donderdag 9 augustus 2012

Alleen

Na een kilometer of tien gerend te hebben door het vlakke en onaanzienlijke Vlaamse land trekt de ochtendnevel op en en begint het zonnetje voorzichtig te schijnen. Ik ben alleen met mijn gedachten, met enige moeite bijgehouden door mijn zwetende lichaam.
Hoewel ik erg aan mijn ‘privacy’ hecht, ben ik in mijn leven vrijwel nooit echt alleen geweest.
Toen mijn moeder stierf en ik net twintig was, vertrok mijn vader al na een paar weken om zich met zijn nieuwe vrouw in Bergen NH te vestigen. Ik moest het ouderlijk huis maar gaan delen met met mijn stiefzusje.
Na een brand hield ik het voor gezien en verhuisde naar een studentenflat waar ik mijn eerste grote vlam R. ontmoette. We gingen samenwonen en hielden het zeven jaar met elkaar uit. Toen zij genoeg van me had was ik ontroostbaar en stortte me al de volgende dag in de armen van een aantrekkelijke jonge helleveeg die gepassioneerd bij mij het servies en het meubilair kort en klein begon te slaan. Maar liever dat dan een nacht alleen, moet ik gedacht hebben.
Na een paar zware jaren lukte het me eindelijk haar definitief de deur uit te werken. Wel had ik inmiddels een nieuwe vlam achter de hand, waar ik ook meteen maar bij introk. Het werd een korte, hevige romance die dramatisch eindigde in een abortus provocatus. Op dat moment speelde ik al met Bibian in The Dead Motherfuckers...

Ook nu ben ik niet echt alleen. Bijna elke nacht wil wel één van de kinderen in ‘het grote bed’ komen slapen. Ik snap het wel, en vind het ook wel gezellig, maar ik merk dat – en voor het eerst van mijn leven – ik toch eigenlijk liever alleen slaap. Of in elk geval vóór ik in slaap val graag even alleen wil zijn.
Ook het grote bad hier in Meerle moet ik meestal delen met Lulu of Swip. Valentijn voelt zich inmiddels te groot om met zijn vader in bad te gaan. Als ik mij net wil gaan verdiepen in de nieuwste verzameling essays van de populaire Engelse filosoof Alain de Botton stapt Swip er met zijn zwarte voeten gezellig bij. Ik leg mijn boek weg en probeer me niet af te vragen of hij wel goed geveegd heeft vanmorgen.
Voor het eerst in mijn leven ontdek ik dat ik het eigenlijk best uithoud met mezelf en zelfs mijn verdriet koester. Ik ervaar het niet meer als bedreigend.
Misschien is dat ook wel wat mij in hardlopen altijd heeft aangetrokken: als je het goed wilt doen moet je de buitenwereld zoveel mogelijk buitensluiten. Ideaal dus voor diepe gedachten of het ontwikkelen en uitwerken van nieuwe plannen.

woensdag 8 augustus 2012

Muziek


Een groot deel van mijn leven wijdde ik aan het componeren en consumeren van ‘nieuwe muziek’, ook wel modern klassieke muziek genoemd of - nog slechter - ernstige muziek. Er ging een wereld voor me open van onvermoedde klanken en geluiden en er bleek logica te schuilen in veel abstractere samenklanken dan ik ooit had gehoord.
Voor niet ‘ingewijden’ nauwelijks nog als zodanig herkenbare muziek kon mij hevig ontroeren en een heel palet aan emoties oproepen.
Totdat Bibian ongeneeslijk ziek werd. Van de ene dag op de andere bleek het componeren van nieuwe muziek totaal irrelevant geworden. Stravinsky, Stockhausen of Scelsi bijna obsceen om naar te luisteren.
Eerst kon ik eigenlijk geen enkele muziek meer verdragen, was de afwezigheid van geluid al oorverdovend genoeg. Dat was een schokkende ontdekking voor de componist en de musicus in mij.
Ik herinnerde me dat ook mijn vader, in de laatste fase van zijn uitgezaaide prostaatkanker geen muziek meer kon verdragen. Hij begon muziek ‘de laagste van alle kunsten’ te noemen en herriep zijn grote liefde voor de muziek van Parker, Davis en Adderley. Ik begreep er niets van, maar er viel niet over te praten. Ook over de dodelijke ernst van zijn ziekte viel trouwens niet te praten, hij kon zijn eigen sterfelijkheid niet aanvaarden.
Waar ik wel naar kon luisteren en gaandeweg een steeds grotere behoefte aan kreeg waren de ‘simpele’ drie-akkoorden liedjes van Johnny Cash, Gillian Welch of The Beatles. Korte verhaaltjes over de grote menselijke thema’s: liefde, dood en eenzaamheid, zonder veel pretentie verpakt in een sterke melodie uitgesmeerd over een paar coupletten en een refrein.
Zo sloeg ik ook weer aan het componeren. Bibian en ik gaven onze doodsangst vorm in simpele liedjes, puttend uit dezelfde eeuwenoude traditie.
Over de muziek op haar begrafenis was Bibian heel stellig. Geen overdadig georkestreerde requiems of het langzame deel uit mijn onvolprezen vioolconcert of solo sonate: liedjes. En er moest echt gezongen worden, niet uit de cd speler.
Van mij verlangde ze een onberispelijke vertolking van ‘Wild Horses’ van The Rolling Stones.
Wat de betekenis is van het bovenstaande weet ik zelf ook niet. Het is zeker niet bedoeld als een pleidooi tegen nieuwe muziek. Het heeft me in elk geval weer eens aan het denken gezet over het belang en de waarde van wat al zolang ik mij kan herinneren zo’n grote rol in mijn leven speelt: muziek.

dinsdag 7 augustus 2012

Nalatenschap


Hoe pak je je leven weer op als je maatje er niet meer is. Wanneer ik muziek opzet: Bibian; als ik sta te koken: Bibian. Wanneer ik mijn laptop openklap om het maar eens op te schrijven en mijn browser ‘outdated’ blijkt en het me niet lukt de nieuwe versie aan de praat te krijgen: Bibian.
Ik zal moeten leren wat ik het allermoeilijkste vind: hulp vragen. In mijn eentje ga ik het niet redden. En met mij alleen is er voor de kinderen ook niets aan.
Ze moeten het huis nu delen met een verstrooide vijftiger met een milde vorm van Asperger die niet echt openstaat voor Minecraft en Dubstep, naar opera luistert, van Johnny Cash en The Beatles houdt, geen duidelijk beroep heeft (wat doet je vader? Nou… ehhh… hij schrijft geloof ik een opera… geeft les in iets vaags in Groningen of zo, en hij speelt wel eens ergens gitaar…) en die eigenlijk het gelukkigst was in zijn rol als ‘de man van’.
Onze levens waren zo verstrengeld geraakt. Ooit spraken we af elkaar wat meer ruimte te gunnen en ook eens los van elkaar dingen te ondernemen. In plaats daarvan zijn we nog veel meer dingen samen gaan doen maar leerden we elkaar meer ruimte te geven binnen alle plannen en projecten. Accepteren dat het niet zo belangrijk is of we iets linksom om rechtsom deden, als we er allebei maar plezier aan beleefden. Daarvoor heb je dan wel vertrouwen nodig. (het helpt natuurlijk ook als je een beetje van elkaar houdt)
Nu zal ik moeten leren op mezelf te vertrouwen en voor de kinderen een glorieuze dubbelrol te vervullen.
Ik heb ook nogal een nalatenschap te beheren (in immateriële zin, wel te verstaan), en misschien is dat ook wel een mooi vertrekpunt: eerst maar eens zorgen dat onze kinderen, onze liedjes, filmpjes en verhalen goed terecht komen en hun weg vinden in de wereld.

maandag 6 augustus 2012

Aan tafel

Nu Bibian dood is, is de gemiddelde leeftijd aanzienlijk gedaald in ons gezin. Van min of meer volwassen tot absoluut minderjarig. Ik ben met mijn twee-en-vijftig jaar in de minderheid maar vertegenwoordig wel het gezag in huis. Alle oude regels blijken plotseling weer ter discussie te staan. Alle afspraken niet meer te gelden. Ik snap het ook wel. Iedereen probeert zijn plekje te bevechten in de nieuwe gezinssamenstelling. Er is een schakel weggevallen in de hiërarchie. Mijn gezag is nog niet vanzelfsprekend. Daarbij is Valentijn voorzichtig begonnen met puberen en hebben Swip en Lulu van nature niets met autoriteit.
De tafelconversatie wordt gedomineerd door de kinderen en mijn rol bestaat er in de taal te kuisen (juffrouw zus en zo is géén zombie of kankerhoer), pertinente onzin tegen te spreken en af en toe wanhopig te roepen dat ‘we’ tijdens het eten niet over computerspelletjes praten.
Als ik eens iets vertel over de mooie 19e eeuwse streekroman die ik lees, of de avondvullende opera die ik aan het componeren ben, wordt er niet geluisterd, hooguit gevraagd op welke bladzijde ik ben (o, dan ben ik verder papa, ik ben in mijn boek al op bladzijde 73), dolkomisch een operazanger geïmiteerd of meteen overgeschakeld naar The Hunger Games. Misschien moet ik toch maar wat vaker een volwassene te eten vragen.
Ook het eten zelf moet opnieuw bevochten. Wat de kinderen willen is duidelijk: instant pizza, patat en pasta met alleen kaas, maar ik heb nu eenmaal andere ideeën over wat lekker is.
In mijn voordeel werkt dat ik vooralsnog de enige ben die kan koken en dat ik ook de boodschappen doe en de portemonnee beheer. Enthousiast koop ik op de Albert Cuyp markt een peperdure Franse - vrije uitloop - merkscharrelkip, vul hem met boter, wat schijfjes citroen, twee gekneusde knoflooktenen en een takje tijm, snij zelf de frieten van Nicola aardappelen en maak een zoete vinaigrette voor bij de sla van rauwe andijvie. De tafel dek ik na twee keer vergeefs roepen dan ook maar zelf met ons mooie, zelf bijelkaar gespaarde Wedgewood servies. Overmoedig steek ik gezellig twee kaarsjes aan. Muziekje op.
‘Ik hou niet van kip,’ zegt Lulu als ze aan tafel komt en schuift haar bord meteen weg. ‘Laatst vond je het heerlijk…’ probeer ik nog. ‘Ja papa, maar nu ben ik vegetariër.’ (nu als in vandaag) ‘Mag er andere muziek op?’ informeert Swip. ‘Zeker iets van jou?’ zucht Valentijn. ‘Nee, dit  is het vioolconcert van Brahms,’ antwoord ik beledigd. ‘En aan tafel draaien we geen Dubstep, ik beslis waar we naar luisteren.’
Verveeld wordt er wat in de kip geprikt, veel mayo en ketchup opgeschept, een glas water omgestoten over wat belastingformulieren en weduwnaarspensioenaanvragen en geïnformeerd wanneer we weer eens uit eten gaan. Ik ben inmiddels zo teleurgesteld en verdrietig dat ik wat er overblijft van de kip hup in de vuilnisbak schuif.
Gelukkig zijn er cornetto’s en perenijsjes toe.

zondag 5 augustus 2012

Ik schepte aarde

Ik schepte aarde op je kist;
je werd illusionist.
En ik, je trouwe assistent,
schreef alle kaarten voor je,
kondigde je aan:
komt dat zien! mag niet gemist!
dan en dan zal daar en daar
haar allerlaatste illusie laten varen:
- In een verzegelde kist
- Dood als een pier
- Diep onder de aarde
- Ten overstaan van allen
(applaus wordt gewaardeerd)         
Nu breekt het grote wachten aan
op de ontknoping van je list.

zaterdag 4 augustus 2012

Trouwring




In 1909 verloofde mijn opa Willy ten Holt zich met zijn eerste vrouw en grote liefde. Daarbij hoorden simpele gouden ringen met de verlovingsdatum aan de binnenkant gegraveerd.
Ze trouwden, kregen vier kinderen, maar het huwelijk zou niet lang duren; de Spaanse griep waarde door Europa en maakte mijn opa een jonge weduwnaar. Hij hertrouwde met een zuster van zijn eerste vrouw, verwekte bij haar nóg drie kinderen - waaronder mijn vader -  en verweet haar de rest van zijn leven dat ze niet in de schaduw kon staan van haar oudere zuster.
Toen ik geboren werd (in het ouderlijk huis van mijn vader, dat hij nooit verlaten heeft) was mijn oma volstrekt seniel en stokoud. Ik zie haar met een sigaretje in haar mond in de tuin zitten, en later in het bejaardentehuis beleefd conversatie maken met mijn vader die ze allang niet meer herkende.

Mijn vader ontmoette mijn moeder in de late jaren vijftig op een feestje bij hem thuis na een concert van Lionel Hampton in de Amsterdamse Apollohal. Een vriend zou wat leuke meisjes meebrengen waaronder mijn moeder.  Ze bleef slapen. Mijn vader begreep dat hij zo’n lief, mooi en bijzonder meisje niet moest laten gaan; mijn moeder gaf het de gelegenheid aan het verstikkende ouderlijk huis te ontsnappen. Toen ze besloten te trouwen hadden ze geen cent te besteden. De verlovingsringen van Willy en zijn eerste vrouw kwamen goed van pas en werden opgewaardeerd tot trouwringen.
Mijn ouders hadden een redelijk goed huwelijk. Mijn vader verdiende de kost als leraar engels maar mijn  moeder kwam ondanks veel talent tot niets. Grenzeloze onzekerheid, zelfhaat en gebrek aan discipline frustreerden elke ambitie. Op haar 37ste werd er bij haar borstkanker geconstateerd, waarna ze de resterende negen jaar van haar korte leven besteedde aan steeds radicalere alternatieve geneeswijzen.

Bibian en ik woonden al een tijdje samen toen we mijn ouders ringen in een potje op de schoorsteenmantel vonden. We hadden toch al vage trouwplannen, en het feit dat ze al zo lang in mijn familie waren en ook nog wonderwel pasten sprak ons wel aan.
Naast de oude verlovingsjaartallen lieten wij onze eigen trouwdatum graveren: 26 febr. 1998.
Wij hebben een fantastisch huwelijk gehad, maar wel veel te kort. Toen duidelijk werd dat Bibian de strijd tegen haar kanker ging verliezen moest ik beloven dat ik de ringen niet aan onze kinderen zou doorgeven, maar haar met haar ring zou begraven. Toen ze stierf droeg ze de ring inmiddels niet meer om haar vinger maar aan een kettinkje om haar nek.
Ondanks mijn belofte heb ik onze trouwringen eerst toch weer samen in een doosje opgeborgen. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen er afstand van te doen. Ik nam me voor ze bij het opbaren alsnog in Bibian haar kist te leggen, maar als een soort Bilbo Balings ‘vergat’ ik ze vervolgens mee te nemen.
Met enige moeite lukte het me het hele verhaal op te biechten aan vriendin K. die Bibians ring één dag voor de begrafenis alsnog naar het uitvaartcentrum is gaan brengen.
Mijn ring draag ik voorlopig zelf nog, maar Bibian heeft haar zin gekregen. 


vrijdag 3 augustus 2012

Pakken

Vandaag een wat mindere dag. Bezoek van vriendin I. die komt helpen met het opzeggen van abonnementen en girorekeningen, het invullen van formulieren en het uitzoeken van mijn te verwachten inkomsten de komende jaren. Erg deprimerend allemaal, maar het moet gebeuren.
Ik worstel me door eindeloze condoleancebetuigingen (veel vrouwen met dubbele achternamen die mij niets zeggen), en dito emails en facebook berichten.
Ondertussen ligt Bibian diep onder de grond van Sint Barbera in haar deken van liefde, voor eeuwig onbereikbaar, weg, dood.
Ik wil morgen in de loop van de dag met de kinderen in ons blauwe Mercedes Vito busje naar België rijden, om te zien hoe lang we het daar met elkaar kunnen uithouden. Er zijn uitnodigingen voor exotischer bestemmingen, maar ik weet het nog niet.
Het ‘pakken’ viel me zwaar. De kinderen bleven liever computeren en vonden kennelijk dat ik het best alleen kon. Ik probeerde me te concentreren, goed na te denken, niet alles tegelijk te doen. Vriend F. belde en suggereerde dat ik paspoorten voor de kinderen moest aanvragen als ik verder wilde reizen dan het Koninkrijk der Belgen. Dat schijnt verplicht te zijn. Dus één uur voor sluitingstijd met het hele gezin op de fiets naar het stadsdeelkantoor om foto’s te maken en nog meer formulieren in te vullen. ‘Heeft u wel toestemming meneer?’ ‘Pardon?’
Gelukkig had ik de overlijdensakte meegenomen.
Verder met pakken, wasjes draaien, poging tot Julia Child ommeletjes voor de kinderen die meteen met kaas en mayo in de weer gingen.
Nog altijd duiken er onderbroeken en shirts van Bibian op in de was. Plotseling stond ik met de shawl in mijn handen die ik heb gebruikt om Bibian haar kaak te sluiten toen ze net dood was. Weggooien?
Ik vecht tegen de neiging de eerste de beste vrouw die ik kan verzinnen op te bellen in de hoop dat ze bij me blijft en me komt redden van deze verpleterende eenzaamheid. Dat schijnt vooral een mannending te zijn. Vrouwen redden zich over het algemeen beter in hun eentje.
Onzin, ik red me best. Het gaat uitstekend zelfs.
Aan tafel val ik uit tegen arme Lulu als ze zegt dat ze maiskolven echt heel vies vindt. De tranen springen haar in de ogen. De rest van de maaltijd moeten we allemaal huilen en missen we Bibian om vele redenen. Eén voor allen, allen voor één!