vooral de problemen van de multiculturele samenleving tegen beter weten in bleef bagatelliseren of ontkennen en daarmee een groot deel van haar oorspronkelijke en natuurlijke electoraat van zich vervreemde en in de handen van populisten dreef. 
    Langzaam maar zeker ontwikkelde Theo van Gogh zich tot de nachtmerrie van wat zichzelf comfortabel weldenkend links was gaan noemen. Dus werd hij uitgemaakt voor anti-semiet, racist, islamofoob, maar daar zat hij niet mee. Roekeloos en zonder gêne zei hij wat hij vond, en provoceerde hij de consensus met zijn radicale uitspraken, misschien ook omdat hij ervan overtuigd was dat dit nodig was, dat hij die rol moest vervullen. 
    Met Pim Fortuyn, die hij bewonderde en Ayaan Hirsi Ali wees hij op het gevaar van de radicale islam, nog altijd een groot taboe in linkse kringen (mijn kringen) en dat koste hem (en Pim Fortuyn) als hedendaagse gebroeders De Witt, uiteindelijk het leven.
    Toen Theo van Gogh was vermoord riep iedereen moord en brand vanwege de gruwelijke aanslag op de vrijheid van meningsuiting, maar ook toen was de hypocrisie al voelbaar, de opluchting over het verdwijnen van deze ongemakkelijke stem bij degenen die het mikpunt van zijn polemieken waren geweest duidelijk. Natuurlijk moest je alles kunnen zeggen, maar misschien hoefde dat niet per se altijd, en dan vooral wanneer het kritiek op de islam betrof.
    En het is er niet beter op geworden, zou ik zeggen. Het vrijdenken staat onder grote druk, je hebt je maar te conformeren anders wordt je het zwijgen opgelegd, je je column afgepakt. Als je je aan een kamp hebt verbonden, dan verplicht je je daarmee aan het hele pakket, inclusief zwijgplicht over bepaalde onderwerpen vanwege de nestbevuiling.
    Ik vind dit het grote probleem van deze tijd: waar kun je je eigenlijk nog aan conformeren, nu politieke partijen hun onderwerpen kiezen uit electorale overwegingen in plaats van uit een achterliggende ideologie of een wereldbeeld, zich om dezelfde marktconforme redenen van elkaar onderscheiden, verkiezingsbeloften als loze reclameslogans spuien en daarmee in feite de democratie uithollen, tot een loze belofte maken, en daar vervolgens elkaar dan weer de schuld van geven. 
    Mensen nemen elkaar in Nederland de maat vanwege hun standpunt inzake Gaza, meestal zonder enige kennis van zaken, in plaats van dat ze elkaar vinden in een strijd tegen de steeds grotere inkomensongelijkheid, de verloedering van het onderwijs, de ontlezing, de bio-industrie, de overbevolking en de uitputting van onze planeet (over nestbevuiling gesproken), de vermarkting van de zorg, leugens over de onbetaalbaarheid van de pensioenen, de woningnood en de veel te hoge huren.
    Daarom denk ik vandaag aan Theo van Gogh.    
    
         

zaterdag 1 november 2025

 


Nergens

‘Voel jij je eigenlijk Nederlander?’
‘Nee, ik geloof van niet.’
‘Waarom niet?’
‘Ik denk vooral omdat we geen cultuur hebben die ons definieert. Geen keuken, geen muziek, geen literatuur. Alles dat we hebben is import, nagemaakt van buitenlandse voorbeelden. Nederlandse kunst doet er nauwelijks toe in de wereld.’
‘Is dat belangrijk?’
‘Ja, ik denk van wel. Maar het leeft gewoon niet. Nederlanders zijn niet trots op hun kunstenaars, ze kennen ze niet. Vraag iemand op straat om tien componisten, tien schrijvers of tien dichters te noemen, als je geluk hebt noemen ze er één, en dan altijd de verkeerde.’
‘Hoe komt dat dan?’
‘Ik denk deels calvinisme, je mag niet trots zijn op je eigen cultuur, maar vooral het kloterige Nederlandse onderwijs, waar alles dat boven de middelmaat uitkomt verdacht is, waar excelleren een vies woord is.’
‘En daarom voel je je geen Nederlander?’
‘Ja, en een kut klimaat.’
‘Goed punt. Maar Nederland is een welvarend land.’
‘Dat is waar. Het is hier beter leven in dan op heel veel andere plekken, maar het lijkt wel of mensen hier alleen nog maar zeuren en elkaar niets gunnen. Ze worden ook steeds lelijker, valt me op.’
‘Wat bedoel je?’
‘Nou, iedereen leeft in een soort eigen biotoop of zuil, waarin een aantal duidelijk omschreven gedragscodes heersen, eigenlijk heel tribaal. En als je daar van afwijkt, wanneer je binnen je zuil over een bepaald onderwerp een afwijkend standpunt inneemt, lig je er meteen uit, ben je een verrader, wordt je integriteit in twijfel getrokken of je onderscheidingsvermogen. Maar gelukkig komt straks het water en worden we allemaal Duitsers.’
‘Heb je het over Israël?’
‘Dat is op dit moment de populairste stok om de hond mee te slaan, inderdaad. Ben je links, dan zie je Israël als een neokoloniale apartheidsstaat die genocide op arme, onschuldige Palestijnse kindertjes pleegt, en ben je rechts dan snap je zogenaamd heel goed waarom Israël Hamas bestrijdt zoals het dat doet. Er zit een soort automatisme in die stellingnames dat me helemaal niet zint.’
‘Bedoel je dat het eigenlijk over iets anders gaat?’
‘Het gaat in elk geval over afbakening. En daarmee heb ik dus een probleem. En eigenlijk denk ik dat het allemaal afleiding is van het werkelijke probleem. Niet dat het niet vreselijk is om nu als Palestijn in Gaza onder Hamas te wonen, maar toch nog altijd beter dan in El Fasher, alleen weet niemand waar dat ligt of wat er daar aan de hand is.’
‘Maar voel je je dan joods?’
‘Eigenlijk ook niet. Ik heb nauwelijks joodse vrienden, ga nooit naar de synagoge. Ik ben heel blij dat Israël er is, dat is nog altijd een lichtpuntje in het middenoosten tussen al die afschuwelijke Islamitische landen er omheen.’
‘Ook voor de Arabieren die er wonen?’
‘In elk land heb je tweederangs burgers, ik denk niet dat moslims het in Nederland veel beter of slechter hebben dan in Israël. Het is geen modelstaat, verre van dat, maar wel een democratie die net als veel andere democratieën door het opkomend populisme wordt bedreigd. Ook binnen de verschillende joodse gemeenschappen in Israël is er veel haat en nijd, zijn er klasse en standenverschillen. Niets menselijks is ze vreemd.’
‘Zou je er willen wonen?’
‘Nee, veel te warm. Opgefokte mediterrane types. Dienstplicht. En de hele tijd die overvliegende raketten.’
‘Waar zou je wél willen wonen?’
‘Ik denk dat ik eigenlijk het liefste nergens zou willen wonen.’
    

vrijdag 31 oktober 2025


An Teallach
 

Toen mijn moeder nog maar net was gestorven, had mijn vader voor twee weken een huisje in Schotland gehuurd, hetzelfde huisje aan de westkust waar we talloze malen in de zomervakantie waren geweest. We maakten lange wandelingen door het fotogenieke hobbitlandschap, waarbij mijn vader voornamelijk het woord voerde. Het was of hij lijstjes opdreunde; uit angst om de grip op zijn leven te verliezen, probeerde hij het verleden, het heden en zelfs de toekomst te ordenen en te schematiseren. Hij had een goed huwelijk gehad en altijd van mijn moeder gehouden. Hij was nooit vreemdgegaan, ook al had zijn vrouw hém wel bedrogen. Dat kwam door haar obsessie met het jodendom, zei hij. Het was niet dat ze niet van hem had gehouden, ze had hem alleen nooit vergeven dat hij niet joods was. Daarom had ze zich ook in de armen van die idioot gestort, meende mijn vader. Ze moest en zou een joodse man hebben, alleen dan kon ze zich werkelijk joods voelen. Hij kon zich niet voorstellen dat ze werkelijk iets voor die Israëlische dirigent zou hebben gevoeld. 
    Ondertussen las hij de kaart, controleerde het kompas, hield van tijd tot tijd een verrekijker tegen zijn ogen, citeerde Shakespeare en Wordsworth, fotografeerde het landschap en maakte aantekeningen in een opschrijfboekje.
    ‘Wat vind je van die vrouw?’ Ik begreep meteen op wie hij doelde: de knappe vrouw met lang donker haar en een Duits accent, die sinds de dood van mijn moeder vrijwel dagelijks op bezoek was gekomen om mijn vader door de eerste moeilijke dagen heen te helpen.
    ‘Ze lijkt me heel aardig.’
    ‘Doet ze je niet aan iemand denken?’ 
    ‘Ik weet het niet. Bedoel je aan mama?’
    ‘Ja, vind je ook niet?’
    ‘Ze is toch met die neef van jou, die componist uit Bergen?’
    ‘Nee, nee,’ zei mijn vader. ‘Dat is allang uit.’
    ‘Ze kwamen vroeger toch wel eens samen bij ons eten?’
    ‘Ja precies. Dan was hij de hele avond aan het woord over die stomme muziek van hem en hij ging pas weg als alle drank op was. Maar ik vind háár echt een heel bijzondere vrouw,’ zei mijn vader, ‘dat vond ik toen ook al, alleen was ik toen natuurlijk nog met je moeder.’
    Na het avondeten bij mevrouw Urquhart, van wie we het huisje huurden, werd mijn vader onrustig en belde hij naar Nederland. ‘Ik ben er nog helemaal niet aan toe,’ zei hij wanneer we na het eten samen terug wandelden naar ons huisje, ‘maar het is zo fijn om iemand te hebben die precies begrijpt wat er in je omgaat en die aanvoelt hoe het is als je je partner hebt verloren.’ Partner. Dat woord had ik mijn vader nog niet eerder horen gebruiken. Klaarblijkelijk was mijn moeder nu mijn vaders partner geworden.
    ‘Take your time, Kees,’ zei mevrouw Urquhart. Ze was erg op mijn vader gesteld, en had ook mijn moeder goed gekend. ‘Don’t rush things.’ ‘You should look after the boy, he’s your responsibility now.’ 
    Maar mijn vader had haast. Hij kon niet alleen zijn, de eenzaamheid verlamde hem. Daarnaast was hij bang, hij had prostaatkanker waarvoor hij weliswaar was bestraald, maar je kon nooit weten of de kanker zou terugkomen en aan mijn moeder had hij gezien wat er dan met je kon gebeuren.
    ‘Ze praat trouwens ontzettend aardig over je, weet je dat?’ Met zijn legerzaklamp lichtte hij ons bij op het onverharde weggetje naar het piepkleine huisje aan de voet van Stirkhill uitkijkend over Loch Ewe. ‘Ze vindt je een slimme, knappe en erg aardige jongen. Het evenbeeld van je moeder, zei ze ook nog. Ze vindt het alleen verkeerd dat je zo weinig aan je studie doet.’ In de verte blaatte een schaap en er zoemden kleine zwarte steekvliegjes rond onze hoofden. Dit was de inleiding tot een gesprek over mijn toekomst, mijn studieresultaten, mijn vermeende desinteresse in de wereld om me heen, mijn algemene onverantwoordelijkheid en mijn weigering om eindelijk eens volwassen te worden. 
    Terwijl het eten zakte, steeg mijn irritatie. ‘Hoe lang heb jij zelf ook alweer over je studie engels gedaan?’ Mijn vader schepte vaak op over zijn studententijd en dan vooral het uitgaansleven.
    ‘Twaalf jaar. Maar dat waren andere tijden. En toen je moeder zwanger werd, ben ik versneld afgestudeerd terwijl ik er ook nog bij werkte. Denk maar niet dat ik tot één uur in de middag in bed lag als ik eigenlijk college had.’
    ‘Is dit waarom ik mee moest naar Schotland? Ik dacht dat we gingen wandelen. Misschien moet je morgen die stomme berg maar in je eentje gaan beklimmen.’
    ‘Doe niet zo ontzettend kinderachtig. En ik wil dat je je aan je afspraken houdt. We zouden samen de An Teallach beklimmen.’ Mijn vader gooide een paar muntjes in de elektriciteitsmeter die buiten voor het huisje was geplaatst.

donderdag 30 oktober 2025

 


Genocide

Volkerenmoord, het woord werd voor het eerst gebruikt in de jaren veertig van de vorige eeuw in verband met de moord op de joden (en op Roma) door de nazi’s. De term genocide bestond eerder nog niet. De geschiedenis kent veel slachtpartijen, massamoorden en oorlogen, maar de bureaucratische, systematische en industriële wijze waarop de nazi’s het aanpakten, was nog nooit vertoond. Het kon, de tijd was er rijp voor, niets hield ze tegen.
    Het antisemitisme was er al, dat hoefde niet te worden uitgevonden, het moest alleen gekanaliseerd. Eerst werden de joden gedemoniseerd, beschuldigd, belachelijk gemaakt en daarna gedwongen zich kenbaar te maken als de ander door middel van een voor elke jood verplicht op zijn kleding te dragen gele ster. De volgende stap was om ze hun burgerrechten te ontnemen, ze uit te sluiten van de meeste beroepen, winkels, openbare gelegenheden en ze te verbieden met niet joden te trouwen. Joden werden in het openbaar, in de officiële media omschreven als ongedierte, als ratten. Een inferieur ras.
    Binnenlandse problemen - werkelijke of verzonnen - werden aan de joden als groep toegeschreven en de roep om eindelijk met ze af te rekenen klonk steeds luider. Er was een jodenprobleem en dat moest opgelost. En als je zoiets maar vaak en luid genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar. 
    Dan volgde de uitvoering van het gene waartoe besloten was, systematisch en efficiënt: deportatie naar kampen in verre uithoeken en daar, uit het zicht, de moord zelf, eerst nog met kogels en massagraven, later met gaskamers en verbrandingsovens. Zes miljoen joden uit heel Europa, omdat het een goed idee leek, omdat het het eigen volk zou verenigen in een opgelegde haat tegen een verzonnen vijand, om de thrill dat zoiets überhaupt mogelijk was, dat het zomaar kon, en dat ze er mee weg zouden komen.
    En ze kwamen er mee weg. Veel van de daders zijn nooit gestraft, nooit gepakt, ontkenden later elke betrokkenheid of verantwoordelijkheid, ontkenden zelfs dat het gebeurd was, verklaarden zich onschuldig, zichzelf als slachtoffer.
    Maar toen de nazi’s waren verslagen en niet lang daarna de staat Israël werd uitgeroepen en joden voor het eerst sinds eeuwen van ballingschap weer een eigen land hadden waar ze veilig konden wonen, bleef het antisemitisme smeulen. Na de orgie van haat en moordlust, en de steeds gedetailleerder beschrijvingen van wat er nu werkelijk had plaatsgevonden, was er tijdelijk een taboe op openlijke jodenhaat. Dit mocht nooit meer gebeuren, heette het. Maar het gevoel was niet verdwenen, de archetypen niet uitgeroeid, alleen kon men er weinig mee, miste een stok om de hond te slaan.
    En toen was daar ineens Gaza, geschenk uit de hemel. Eindelijk waren we van onze schuld verlost, alles wat de joden - onze eigen joden, die we indertijd gemakzuchtig verzuimd hadden te beschermen - was overkomen, deden ze nu zelf een ander volk aan. Al die woorden die betrekking hadden op het verschrikkelijks dat hen onder onze ogen was overkomen, konden ineens hergebruikt, aangepast, opgerekt, geherdefinieerd maar nu met de joden als antagonisten. Niks uitverkoren, net zo slecht als die duivelse nazi’s, slechter nog, zwijnen, varkens, ratten…
    Gaza was immers al voor 7 oktober een openlucht concentratiekamp, Israël een neo-koloniale apartheidsstaat, en nu dan ook nog - kers op de taart - de oorlog tegen Hamas in Gaza een genocide. En als de oorspronkelijke definities van die woorden de werkelijke gang van zaken niet beschrijven, dan passen we gewoon de betekenis aan, 
je moet immers met je tijd meegaan, genocide als password om bij de groep te mogen horen die aan de goede kant van de geschiedenis staat. En dan noemen we onszelf trots antizionisten, want anti-semiet zijn we natuurlijk niet. En dan zingen we from the river to the sea

woensdag 29 oktober 2025

 


Frutti di mare

‘Waar heb je afgesproken?’
    ‘Op de Ruysdaelkade, tegenover die muziekwinkel.’
    S. heeft zijn dealer naar het exacte bedrag van zijn schuld gevraagd: € 510,-, iets meer dan hij zelf dacht. Ik ben niet heel erg verbaasd, half opgelucht dat het niet méér is.
    ‘Hoe laat?’
    ‘Om half zes. Kan iets later worden.’
    S. gaat morgen, eerder dan verwacht, twee weken in detox in Utrecht. De kans is groot dat hij aansluitend zes weken gaat afkicken in de Jellinek. Omdat hij nu ook therapie heeft, ben ik hoopvol. Het is een beetje nu of nooit, als hij hierna opnieuw terugvalt, zie ik het somber in. Ik probeer daar niet aan te denken.
    Mevrouw Janssen vindt dat wij zijn schuld voor hem moeten aflossen, zodat niemand meer een claim op hem heeft als hij straks weer thuis is. Hij moet een nieuwe start kunnen maken, en daar hoort zijn ketaminedealer niet bij. Ik twijfel. S. is zo moeilijk te doorgronden. Wat als hij niet alles aflost maar een gedeelte gebruikt om toch weer ketamine van te kopen? Hij is verslaafd, kunnen we hem wel met zo’n verantwoordelijkheid opzadelen. Maar er is niet echt een keuze, we houden van hem en we willen alles doen om hem te helpen.
    ‘Ik ga met je mee,’ zeg ik. ‘Ik wil zeker weten dat je alles aflost.’
    ‘Dat is goed,’ zegt S, ‘maar je kunt er niet bij zijn als ik hem het geld overhandig. dat vindt hij zeker niet goed.’
    We wandelen samen naar de Ruysdaelkade, het is wintertijd en al vroeg donker. Ik ga op een bankje tegenover de muziekwinkel zitten, terwijl S. een stukje verderop op wat bouwmaterialen plaatsneemt. Ik weet niet hoe zijn dealer er uitziet, dus bekijk ik iedere voorbijganger argwanend. Mechanisch kijk ik op mijn telefoon hoe laat het is, maar het dringt niet tot me door. Het doet er ook niet toe.  
    S. appt dat zijn dealer er nu bijna aankomt, nog een minuut of tien. Als ik even opsta om mijn benen te strekken is S. plotseling verdwenen. Ik wandel omzichtig langs de plek waar hij zonet nog zat, maar ik zie hem nergens meer, ook niet in de dichtstbijzijnde zijstraat.
    Wanneer ik dan maar terug naar huis loop, komt S. me tegemoet. ‘Het is gelukt, papa,’ zegt hij.
    ‘Waar was je nou?’
    ‘Achterop zijn fatbike, hij wilde het op de fiets afhandelen.’
    ‘Dus je bent nu van hem af?’
    ‘Ja. Ik heb gezegd dat hij mij uit zijn appgroep moet verwijderen, zodat ik geen berichten meer krijg over aanbiedingen en zo.’
    ‘Heel goed.’
    ‘Hij wil zelf ook stoppen met dealen,’ zegt S. We lopen samen naar de Albert Heijn om boodschappen te doen. S. gaat pasta frutti di mare maken, en daarna naar zijn eigen huis om zijn tas in te pakken. Wat een leven, denk ik. Zit hij weer wekenlang in een hufterproof kamertje met alleen een bed, een tafel en een stoel. Maar goed, hij is er inmiddels aan gewend, het is een deel van zijn leven geworden.
    ‘Hij zei dat het allerbelangrijkste bij afkicken is dat je iets te doen hebt. Een dagbesteding. Zonder dagbesteding word je depressief en ga je vanzelf weer gebruiken. Hij drukte me op het hart dat ik ervoor moest zorgen dat ik iets te doen heb als ik ben afgekickt.’
    ‘Dat lijkt me goed advies van je dealer.’
    ‘Bij het N.P.I. gaan ze me ook helpen met een dagbesteding. Ik denk dat het deze keer wel gaat lukken.’    

dinsdag 28 oktober 2025

 


Dealer


S. ligt in bed en vraagt om thee met suiker. Hij zou gisteren bij vrienden van mij gaan eten en meteen daarna naar huis komen, maar in plaats daarvan is hij ergens ketamine gaan gebruiken. Maandag is de dag dat hij zijn dealer moet aflossen, en hij had al aangegeven dat het moeilijk zou worden.
    ‘Heb je wel iets afgelost? Of alleen nieuwe keta gekocht?’
    ‘Nee, ook afgelost.’
    ‘Maar hoe groot is je schuld inmiddels?’
    ‘Dat weet ik niet. Minder dan vijfhonderd, volgens mij. Ik zal het vragen.’
    ‘Bedoel je dat je zelf niet weet hoe hoog het bedrag is? Op die manier kunnen ze je toch eeuwig aan het lijntje houden?’
    ‘Nee, ze houden het eerlijk bij.’ Hij ligt in zijn hoogslaper in zijn oude kamer die nu een soort rommelhok is. Overal ligt en hangt was, schone was aan een rekje, vuile was op de grond. Tegen de muur staan hardboard vloerdelen, een stofzuiger, een oude tafel bezaaid met lege pillenstrips van antidepressiva, slaapmedicatie en paracetamol, lege flessen Aa-drank, een knijplamp, een bord met een halve boterham. Ik heb de energie niet om het voor hem te gaan opruimen, vermoedelijk zou hij het niet eens zien.
    ‘Hier is je thee. Pas op, het glas is erg heet.’
    ‘Ik heb mijn dealer gevraagd of hij me niet meer op krediet wil geven, maar hij zei dat hij dat niet mag van zijn baas.’
    ‘Nee, natuurlijk niet. Het zijn criminelen, geen welzijnswerkers.’
    ‘Nou, mijn dealer is wel oké, maar zijn baas alleen niet.’
    Mevrouw Janssen vindt dat wij zijn schuld in een keer voor hem moeten aflossen zodra hij weer in rehab gaat, maar ik vraag me af of dat niet te optimistisch is.
    ‘Waarom komt je vriendin je nooit opzoeken?' vraag ik. 'Ik vind dat ze je behoorlijk aan je lot overlaat.’
    ‘Ik zie haar morgen.’
    ‘Waarom steunt ze je niet wat meer? Houdt ze wel genoeg van je? Volgens mij is ze vooral met zichzelf bezig.’
    ‘Ja, dat is misschien wel zo.’ Misschien is het om af te kicken wel beter als hij geen relatie heeft, helemaal op zichzelf aangewezen is. Als het hem dan lukt is het ook echt zijn eigen verdienste.
    ‘Denk je dat het je lukt om vanavond niet te gebruiken? Morgen heb je therapie.’
    ‘Ik ga het proberen.’
    ‘Vanavond ben je alleen thuis. Dan wordt het misschien wel moeilijk.’
    ‘Ik ga het proberen.’
    Waarom blijf ik niet gewoon thuis, denk ik. Om er voor te zorgen dat hij niet gebruikt, dat hij eet en op tijd naar bed gaat. Maar ik ben zelf ook nog iemand, ik hou het niet vol om de hele dag omringd te zijn door kinderen die allang geen kinderen meer zijn. Bij mevrouw Janssen is het rustig, kan ik nog wat aan mijn opera werken, een paar bladzijden lezen in Terug tot Ina Damman. Ik wil me niet eeuwig laten gijzelen door mijn ketamine-zoon. Als hij naar de klote wil gaan dan moet hij dat maar doen. Ik vraag me wel eens af hoe ik me zou voelen als hij er werkelijk een eind aan zou maken, zijn ketaminegebruik is zo ontzettend destructief, in feite een soort zelfmoord in slow motion, ik hou verschrikkelijk veel van hem, maar dat gevoel is langzaam toch ook vertroebeld en gekleurd door alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, eigenlijk al vanaf zijn geboorte, die eerste twee jaar waarin hij voornamelijk huilde en wij maar niet begrepen waarom. Pas jaren later bleek dat de oorzaak waarschijnlijk een niet ontdekte liesbreuk was. S. heeft het in zijn leven allemaal niet cadeau gekregen.
    Zou ik hem missen als hij er niet meer was? Heel erg natuurlijk, maar ik zou misschien toch ook opgelucht zijn. Nee, zo wil ik niet denken, bedoeling is dat hij nu met rehab en therapie een nieuw leven gaat beginnen, en dan helpt het misschien als hij geen schuld meer heeft aan zijn dealer.

maandag 27 oktober 2025

 


Ondermaans

In café De Pels vertel ik ’s middags mijn levensverhaal aan een studente Russisch die mij aan een ex van lang geleden doet denken, alleen heeft ze een heel andere stem. Ik ken haar nog van de basisschool van dochter, maar inmiddels is zij een volwassen vrouw geworden en bijna afgestudeerd. Het is niet mijn gewoonte mijn hart uit te storten bij meisjes van meer dan veertig jaar jonger dan mijzelf, maar ik voel me eenzaam, hoewel daar niet echt aanleiding voor is, en ik had geen zin om thuis te zijn waar oudste zoon wiskunde doet in de woonkamer met een koptelefoon op, dochter wiskunde doet in mijn slaapkamer met oortjes in en middelste zoon jazz-standards probeert te spelen op de piano in de gang.
    Ik vraag of ze Grossman heeft gelezen en Solzjenitsyn, maar ze zegt dat ze niet van boeken over de oorlog houdt. Ik vertel haar dat ik lang geleden in Moskou Oorlog en Vrede las, inspiratie voor zowel Leven & Lot als 1914, liggend in bad in een appartement waar ik woonde toen ik als gitarist bij een Moskouse theatergroep was ingehuurd, terwijl het buiten veertig graden vroor. Ik vertel haar over Frans Stapert, van wie ik drie jaar Russische les had, die Ilf en Petrov op eigen kosten uit het Russisch vertaalde en in eigen beheer uitgaf en die zich met een jachtgeweer door het hoofd schoot op zijn landgoed in Limburg en hoe ik ooit met mijn toenmalige vriendin R. in een oude Fiat naar Moskou reed toen de muur nog niet gevallen was.
    Als je zo oud bent als ik is het makkelijk indruk maken, hoewel ik vermoed en hoop dat ze me niet al te serieus nam. Ze kent me natuurlijk ook al langer. Het ging me ook niet om haar, het ging me om de aandacht, iemand om even mee te praten, desnoods alleen tegen aan te praten, om de tijd mee door te komen tot het op zou houden met regenen, tot mijn onrust wat gezakt zou zijn, tot mijn kinderen volwassen zouden zijn en eindelijk het huis uit. Ik probeer mijn leven te duiden, snap niet goed waarom de dingen gaan zoals ze gaan en waarom ik er nooit grip op lijk te krijgen. 
    Ben ik dan ontevreden? Nee, dat geloof ik niet. Als ik eerlijk ben, denk ik niet dat ik het anders zou willen, althans dat ik me toch ook gelouterd voel door al die raadselachtige, zinloze en idiote dingen die mij steeds maar overkomen. Gelouterd door de dood van Bibian? Is dat waar? Ja en nee, zou ik zeggen. Haar dood heeft me - misschien alleen omdat ik er voor openstond - ook heel erg veel gebracht dat ik anders niet zou hebben meegemaakt. Maar ben ik nu gelukkiger dan toen ik nog met haar was? Nee, dat denk ik niet, maar toch zeker ook niet ongelukkiger. Gewoon, net zo verbaasd over hoe de dingen gaan in mijn leven, hier op dit ondermaanse, hoe het een lukt en het ander niet, en hoe ik er keer op keer niet in slaag te begrijpen waarom.      

zondag 26 oktober 2025

 


Dienstplicht


De tijd waarin we leven, ik kan er veel over zeggen, heb ook recht van spreken, ik ben immers ooggetuige, ik was er bij, stond er midden in toen de dingen zich voltrokken, maar tegelijk had ik het overzicht niet, zag ik maar een klein stukje van het geheel, en kon ik niet weten waar het toe zou leiden.
    Het is weer verkiezingstijd, hoe vaak zou ik al gestemd hebben? Vroeger met grote stelligheid, vol vertrouwen in de daadkracht en de integriteit van de partij van mijn keuze, die meestal de partij van de arbeid was. Hoopvol verliet ik het stemhokje, ik had mijn bijdrage geleverd, het goede gedaan. Dat optimisme heb ik niet meer.
    Voor het eerst overweeg ik serieus maar eens niet te gaan stemmen, laten anderen maar bepalen welke kant het op moet, me mijn ongelijk bewijzen. Mijn stemwijzer is eenduidig: Groen links-PvdA, maar ik geloof niet dat het me gaat lukken mijn stem op ze uit te brengen. Toen het nieuws van de fusie van de twee partijen kwam, leek het me een goed idee: de krachten bundelen om samen een groot links blok te vormen, maar ik denk dat het een rampzalige vergissing is geweest. Het dogmatisme van Groen links past de PvdA niet, de partij wordt er door opgevreten, uitgehold.
    Daarbij komt dat ik het gevoel heb dat ze zelf ook niet meer gelooft in de haalbaarheid van al haar mooie, sociale plannen; het zijn holle frasen geworden, reclamekreten voor een product dat nooit geleverd gaat worden.
    Ik denk dat de wereld te complex is geworden, we zijn met teveel, putten onze aardkloot uit, en hebben ons uitgeleverd aan een systeem dat van de duivel komt, onze door het neo-liberalisme gestuurde economie waarin de markt heilig is verklaard. Als je het aan de markt overlaat, komt alles vanzelf goed. De markt als religie in de plaats van religie, god in de plaats van god.
    De afstand tussen rijk en arm is nog nooit zo groot geweest, ik las ergens zelfs niet tijdens het regime van Lodewijk de Veertiende, het archetype van luxe en decadentie, en de zeer kleine groep van bovenbazen die al het kapitaal naar zich toe heeft weten te trekken, zal daar goedschiks nooit meer afstand van doen. Als je als overheid dreigt met speciale belastingen, dreigen zij net zo lief naar het buitenland te zullen vertrekken, en omdat we ze op hun woord geloven, we hebben ze immers heilig verklaard, laten we ze maar betijen en zich nog wat meer verrijken, want geld trekt geld aan, zo is het altijd geweest.
    En dus moet de rest het doen met steeds minder geld, wordt ze wijsgemaakt dat de zorgkosten de draagkracht van de economie boven het hoofd groeien, dat de pensioenen onbetaalbaar zijn geworden, dat het onderwijs te duur is, de energietransitie onbetaalbaar. We hebben onszelf uitgeleverd aan een cynisch systeem, onze eigen american dream en ik vrees dat er geen weg terug meer is, geen vredige weg in elk geval.
    En de oplossing, wanneer de problemen te groot en te complex zijn geworden, is al eeuwen dezelfde: oorlogvoeren. Dan is er weer werk voor iedereen, zijn alle tegenstellingen even vergeten, verenigen we ons in het nobele doel de vijand te verslaan, de agressor, het ultieme kwaad.
    De uitvinding van de atoombom leek lange tijd oorlogsvoering voorgoed onmogelijk te maken, maar nu blijken er toch nog uitwegen te zijn: tactische kernwapens openen nieuwe perspectieven, en daarbij is het doel aan beide kanten van de scheidslijn van de nieuwe grootmachten hetzelfde: ruimte maken, binnenlandse problemen futiel maken, een nieuwe start, dus kom maar op met die dienstplicht en verhoog die defensie budgetten maar. John ist gestorben und Jimmy ist tot und George ist vermisst und verdorben. Aber Blut ist immer noch rot, für die Armee wird jetzt wieder geworben!

zaterdag 25 oktober 2025

 


Hardwerkende Nederlander


Ik ga met S. naar een arts van de Jellinek die hem onderzoekt om te beoordelen of hij in aanmerking komt voor een spoedindicatie voor een nieuwe detox. De afspraak is om half elf, om half twaalf staan we weer buiten. S. voelt zich niet lekker en gaat direct naar huis, ik ga eerst nog even boodschappen doen. Er is thuis van alles op, en geen van mijn kinderen neemt de moeite om uit zichzelf iets aan te vullen. Waarom doe ik dit? Geen idee, ik doe het gewoon omdat het erbij hoort. Waarbij dan? Bij de dingen die ik nu eenmaal doe, ik vermoed vanuit een soort verantwoordelijksgevoel.
    Dochter heeft liefdesverdriet en wil even uithuilen. Ik was eigenlijk bezig een opera te componeren, maar dochter heeft aandacht nodig. ‘Wat ga je doen vanavond?’ vraag ik. 
    ‘Naar een terrasje met vrienden.’
    ‘Drink je niet teveel, de laatste tijd?’
    ‘Ja, maar ik word gek als ik alleen thuiszit. Ik heb echt afleiding nodig.’
    ‘Je moet niet elke avond zoveel drinken, meisje.’
    ‘I know.
    Ze vertelt over een gesprek, de vorige avond met twee studenten van de kunstacademie die ze ergens had ontmoet. Maar het gaat niet om die studenten, ze wil gewoon even bij haar vader op de bank zitten. Ik hoef niets te zeggen of haar raad te geven, ze wil alleen maar dat ik luister en er ben.
    Ik ben er.
    Ik fiets door de regen naar een basklarinettiste die ik ken om advies over hoe je een basklarinet als een didgeridoo zou kunnen laten klinken, hoe het dan zit met de boventonen - een basklarinet produceert alleen oneven boventonen - en hoe ik dat zou kunnen noteren. We praten over muziek, literatuur, over onze kinderen.
    Weer thuis vraag ik me af hoe ik S. het beste kan helpen om de komende dagen geen ketamine te gebruiken. Hij ligt in bed en ziet er niet gelukkig uit, ik denk niet dat hij nu op een preek van mij zit te wachten.
    Ik zit op de bank en laat mijn gedachten de vrije loop. Ik probeer na te denken over een tekst voor een liedje dat ik voor mijn band The Loop Dogs aan het schrijven ben.
    Oudste zoon roept me naar zijn kamer om te zeggen dat hij het moeilijk vindt om mij om geld te vragen wanneer hij boodschappen doet voor het avondeten van S. en hemzelf wanneer ik bij mevrouw Janssen ben. 
    ‘Dat hoeft toch niet?’ zeg ik. ‘Stuur me gewoon een tikkie, natuurlijk hoef jij zijn eten niet te betalen.’ S. heeft zelf geen geld omdat zijn volledige weektoelage naar zijn dealer gaat, bij wie hij een schuld van enige honderden euro’s heeft opgebouwd.
    ‘Ja, maar dat vind ik dus moeilijk,’ zegt oudste zoon. ‘Kun je het niet gewoon zelf naar me overmaken? Bijvoorbeeld tien euro als ik de boodschappen heb gedaan?’
    Dat lijkt me redelijk, al vraag ik me af hoe ik dat moet betalen als dit vanaf nu elke dag is. Maar goed: S. wordt hopelijk straks weer voor acht weken opgenomen in de Jellinek, en het idee is dat hij daarna eindelijk - met hulp van therapie bij het N. P. I. - zijn leven weer op de rails krijgt.
    Ik heb me voorgenomen honderd dagen elke dag een stukje van tenminste vijfhonderd woorden te produceren als een soort voorstudie voor een nieuw te schrijven boek. Meestal lukt me dat in een uur, en dan nog redigeren. Een vergaarbak van materiaal, dat ik mogelijk kan hergebruiken, en ook gewoon om mijn pen te oefenen, kilometers te maken. Ik las ergens dat de Amerikaanse componist John Zorn ooit een heel jaar lang lang elke dag een stukje schreef, een kleine compositie, en dat hij die stukken daarna eindeloos gebruikte voor allerlei verschillende doeleinden.
    Op donderdagen rijdt ik naar Groningen om de laatste jaren voor mijn pensioen een enkele geïnteresseerde student iets over componeren te vertellen en wat daar zoal bij komt kijken. Ik weet niet of de wereld behoefte heeft aan componisten, maar ik doe het graag, en bovendien is het mijn voornaamste bron van inkomsten. Op zaterdagen geef ik les aan de schrijversvakschool, waar ik ongeveer hetzelfde doe, maar dan met iets oudere en over het algemeen iets beter gemotiveerde studenten, maar dan over schrijven.
    En elke dag, zeven dagen in de week, schrijf ik aan mijn opera, noot voor noot, maat voor maat. Zoals alles dat ik maak, doe ik dat in de hoop iets moois toe te voegen aan het vele dat er al is, een andere, hopelijk originele blik te tonen op hetzelfde, want uiteindelijk is het nieuwe meestal niet meer dan een variatie op het oude, maar als het goed is wel een persoonlijke variatie. En als je die gedachte serieus neemt, en je je naar eer en geweten van je taak kwijt, met inzet van je volledige persoonlijkheid, bestaat er soms de mogelijkheid dat er onder jouw handen iets ontstaat waar anderen nog lang plezier van kunnen hebben.
    Wordt de wereld daar beter van? Misschien. Dient het de economie? Daar heb ik geen zicht op, ik weet niet niet wat dat is: economie.
    Kun je het bovenstaande als ‘werk’ omschrijven? Wie het weet mag het zeggen. Werk, een lastig te definiëren begrip. Ik voel me altijd ongemakkelijk zodra het gaat over de hardwerkende Nederlander. De hardwerkende Nederlander, c’est les autres.
      

vrijdag 24 oktober 2025

Massa

Ik kijk niet vaak televisie, iets in de manier waarop je vanuit het beeldscherm toegesproken wordt - alsof je een debiel bent, bedoel ik dan - zint me niet, het joviale toontje, de kapsels en de lelijke pakken van de presentatoren, de overdaad aan zinloze informatie, de vaak aantoonbare leugens die schaamteloos voor waar verkocht worden, de gespeelde emotionaliteit, het geprofessionaliseerde bordkarton, de lelijke muziek die je constant voorgeschoteld krijgt, het lachen op commando van het studiopubliek, en de geveinsde gezelligheid zolang de camera draait. Ik kan het niet helpen, maar wanneer een presentator bij een debiliserend muziekje van een van zijn gasten zijn publiek voorgaat met in de maat in zijn handen te klappen, en dan iedereen spontaan enthousiast inhaakt, zie ik meteen die beelden voor me uit Nazi-Duitsland waar mensenmassa’s synchroon de Hitlergroet brengen bij een al even debiele toespraak van de Führer.
    Mensenmassa’s, hoed je ervoor, maar niet in Nederland, waar steeds weer nieuwe volksmenners opstaan om een verzonnen verontwaardiging te kanaliseren en er een lucratief platform voor te vormen. En er zijn heel veel verontwaardigde Nederlanders, ik denk dat er geen land ter wereld is waar het zo goed gaat en men tegelijk zo verontwaardigd is. Eerst zag je die verontwaardiging vooral bij rechts, of wat we tegenwoordig extreem rechts noemen, bij mensen als Fortuyn en Wilders, maar tegenwoordig doet links er net zo hard aan mee, met Frans Timmermans - daartoe ingefluisterd door het in de arm genomen reclamebureau - als kampioen. En dat allemaal om de gunst te winnen van de hardwerkende Nederlander, een niet bestaand volk, waarmee we altijd onszelf bedoelen zodat we ons boos kunnen maken over de luiheid van de ander, de subsidieslurper, de uitkeringstrekker of de de statushouder.
    De massa is nooit genuanceerd, twijfelt niet, wuift haar eigen hypocrisie weg, is kort van memorie, stelt haar opinie gemakkelijk bij zodra dat beter uitkomt en is daar collectief tevreden mee. Ze heeft het helaas zelden bij het rechte eind omdat er nu eenmaal geen eenduidige waarheid bestaat, niemand ooit alle feiten kan kennen, de informatie die ons bereikt vrijwel altijd uit voor ons oncontroleerbare bronnen komt en de meeste mensen sowieso niet in staat zijn te oordelen over abstracte zaken als goed en kwaad. Een waarachtig mens - een status quo waaraan heel wat denkwerk voorafgaat en die de meesten van ons nooit bereiken - laat bovendien altijd ruimte voor twijfel.
    En de twijfelaars, degenen die - al was het maar bij wijze van gedachtenexperiment - tegen de heersende opinie in durven gaan, of deuken slaan in de argumentatie van de groep waarvan zij zelf misschien ooit deel uitmaakten, of die persifleren, belachelijk maken, de narren en de dwazen, de nestbevuilers, hen wordt het zwijgen opgelegd, het podium ontnomen met het geruststellende gelijk van het verontwaardigde collectief.
    Niets heerlijker dan bij de groep te horen die het gelijk aan zijn kant heeft, tenminste, als dat je aard is. En van de meesten van ons is dat ook de aard: te denken dat je geheel toevallig op eigen kracht - een groter compliment is er bijna niet - precies het goede vindt, terecht verontwaardigd bent, moreel superieur ook, want kijk maar: het staat zelfs in de krant! In mijn krant, wel te verstaan, natuurlijk niet in die andere krant die alleen maar leugens verspreidt.
    Ik zou dan ook nooit met al te grote stelligheid durven beweren dat ik het gelijk aan mijn kant heb (een Ten Holt heeft altijd gelijk zei mijn vader vroeger gekscherend, die dat op zijn beurt weer van zijn vader had) en als ik iets heb geleerd hier onder de maan en de sterren, dan is het dat op het moment dat heel veel mensen ergens heel erg zeker van zijn, de kans ook heel groot is dat ze zich met z'n allen keihard vergissen, en dat het dan misschien raadzaam is, al was het maar voor de zekerheid, je daar liever niet mee te associëren.   
    

donderdag 23 oktober 2025

Wiedergutmachungskind

S. komt thuis van therapie met een formulier. ‘Ik moet wat vragen beantwoorden over mijn familie,’ zegt hij.
    ‘Wat wil je van me weten?’
    ‘Over je jeugd, er zijn vier mogelijkheden. Waren jouw ouders afstandelijk? Niet geïnteresseerd? Voelde jij je veilig om je emoties te uiten? Werd er dan naar je geluisterd?’
    Ik moet even nadenken. Er was natuurlijk van alles mis bij ons thuis, mijn ouders gingen uit elkaar toen ik vijf was, waarop ik met mijn moeder naar Israël emigreerde en met haar in een klein houten huisje zonder douche en W.C. in een kibboets moest gaan wonen waar niemand me verstond of begreep, terwijl ik mijn vader miste die gelukkig wel elke dag schreef en tekeningen stuurde; maar al na drieënhalve maand hield mijn moeder het daar niet meer uit en gingen we weer terug naar huis, ik denk dat mijn vader meer van mijn moeder hield dan andersom, maar ze respecteerde hem wel, tijdens mijn pubertijd kreeg mijn moeder kanker en toen ik negentien was ging ze dood, ja, je kunt wel zeggen dat er een hoop drama bij ons was, heftige emoties, hevige ruzies, maar die werden toch ook altijd vrij snel weer uitgepraat; ik herinner me dat ik ooit mijn moeder zó intens haatte dat ik van boven aan de trap een stoel naar haar gooide - ze kon nog net opzij springen, beneden in het halletje - ‘kutwijf, ik haat je’ gilde, en zij: ‘ik wou dat ik je nooit gekregen had, jij wordt nog eens mijn dood’ schreeuwde, ’s nachts kwam ze mijn kamer binnen en maakte me wakker, ‘het spijt me zo vreselijk,’ zei ze, ‘ik heb zulke vreselijke dingen tegen je gezegd,’ ze kwam naast me op mijn bed zitten - ik kon het me allang niet meer herinneren - ‘het geeft niet mama,’ zei ik, ‘ik hou van je,’ ‘ik ook van jou.’, de volgende dag was er niets meer aan de hand, de kapotte stoel bij het grofvuil gezet, het was immers maar een stoel; mijn ouders waren oorlogskinderen en hadden zelf niet heel goede herinneringen aan hun eigen ouders, ik was een wiedergutmachungskind, ik zou alles krijgen waaraan het hen had ontbeerd: liefde, aandacht, bewondering, tegen mij waren ze, dat is het toch dat bij mij overheerst  - in elk geval tot aan mijn pubertijd - eigenlijk vooral heel erg lief en zorgzaam, misschien niet altijd even verantwoordelijk, maar het was dan ook een andere tijd, ik denk dat ze tot aan mijn pubertijd vooral erg veel van me hielden en daarna vooral erg teleurgesteld waren, toch heb ik me altijd gewild en veilig bij ze gevoeld, zelfs toen, na de dood van mijn moeder, mijn vader vrijwel meteen bij zijn nieuwe liefde introk die van meet af aan een pesthekel aan mij had, en hij, te laf of te bang om het voor me op te nemen, mij meer en meer begon af te vallen, om het dan plotseling, meestal op het verkeerde moment, weer goed te willen maken door lelijke dingen over zijn nieuwe vrouw aan mij te vertellen: ‘in sommige dingen is ze zo stom als het achtereind van een varken,’ zei hij dan, om er aan toe te voegen dat ze wel geweldig met hem vree, veel lekkerder dan het met mijn moeder was geweest, wat vooral tot gevolg had dat ik hem op dat moment nóg minder respecteerde.
    ‘Ik heb eigenlijk een hele fijne jeugd gehad,’ zeg ik tegen S. ‘Schrijf maar op dat je vader hele lieve en zorgzame ouders had.' 

woensdag 22 oktober 2025

 


Misdaadcijfers

S. vertelt dat vrienden van hem in het kraakpand wonen waar Maccabi fans de Palestina vlag naar beneden probeerden te halen. ‘Die Maccabi fans waren vreselijk agressief, mijn vrienden waren doodsbang voor ze.’
    ‘Voetbal hooligans,’ zeg ik. ‘Welk kraakpand?’
    ‘Waar ook die vlag hangt met aan de ene kant Anne Frank en aan de andere kant dat meisje uit Gaza.’
    ‘Waar is dat dan?’
    ‘Op het Surinameplein, boven dat hotel waar jij me toen kwam ophalen bij die ketamine dealer, weet je nog?’
    Ik weet het nog. Waarom kan het nooit eens over iets gewoons gaan?
    ‘Die Maccabi fans begonnen bij aankomst op Schiphol al te brullen dat alle Palestijnen dood moesten.’
    ‘Zou goed kunnen,’ zeg ik. We eten wraps die L. voor ons heeft gemaakt. Ik ben blij dat hij eet. We komen al snel op etnisch profileren. ‘Je kunt niet ontkennen dat Marokkanen hoog scoren in de misdaadcijfers.’
    ‘Nee,’ zegt S., ‘maar denk je dan dat zij een gen hebben dat ze crimineel maakt?’
    ‘Dat lijkt me niet.’
    ‘Marokkanen hebben een veel grotere kans op schizofrenie,’ beweert S. ‘Dat komt omdat ze zich gediscrimineerd voelen. Daar worden ze paranoïde van en in combinatie met blowen kan dat tot schizofrenie leiden.’
    ‘Misschien wat minder blowen?’
    ‘Het zijn niet alleen Marokkanen die blowen, papa.’
    ‘Dat snap ik.’
    ‘Er wordt in Nederland echt enorm etnisch geprofileerd. Als ik met mijn Marokkaanse vrienden naar de Albert Heijn ga, kan ik rustig jatten wat ik wil, niemand kijkt naar mij om. Maar zij worden altijd gecontroleerd, terwijl ze helemaal niet stelen.’
    ‘Ik zou toch naar oppassen, S.’ zeg ik, ‘je hebt al problemen genoeg.’
    ‘Maar dat profileren op afkomst, dat deugt gewoon niet. Het gaat om waar je woont, de buurt waarin je opgroeit. Als je alleen naar de percentages Marokkanen in de gevangenis kijkt, krijg je een vertekend beeld. Van de niet Marokkanen, waaronder dus ook Nederlanders, uit dezelfde buurt zijn die percentages precies even hoog. In Amerika gebeurt hetzelfde met de zwarten, die zijn ook oververtegenwoordigd in de gevangenissen, maar dat komt door waar ze wonen. Echt niet omdat ze zwart zijn.’
    ‘Ik denk dat je gelijk hebt.’ Ik ben eigenlijk te moe en te grieperig voor dit gesprek, maar mijn kinderen willen het altijd over dit soort zaken hebben. Racisme, misogynie, zionisme. Ze gaan alledrie PvdA-Groen Links stemmen, want die scoort bij alledrie het hoogst op de kieswijzer. Maar ze zijn er klaarblijkelijk niet gerust op wat hun vader gaat stemmen.
    ‘En de cijfers worden ook vertekend door het etnisch profileren bij controles van de politie,’ gaat S. verder. Als je bijna alleen maar Marokkanen controleert, is het ook logisch dat die veel vaker gepakt worden.
    ‘Het gaat niet alleen om criminaliteit,’ zeg ik vermoeid. ‘Het is ook een cultuurprobleem. In islamitische landen denken ze heel anders over vrouwenrechten en democratie. Dat botst. En het lijkt me niet onredelijk om van degenen die het laatst zijn binnengekomen te vragen zich aan te passen aan de mores van hen die hier al woonden.’
    ‘Vrouwenrechten?’ zegt S. ‘En de S.G.P. dan? Die vindt dat vrouwen niet moeten werken, zijn tegen abortus. Dat zijn toch ook allemaal mannen die denken dat ze over de levens van vrouwen mogen beschikken?’
    ‘Geen fijne partij, inderdaad. Maar gelukkig ook een hele kleine partij.’
    ‘En de P.V.V. is toch volstrekt ondemocratisch? Die heeft maar één lid. Dat kan alleen in Nederland.’
    ‘Zou jij willen afwassen, S? Ik geloof dat ik weer op de bank ga liggen.’
    ‘Ja, papa.’