Een groot deel
van mijn leven wijdde ik aan het componeren en consumeren van ‘nieuwe muziek’,
ook wel modern klassieke muziek genoemd of - nog slechter - ernstige muziek. Er
ging een wereld voor me open van onvermoedde klanken en geluiden en er bleek
logica te schuilen in veel abstractere samenklanken dan ik ooit had gehoord.
Voor niet
‘ingewijden’ nauwelijks nog als zodanig herkenbare muziek kon mij hevig
ontroeren en een heel palet aan emoties oproepen.
Totdat Bibian
ongeneeslijk ziek werd. Van de ene dag op de andere bleek het componeren van
nieuwe muziek totaal irrelevant geworden. Stravinsky, Stockhausen of Scelsi
bijna obsceen om naar te luisteren.
Eerst kon ik
eigenlijk geen enkele muziek meer verdragen, was de afwezigheid van geluid al
oorverdovend genoeg. Dat was een schokkende ontdekking voor de componist en de
musicus in mij.
Ik herinnerde me
dat ook mijn vader, in de laatste fase van zijn uitgezaaide prostaatkanker geen
muziek meer kon verdragen. Hij begon muziek ‘de laagste van alle kunsten’ te noemen
en herriep zijn grote liefde voor de muziek van Parker, Davis en Adderley. Ik
begreep er niets van, maar er viel niet over te praten. Ook over de dodelijke
ernst van zijn ziekte viel trouwens niet te praten, hij kon zijn eigen
sterfelijkheid niet aanvaarden.
Waar ik wel naar
kon luisteren en gaandeweg een steeds grotere behoefte aan kreeg waren de
‘simpele’ drie-akkoorden liedjes van Johnny Cash, Gillian Welch of The Beatles.
Korte verhaaltjes over de grote menselijke thema’s: liefde, dood en eenzaamheid,
zonder veel pretentie verpakt in een sterke melodie uitgesmeerd over een paar
coupletten en een refrein.
Zo sloeg ik ook
weer aan het componeren. Bibian en ik gaven onze doodsangst vorm in simpele
liedjes, puttend uit dezelfde eeuwenoude traditie.
Over de muziek
op haar begrafenis was Bibian heel stellig. Geen overdadig georkestreerde
requiems of het langzame deel uit mijn onvolprezen vioolconcert of solo sonate:
liedjes. En er moest echt gezongen worden, niet uit de cd speler.
Van mij
verlangde ze een onberispelijke vertolking van ‘Wild Horses’ van The Rolling
Stones.
Wat de betekenis
is van het bovenstaande weet ik zelf ook niet. Het is zeker niet bedoeld als
een pleidooi tegen nieuwe muziek. Het heeft me in elk geval weer eens aan het
denken gezet over het belang en de waarde van wat al zolang ik mij kan
herinneren zo’n grote rol in mijn leven speelt: muziek.