dinsdag 16 februari 2021


 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 10)


woensdag 3 november, Lahav, Ursula

Lieve Kees,

ik lig op mijn bed, het is al kwart over tien, dat is voor jou niet laat, maar voor mij wel. Gisteravond heb ik nog even koffie gedronken bij de schomér (dat is een wachter). Hij nodigde me uit om vandaag naar platen te komen luisteren, dat heb ik gedaan met Klaas. Hij had The Beatles en een gitaar, en hij heeft me geleerd een Uzi, dat is een kort Israelisch geweer, te demonteren en weer in elkaar te zetten. Hij is vrij vermoeiend, wel heel aardig, maar ik vroeg hem vanmiddag om naar de konijntjes te komen kijken, omdat ik die los in mijn kamer had. Ze waren snoezig, ze vonden het heerlijk om uit die benauwde kooi te mogen, en Klaas vond het natuurlijk ook prachtig, hij (de schomér) is de hele middag gebleven. Hij speelde erg leuk met Klaas, dat was wel fijn, maar Klaas werd steeds wilder en het werd met de konijnen mee een beestenstal, en ik kon op het laatst niet meer van de moeheid, ook omdat het gesprek zo vermoeiend is in het Frans. Het gaat al beter, ik leer echt goed Engels en Frans, en misschien leer ik toch nog van iemand Iwriet.
    Gisteravond deed hij me een plant en een tros rozen cadeau, verder doet hij allerlei aanbiedingen, als ik iets nodig heb, kan ik het van hem krijgen. Ik vind het erg aardig maar ik wil eigenlijk liever niets. Ik heb hem verteld hoe oud ik ben, hij is drieëntwintig (bijna) maar nu zegt hij steeds dat hij liever met oudere mensen omgaat, en dat hij zoveel vriendinnen heeft van dertig of ouder. Vanavond heb ik weer even koffie bij hem gedronken. Ik laat Klaas echt niet langer dan tien minuten alleen hoor, en trouwens, ik doe het helemaal niet meer, ik wil op tijd naar bed en ik wil rust. Ik zie echt niets in hem, dat snap je ook wel. Hij is echt heel jong, al vindt hij zelf van niet.
    Het enige wat wel leuk is, is dat er iemand is die het echt leuk vindt als ik kom, en mij niet alleen maar ontvangt omdat ik geholpen moet. Maar het moeilijke is dat hij zich rot verveeld de hele dag, want hij werkt niet overdag, dus hij is blij dat er nog iemand is die thuis is.
    Maar morgen ga ik de hele dag weg met Klaas, naar school en wandelen. Wat ook wel opwindend is, het ’s nachts lopen door de kibboets met iemand met een geweer, die echt steeds kijkt of er een Arabier of zoiets is. Het schijnt dat het prikkeldraad om de kibboets ’s nachts onder stroom staat. Hij mag trouwens helemaal niet met mij praten of koffie drinken of op de stoep zitten, hij moet alleen zijn. Hij is geen chaweer (ingezetene van Lahav, KtH), hij werkt voor geld, daar schijnt men hier niet van te houden, daarom heeft hij geen vrienden zeker. Hij gaat ook weer terug naar Frankrijk.
    Op het moment staat hij geloof ik te wachten of ik naar buiten kom,  maar ik wil eigenlijk dolgraag naar bed. Ik zal even gaan zeggen dat ik naar bed ga.

8.00 uur ’s morgens

Klaasje slaapt nog. Het stormt buiten. Ik zie op het moment tegen alles op. Klaas is erg moeilijk, hij is ontzettend in de contramine, het is erg ontmoedigend, in mijn hele leven zal ik nooit rust krijgen, hoezeer ik er ook naar verlang. Ik wil naar huis en zie tegelijkertijd dat er dan ook moeilijkheden zijn. Ik zit in het slop, ik ben moedeloos, boven dien stoort die “wacht” me ook erg. Ik wil regelmaat en vroeg naar bed, mijn dag is hier al zó vermoeiend. Het is een grote klap voor me dat Klaas zo helemaal totaal niet meegeeft, dat hij zo agressief tegen me is. Ik heb het gevoel dat er iets onherstelbaar gebeurt en ik machteloos ben.
    Ik breng het uiterste aan zelfbeheersing op, maar het helpt niet, hij is zo ontzettend onwillig, het is onvoorstelbaar. Niets maar dan ook niets wat ik vraag wordt zonder eindeloos protest gedaan. Ik kan ook niet meer vrolijk zijn, ik schijn het leven niet te pakken te kunnen krijgen. Hoe ik het ook probeer, wat ik ook doe. Ik zou mijn gezin weer bij elkaar willen hebben, maar hoe?
    Tien ik gisteravond nog even naar buiten ging, was ik heus niet direct weer binnen. Charlie praatte op me in, dat ik een vriend moest zoeken, dat het niet te doen was voor een vrouw alleen, dat als een andere man lief voor Klaas was, dat hij dan zijn vader zou vergeten, enz. Ik zei dat ik helemaal niet wilde dat Klaas zijn vader vergat en dat ik geen haast had met een vriend. Toen ben ik naar binnen gegaan.
    Vanmorgen heeft Klaas tot kwart over acht geslapen, alles ging natuurlijk weer mis. Ik zit hier in die verdomde school en kan mijn tranen maar nauwelijks bedwingen, alles ging onder protest.
    Gisteravond haalde Charlie uit een kamer waar net iemand was weggegaan, twee vliegtuigen van karton van zo’n bouwkaart, weet je wel? en hij gaf ze aan Klaas. Maar ik vind zoiets vreselijk vervelend, ik wil niet dat Klaas ze mee naar buiten neemt, want straks denkt iemand dat ik in die kamer ben gaan rondsnuffelen.
    Ik probeerde het Klaas uit te leggen, maar hij weigert het te begrijpen. Alles wordt aangegrepen om te laten zien hoe een rotmoeder ik ben, en hij wilde nier naar school of die vliegtuigen moesten mee. De weg van huis naar school was eindeloos, met weer omdraaien en dan toch weer gaan, en nu zijn we er dan. Ik moet er natuurlijk weer bijblijven. Ik ben er ziek van. Ik vind mijn leven op het moment net een nachtmerrie en dat komt door de moeilijkheden met Klaas. Ik begrijp niet waar ik het allemaal aan verdiend heb, ik heb altijd mijn best gedaan, maar het schijnt niet te kunnen voor mij. Zoals ik je al zei, een rustig, vredig leven is niet mijn deel. Van Klaas begrijp ik niets meer, nu is hij wel weer lief, maar ik kan niet meer vrolijk zijn, ik kan alleen nog maar huilen. Ging hij maar naar die verdomde school.
    Ik wil rust. Ik zit hier maar bij die kinderen, ik wil weg, ik wil naar huis. Ik wil op mijn bed liggen en slapen en alles vergeten. Ze zijn aan het zingen op ontzettend moeilijke wijsjes, niet na te zingen, en het is volgens mij nog vals ook.
    Vanmiddag komt Charlie mij natuurlijk storen, het kan niet meer, ik wil rustig met Klaas spelen en hem leren lezen, en brieven schrijven of lezen. Ik wil alleen maar rust. Ik ben van alles ziek en moe, ik kots van het leven. Ik heb het gevoel dat ik ook geen veerkracht meer heb. Als Klaas maar naar school wilde, als hij maar wat liever was, niet zo bij alles tegenstribbelde. Enfin, ik zie het wel weer. Vrolijk ben ik niet, misschien weet jij er iets op?
Je Ursula.

Ik geloof ook wel dat het allemaal aan mij ligt, maar ik weet niet hoe ik mezelf moet veranderen. Het is dubbel moeilijk als je niet meer opgewekt kunt zijn.

    


 

maandag 15 februari 2021


 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 9)

Lahav, zondag 2 november 1965, Ursula

lieve Kees,
deze brief wordt een ernstige, nou ja, ik ben eigenlijk altijd ernstig, vanmiddag ging ik om ongeveer kwart over drie met Klaas naar het kinderhuis, d.w.z. hij wilde er niet naar toe, ik ging dus in de speeltuin zitten. Ik had bij het middageten Edna die in de eetzaal werkt aangeschoten om te vragen hoe laat de kinderen weer op waren, zij zei toen ietwat gejaagd dat zij er niet was (ik had nl. gezegd dat ik van plan was te komen) ik was van plan geweest om Klaasje iets bij de kinderen te laten eten, maar hij wilde ook niet en ik had er eigenlijk ook geen zin meer in, dus wij gingen samen thuis iets eten en thee drinken, we hadden ook iets te eten voor ons egeltje meegenomen. Later gingen wij weer naar de speeltuin, Klaas speelde met de kinderen en ging ook alleen ijs halen. Enfin, ineens waren weer alle kinderen weg, dus ik zei tegen Klaasje ‘Klaas ga mee, want we gaan het egeltje vrijlaten,’ maar toen kwam Nomi er net aan met Galia (dochter) en kleine Michal (vriendin van Galia) en Jael (ook een klein meisje) om naar de egel te kijken, iedereen ging dus mee, ik plukte de egel met veel moeite en medelijden uit de kachel en hij begon zich eerst in elkaar te krullen, hij zag er uit als een kleine baby, hij stonk geweldig, ik had hem in een handdoek gewikkeld, hij liep ook nog een beetje rond en ging toen in een doos liggen slapen. (slapen egels zoveel?) Enfin, de kinderen gingen allemaal tekenen, behalve Jaïl, die ging naar huis, en Nomi en ik zaten te praten over alles en nog wat, heel gezellig, tenslotte vertelde ik haar over de 600 gulden, misschien weet zij er iets op, en ik begon over Klaas en alle moeilijkheden.
    Zij reageerde ontzettend fel, was het helemaal met mij eens, zij vond ook dat Michal helemaal verkeerd deed met steeds maar te wachten enz. Tenslotte kwam Motke (de man van Nomi, KtH) ook en zij sprak heel fel tegen hem. Hij reageerde heel kalm, hij luisterde ondertussen naar al Klaas zijn verhalen, die vertelde hem met de plaatjes erbij de hele Winnie de Poeh.
    Nomi zei ook dat zij vond dat Klaas echt behoefte had om met kinderen te spelen, dat hij open was en intelligent en dat hij veel meer wist, voor zover zij kon beoordelen dan de kinderen van zijn leeftijd. Zij zei ook namelijk, en daardoor kwam dit hele gesprek op gang, toen Klaas tekeningen maakte en allerlei grapjes: ‘het is zo jammer dat niemand hem verstaat, dat niemand weet wat er allemaal in hem zit.’ En dat is ook zo, ik heb er buikpijn van. Er zijn meer mensen die vinden dat Klaas gewoon bij de kinderen moet, bv. de vrouw Shlomiet, (Schlomiet Ilan, KtH) die drie jaar met haar twee kinderen in Engeland heeft gewoond. Haar oudste was zes en ging in Engeland meteen op school.
    Zij zegt, en ik ben het er helemaal mee eens, ‘hij moet gewoon naar school.’
    Hij wil nu al niet eens meer naar het kinderhuis, hoe langer het duurt hoe minder hij wil. Hij voelt dat hij er op de een of andere manier niet welkom is. Als er nu niet heel gauw iets verandert, kom ik terug hoe dan ook. Hij wil naar Amsterdam, spreekt over de kinderen daar, en het had allang heel anders kunnen zijn want hij vindt het hier heel fijn. Hij zegt ook vaak dat hij hier wel wil wonen. Ik sprak vanavond nog met Michal en zij zei dat Eri gisteravond nog de hele avond met Edna had gesproken.
    Er zijn nog meer moeilijkheden, misschien helemaal niet erg, het zal hier wel een algemeen probleem zijn, dat is de Jordaanse grens, de wachten, het prikkeldraad, de straaljagers die langs de grens overvliegen. Nu net hoorde ik Klaas er iets over zeggen in zijn slaap. Hij stelt er eindeloze vragen over; het is niet leuk, maar ja, er is overal oorlog.
    Ik stel hem wel gerust, misschien moet het wennen. Kun je me raad geven? Het is allemaal heel moeilijk, dat begrijp je zeker wel. Hij vraagt er bij voorkeur naar als hij ’s avonds in bed ligt. Ik ben een heel verkeerd soort moeder, geloof ik. Hij denkt ook erg veel na, heel intelligent denkt hij, hij begrijpt veel te veel, hij laat zich niet met een kluitje in het riet sturen.
    Het egeltje is er nog, het heeft water gedronken, ik houd het nog even, want Klaas vindt het zo lief, hij wil het graag houden. Ik zal proberen of het iets wil eten, dan moet het nog maar wat blijven. Ik ben heel bedrukt, misschien moet ik hem nog wat tijd gunnen. Als hij maar een vriendje had. Ik weet niet wat ik moet doen.
    Ik doe zo opgewekt mogelijk, hoor. Klaas is ook heel opgewekt, maar soms als hij weg wil, dan word ik moedeloos. Ik wil hem alleen maar gelukkig zien, misschien ben ik te zwaar op de hand. Morgen zal ik proberen heel luchtig te doen over alles. Het ligt allemaal aan mij, ik ben zelf bang en vreemd, daar komt het door.


dinsdag 3 november

Vanmorgen heb ik na het ontbijt Klaas naar school gebracht en ben zelf weggegaan, hij vond het geloof ik wel een beetje eng, maar niet onredelijk. Ik ging ondertussen mijn huis netjes maken. Na een uur, toen ik hem wilde gaan halen, kwam Ita, dat is iemand uit het kinderhuis, hem weer terugbrengen. Hij wilde naar huis. Morgen doe ik het weer.
    Ik heb hem verder vandaag ook niet meer lastig gevallen met het kinderhuis, ik ga alleen om vier uur of zo met hem naar de speeltuin. Hij moet hier weer helemaal opnieuw leren dat sommige dingen die niet prettig zijn toch moeten, bv. melk drinken, tanden poetsen, wassen, slapen (’s middags) en naar school. Ik houd er de hand aan, dus aan de melk en de hele troep. Ik verslap niet. ’s Middags wil hij nooit naar bed, maar hij moet, anders is hij heus niet uitgeslapen, hij moet in ieder geval in bed. De rust alleen al doet hem goed, en mij ook.
    We hebben je brief aan Klaas gekregen. Ik heb hem wel twee keer voorgelezen, en hem boven zijn bed geplakt. Ik denk veel aan je, dat zie je wel, ik schrijf je iedere dag. Jammer dat je alle brieven zo door elkaar zult ontvangen, want dit zal wel geen luchtpostbrief zijn. Ik vind het zo leuk dat je tekeningen hebt gemaakt, ik vind ze echt mooi.
    Het egeltje heb ik de vrijheid hergeven, het krabde vannacht alsmaar aan de deur. Ik vond het echt naar voor Klaas, maar hij was er niet al te bedroefd over. Ik heb vandaag twee hele mooie tekeningen verstuurd en een brief met verhaaltjes erin. Heel leuk. Zul je mij ook alles schrijven wat je doet, wie je ziet, enzovoorts? Ik probeer op de achterkant van dit velletje een tekening van de kibboets te maken.
    Hij is niet gelukt, ik houd op met schrijven want Klaas gaat niet slapen. Dag liefje, sterkte, moed, inzicht. Alle goeds en liefs.
Ursula.


 

zaterdag 13 februari 2021

 


 

 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 8)
 

 

Amsterdam, 1 november 1965, Musaph (Prof.dr. H. Musaph (1915 - 1992)
Bijzonder hoogleraar medische sexuologie, behandelend psychiater van Ursula, KtH))

Sjalom Ursula hekara,

Uw brief heb ik met veel belangstelling gelezen. Ik begrijp best dat het niet gemakkelijk is om in de eerste weken geen heimwee te hebben. Maar het allereerste dat u moet bedenken is dat men niet de resultaten en de konsekwenties van een dergelijke grote verandering als een alija kan beoordelen na zo een korte tijd.
U kunt niet nu capituleren voor gevoelens die bij een overgangsperiode behoren.
Natuurlijk is het leven in Lahav heel wat anders dan in de Heinzestraat, in Amsterdam.
Ik vond het heerlijk om te lezen dat de mensen zo hartelijk voor u zijn. U had het heel wat naarder kunnen treffen. En Klaasje moet natuurlijk ook wennen. Hij zal eerder en gemakkelijker zich aanpassen aan de nieuwe situatie dan u. U kunt nog wat van hem leren, denk ik. Geef hem een eerlijke kans en versjteer hem niet. Trouwens dat geldt ook voor u. Het is in een woord mesjoggaas om je nou al kopzorg te maken over een eventueel huwelijk. Als het zo ver is dan is daar heus wel een mouw aan te passen. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Nu heeft u de taak, van mijn part de opdracht, om van de huidige situatie te maken wat ervan te maken valt. Ik hoorde dat Lahav een reuze goede kibboets is. U had het dus heel wat beroerder kunnen treffen. Hou nou zo gauw mogelijk met het gelamenteer op. In Amsterdam zou u het op dezelfde manier doen, maar nu ver al die mensen, die u niet begrijpen of die te weinig met uw eerlijke overtuiging rekening houden.
Dat u de meeste gewone Ivrithwoorden niet kent, is een gewoon verschijnsel. Dat heeft elke nieuwe olé. En dat heb ik ook gehad met mijn Engels, toen ik voor het eerst in Engeland was.
Het weer is hier bar en boos. De storm raast langs het huis.
Wij hebben heimwee naar Israel. Such is life.

H. Musaph
 



 

 

Lahav, zondag 1 november 1965, Ursula

Lieve Kees,

ik zit hier vredig met Klaasje op onze kamer met de deur naar buiten open, zodat wij een uitzicht hebben op een zonovergoten landschap. Wij hebben vanmorgen weer een eind buiten de kibboets gewandeld, nu de andere kant op. Een weg is er niet, er is alleen een serie autosporen die de weg door de heuvels aangeeft, alles is bruin, er groeit helemaal niets. Wat bruin is, zijn omgeploegde akkers, en waar niet geploegd is, is de grond wit en kaal, je kunt eindeloos ver kijken over de heuvels tot ze in de dampige ochtendlucht verdwijnen. Terugkijkend naar Lahav zien we kale, witte loodsen en er boven uitstekend de witte graansilo, en daarachter groen.
    In dit landschap is geen mens te zien, geen voertuig en geen dorp. Na een uur komt er een traktor voorbij die even blijft staan om te groeten, en dan even later twee jeeps met soldaten. Ik had eigenlijk best mee willen gaan die eindeloze verten in. Op de terugweg riep iemand ‘shalom’, het was een Bedouinen herdersjongen die graag wat lucifers wilde hebben. Stom toevallig had ik ze bij mij. Ik gaf ze hem. Hij was heel mooi, donker, een jaar of 15. Wat zou zo’n jongen de hele dag in z’n eentje in die lege stilte doen?
    Ik moet je nog wat vertellen. Gister kwam Michal mij in mijn huisje opzoeken, zij ging zitten en begon een heel verhaal over een vrouw die in Lahav had gewoond met een kind, en dat was allemaal heel moeilijk geweest, het kind was moeilijk geweest en de moeder ook. De juffrouw van de school had zich tot het uiterste ingespannen voor het kind en nu een maand geleden was de vrouw met kind plus nog een chaweer (vriend, ingezetene, KtH) van Lahav de kibboets uitgegaan, enfin, de juf was er nog helemaal kapot van en kon voorlopig geen ander probleem aan. Die moeder was ook gescheiden geweest, en ik weet niet wat er allemaal meer aan de hand was. Vervolgens had ze nóg zo’n verhaal.
    Ik begon te denken dat ze me weg wilde sturen, want ze had ook al gezegd dat ze dacht dat het met Klaas ook geen eenvoudige zaak zou zijn. Maar toen zei ze dat ze allerlei besprokenhad over Klaas met de leiding van de kibboets en met de schooljuffrouw! En toen bleek ook dat de juffrouw die in het kinderhuis op het ogenblik de leiding heeft en die tot mijn grote teleurstelling niets toeschietelijk was, wel heel vriendelijk, maar zonder enige extra aandacht voor Klaas, deze juffrouw was niet de echte juf. Michal vond haar helemaal niet aardig, maar de juf die op vakantie is, komt volgende week terug en die schijnt reuze aardig te zijn. Maar dit was niet alles, Er komt een bespreking en Michal plus juf willen voorstellen een meisje speciaal voor Klaas te laten komen om de hele dag met hem samen te zijn, met hem te spelen, naar mij toe te komen, hem Iwriet te leren, enz., dan heb ik hem ’s middags en dan kan ik ook aan het werk gaan en ben ik ’s avonds wat vrijer. Dit duurt nog wel een paar weken, ze hebben blijkbaar voor alles de tijd.
    Ik moest ook maar zolang de echte juf er niet was niet te veel met Klaas in het kindertehuis komen. Ik ga dus wel iedere dag met hem naar de speeltuin of bij Michal op bezoek ’s avonds voor het eten, en verder ben ik samen met hem. Het is ook wel erg vermoeiend om de hele dag met Klaas op te trekken, ik heb geen seconde voor mezelf, hij praat voortdurend tegen me, ik moet luisteren, kijken, wilde spelletjes doen, ’s avonds kan ik niet aan tafel gaan zitten, eerst moet ik het zo donker mogelijk maken dat hij gaat slapen en dan ga ik op bed, vlakbij mijn lampje liggen lezen. Dat houd ik niet lang vol, want ik word misselijk in deze houding. Dus ik lees nooit, ik schrijf wel brieven. Klaas wil ook nooit alleen ergens spelen, bv in de speeltuin. Ik zit erbij, zoals nu, ik zit op een bankje in de schaduw en hij zit in een oude tankauto die hier nog uit de oorlog staat. Hij staat naast me en zegt ‘kun jij aan pappie schrijven dat ik erg lief ben?’ Nou hij is ook erg lief. Hij wil dat jij hem een tweewiel fiets stuurt, ik moest het schrijven en doe het hierbij.
    Op het ogenblik loopt hij samen met “Moekie”, een klein, heel speels zwart hondje met fladderen en haren en staart over het gras. Als Moekie ons ziet, rent hij meteen naar ons toe om te spelen. Ik ben helemaal van mij apropos afgedwaald, ik wilde je zeggen, ‘“Klaas” is niet mijn probleem, zij beschouwen het als “hun” zaak dat hij gelukkig is. Zij vinden het ook belangrijk hoe ik mij voel, Michal kwam dat ook vragen. Je begrijpt dat dit alles een pak van mijn hart was. Niettegenstaande dit alles heb ik toch heimwee, ik droom ook dat ik weer thuis ben. Ik heb ook nog steeds geen post van je gekregen en ook het N.I.W. (Nieuw Israëlitisch Weekblad, KtH) kwam niet opdagen.
    Michal is zo lief mij de Jeruzalem Post te geven. Ik heb echt behoefte aan een krant, omdat ik mij op een boek toch niet kan concentreren. Klaas en ik hebben de hele middag woordjes geschreven, hij kreeg er niet genoeg van. ’s Avonds voor het eten wilde hij nog weer Iwriet letters leren, ik heb nog nooit zo’n leergierig kind gezien. Hij is gelukkig heel blij en opgewekt, hij lacht en springt in het rond, maar met de kinderen bemoeit hij zich niet erg. Op Eri is hij dol, die is ook erg lief tegen hem. Ik wou dat ik iets van je hoorde, want ik wil graag weten hoe het je gaat. Ik denk steeds aan je, op het ogenblik ben ik vast van plan om weer naar huis te gaan, toch geloof ik nog steeds dat het goed is dat ik wegging om te kunnen overzien.
Ursula.

Voor ik het vergeet wil ik je iets vragen. Kun jij aan een boekje komen waarin schrijfletters (schoolboekje) staan, zodat ik hem echt kan leren schrijven, en bv ook aan een heel makkelijk leesboekje, en kun je nog wat kinderboeken sturen die ik hem kan voorlezen, ik lees hem wel de hele dag voor. O ja, en kun je een schrift sturen met van die schrijflijntjes voor kinderen want hij is reuze leergierig, hij wil het echt graag. En nog meer, stuur hem een goed dik schetsboek, hij tekent heel veel, het is bijna op. En alweer nog iets, een paar leesboeken, Alice in wonderland, Pinokkio of zoiets, ik lees me een ongeluk, zo meteen hebben we alles uit.
    Een kusje van Klaas, hij tekent van alles voor je.
Ursula.

 


 

 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 7)


 

Amsterdam, zondag 1 november 1965, Kees

Lieve Ursula,

Godverdomme, hoe komt het dat je mijn brieven niet krijgt? Ik heb je nu vier brieven geschreven, en vandaag hoor ik van je dat je nog geen enkel bericht van me ontvangen hebt. Ik heb Micha opgebeld om te vragen of het mogelijk is dat ze op de kibbutz post achterhouden, om wat voor verknipte reden dan ook. Hij zei me dat dit onmogelijk was, en dat er waarschijnlijk een staking bij de posterijen was.
    Ik lees al je brieven zoals ik wijn drink of eet wanneer ik honger heb. Ik heb nu vier brieven van jou en twee van Klaas + een paar tekeningen, en het deed me pijn toen ik hoorde dat jullie nog niets van mij gehoord hadden. Ik dacht even dat misschien de kibbutz mijn brieven achterhield om geen heimwee bij je te kweken, daarom zet ik de naam van Jan Fontijn achterop, om te zien of je deze brief wél krijgt.
    Liefje, ik houd van jou en van Klaas en denk voortdurend aan jullie. Waarom krijg je mijn brieven niet? Natuurlijk denk ik aan je. Ik schrijf je morgen weer.
Omhelsd, Kees.
Kus Klaas.


Amsterdam, november 3rd, Kees

Dear Mr. Doron

I have received several letters from Ursula and Klaas, but they do not get my letters. I have written four letters by now, and this morning Ursula wrote me that she had not yet heard anything from me. You and Ursula have frequently corresponded, before she left Holland. I have the right address, and I just don’t understand what happens to my letters.
Could you please let me know what I must do? There are many things I want to know from her, about herself and about Klaas, and I want to send her a few things. But it is no use if my mail doesn’t reach her. Is it possible that you, to make it easier for her to adept herself to her new circumstances, think it better to keep my letters apart for some time? I hope you won’t be angry with me, but I really couldn’t think of another reason for her not getting my letters. The distance is so great that I feel quite powerless. My only means of communication with her and Klaas is by letter. Will you please let me know something? If you think it better that I don’t correspond with her too frequently for the time being, I an quite willing to cooperate, but at least I want to let het know that I am alive. I hope you understand my anxiety.

Yours sincerely,
Kees ten Holt




    




 

 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 6)


 

Lahav, 25 oktober 1965, Ursula

Lieve Kees,

vind je niet dat ik trouw schrijf? Ik heb ook echt behoefte om je alles te vertellen, er gebeurt hier iedere dag zo ontzettend veel. Gisteravond ben ik pas om half twaalf gaan slapen omdat ik een brief aan jou schreef. Ik ben vanmorgen toch om zes uur opgestaan, heb mijn huis schoongemaakt, mijzelf in een (of liever: mét een) emmer gewassen; ik was mezelf toch liever privé. Tegen zevenen ben ik met Klaas naar het kinderhuis gegaan. Het ging helemaal niet, hij wilde voortdurend op mijn schoot en toen wilde hij weg. Ik ben met hem naar de eetzaal gegaan, want hij wilde ook niet met de kinderen eten.
    In de eetzaal at hij alleen een ei (hij wil ook nooit naast andere mensen zitten) en tot mijn wanhoop verder niets. Hij schopte en sloeg mij, ik stond zowat te janken. Ik ging maar met hem naar huis en barstte daar in tranen uit. Ik voelde me wanhopig en wilde weg. Het regende ook nog; alles hielp mee om de stemming tot nul te brengen. Maar Klaas begon me allerliefst te troosten, en toen las ik hem een boek voor (van een eekhoorn en een neushoorntje), wie het hem gegeven heeft, weet ik niet, maar het is een reuze succes. We lezen het helemaal door, we doen er een kwartier over. Hij wil het steeds opnieuw lezen, de titel leest hij zelf. Ik wil proberen met hem te blijven leren lezen, Hollands en ook Iwriet letters, héél voorzichtig, zodat hij het leuk blijft vinden. Ik kan het op mijn gemak doen, omdat de kinderen hier van zijn leeftijd nog niet lezen, maar alleen spelen, bv. thuis Hollands en op school Iwriet, want de kast met letters is in het kinderhuis. Misschien kan ik zelf letters knippen zodat hij er woordjes van kan leggen.
    Nadat wij een poosje thuis gezeten hadden, ben ik met hem door de kibboets gewandeld en toen weer naar het kinderhuis gegaan. Ik weet nu van wie wij Iwriet moeten leren: van de kinderen. Er stond een mandje met uitgeknipte prentjes, ik nam er telkens een plaatje uit en de kinderen zeiden wat het was. Vervolgens maakte Klaas een erg mooie tekening voor jou (morgen stuur ik hem), en at hij keurig met de andere kinderen mee. Hij wilde wel blijven spelen zodat ik alleen kon gaan eten. Dit was de eerste keer dat hij alleen, zonder mij, wilde blijven. Toen ik terugkwam had hij samen met een ander kind een prachtig groot huis gebouwd en wilde hij eerst niet eens mee. Maar de kinderen gingen slapen en dus nam ik hem mee en legde hem in bed. Ik ging zelf ook slapen. Later heeft hij nog in de speeltuin gespeeld en daarna hebben we tot zeven uur samen thuis gezeten. Klaas heeft allerliefst gespeeld, een auto gebouwd van kleden, kussens en krukjes en met zijn trein en autootjes en de stenen als rotsen gespeeld. Ik heb hem voorgelezen uit Winnie de Poeh en om zeven uur heeft hij eerst met de kinderen gegeten en toen samen met mij nog een boterham met ei en tomaat en thee in de eetzaal.
    ’s Avonds is hij echt bang omdat er een man met een zaklantaarn en een geweer rondloopt, een nachtwacht; ik leg het hem steeds uit. Ik hoop maar dat hij zijn angst gauw kwijtraakt. Nu is het ook zo, dat de andere kinderen om zeven uur binnen zijn, en als zij al in het donker naar het kinderhuis gaan, dit toch meer in het bewoonde deel van de kibboets is. Wij moeten echt naar een heel donker, afgelegen gedeelte toe. Ik doe het ’s avonds zo, dat ik ook niet meer naar de W.C. hoef als Klaas in bed ligt, want hij vindt het eng als ik weg ben. Ik heb een emmertje, het moet voorlopig maar zo.
    Er zijn hier veel muizen, één heel brutale komt gewoon de kamer in, heel vervelend, hij heeft ook een half pakje cigaretten uit elkaar geplukt. Hij komt binnen door een kier van de deur, en als ik dan ‘ksssst’ roep, gaat hij gauw weer weg.
    Ik heb nog niets geen brief van je gekregen, ik zou het wel prettig vinden om iets te horen, je moet airmail schrijven, dat gaat vrij vlug. Het N.I.W. (Nieuw Israëlitisch Weekblad, KtH) heb ik ook niet gekregen, ik kijk iedere dag of er post is. Ik ga nu slapen, morgen schrijf ik nog wat.

Ik weet niet welke dag het is, ik geloof dinsdag. Ik heb te kampen met heimwee. Vannacht droomde ik dat ik weer naar huis was gegaan, misschien doe ik het wel als Klaas zich niet bij de kinderen aansluit; het maakt me erg ongelukkig. Hij weet zelf niet wat hij wil, dan wél met ze eten, dan niet, dan wél met ze spelen, dan niet, enfin, misschien ben ik te voorbarig.
    Vandaag zijn we de weg buiten Lahav een heel eind afgelopen, het is nu weer heel mooi weer. We zagen de raarste beestjes, een grote zwarte tor (echt héél groot), rare vliegen, een enorme duizendpoot, hagedissen, nog een gekke tor. De omgeving is heel woest en kaal, overal witte rotsblokken (kleine), als je op een heuvel klimt, zie je de weg tussen de heuvels slingeren; niemand te zien.
    Hoe gaat het toch met jou, of ben je me al vergeten? Ik hoor niets, er is helemaal geen post voor mij, op het moment heb ik alleen maar zin om naar huis te gaan. Klaas zit gelukkig vrolijk te tekenen. Ik ben in de grootste verwarring, ik heb het gevoel dat ik “mijn tijd uitzit”. Ik kom tot niets overdag, ten eerste omdat ik steeds met Klaas ben, en ook omdat ik moet wennen aan alles. Er zijn een paar vaste punten, dat is om half zeven eten, tussenin koffiedrinken met Klaas, dat vindt hij ontzettend gezellig, hoewel hij geen koffie drinkt, maar alleen een koekje en wat snoep eet. Dan om half twaalf warm eten, dan slapen, dan rommelen tot zeven uur, dan met Klaas in het kinderhuis eten, dan met Klaas in de eetzaal eten, dan Klaas in bed leggen, dan opruimen, mezelf afkrabben en in bed lezen met koffie en een cigaret. Toch lees ik ongeveer niets; ik ben ’s avonds te moe, en overdag heb ik geen rust. Nou, ik zal wel wennen liefje, kusje van Klaas, hij heeft net weer een mooie tekening gemaakt. Ik schrijf je gauw weer.
Veel liefs van Ursula en Klaasje.

 

 



In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 5)

 
Amsterdam, 25 oktober 1965, Kees

Liefje,

het is nu maandagmiddag een uur, ik kom net terug uit Aalsmeer en vond jullie brieven. Ik ben ontzettend blij wat te horen. Ik was al aan een brief begonnen, maar wist niet goed wat ik schrijven moest voordat ik wat van jullie had gehoord. Vanaf het moment dat ik jullie in het vliegtuig zag stappen heb ik in een soort droomtoestand geleefd. Ik reageer normaal op de dingen die gebeuren, maar meer automatisch dan dat werkelijk tot me doordringt wat er gebeurt. Alles is zo onwezenlijk en stil.
    Ik kon jullie niet zien zitten in het vliegtuig, en wuifde maar wat naar de achtenvijftig raampjes die ik geteld had. Ik heb jullie nagekeken tot het vliegtuig een speldenknopje was geworden en ik alleen nog maar een vaag gerommel hoorde.
    Michel Lachman was ook naar Schiphol gekomen. Hij heeft me in z’n auto thuis gebracht. ’s Avonds heb ik gegeten bij Nic en Kiki. (Nic Brink en Kiki Amsberg, KtH) Daniëlle (Daniëlle Sajet, KtH) kwam me daar afhalen. Ik heb haar alles over Lahav gevraagd, hoe het er uitziet, wat de kinderen doen, hoe er gegeten wordt, etc.
    Donderdag ben ik naar school gegaan. Toen ik thuiskwam ben ik meteen verf gaan kopen, witte verf voor de muren en Engels rood voor de deuren en het houtwerk. Ik sta de hele dag te witten. Het is prettig om bezig te zijn. ’s Avonds heb ik bij Heleen gegeten. (Heleen ten Holt, oudere zuster van Kees, KtH) Vrijdag heb ik lesgegeven en gewit. ’s Middags kwam de broer van Joost Mathijssen, hij neemt het voorkamertje. Zaterdag heb ik het laten behangen. Ik vind de maaltijden het ergste. En het thuiskomen. Daarom blijf ik veel thuis. Ik heb veel correctiewerk voor school en ik ben nog niet klaar met verven. Zaterdagavond was ik met Jan van Wensveen bij Nic Brink. Om twee uur ’s nachts kwam ik thuis, een beetje aangeschoten. Ik voelde me vol energie. Ik heb toen de deur rood geverfd. Toen ik wakker werd zag ik dat ik alles ondergekliederd had in m’n verfdrift. Ik ben nu bezig de zaak weer op te knappen. De praktische kant van m’n veranderde bestaan loopt goed. Ik eet op tijd, ga op tijd naar bed, was m’n kleren en houd het huis schoon. Ik zorg voor de poezen en de planten. Ik ben niet overdreven somber, meer duf en moe.
    Ik denk voortdurend aan jullie. Ik zou jullie zo dolgraag even willen zien. Iedere keer als ik op m’n horloge kijk, reken ik uit hoe laat het in Israel is en probeer ik me voor te stellen wat jullie aan het doen zijn. Het is bij jullie een uur later, dus zoals in zoveel andere dingen ben je me met alles een uur voor.
    Er wordt vaak aan de deur gebeld voor Klaasje. Niemand heeft overigens nog iets gevraagd. Ik zoek weinig mensen op. Ik wil me niet verdoven met uiterlijke drukte, ik heb het van binnen druk genoeg. Ik ben erg blij met je brief en die van Klaas. Ik hoop dat hij veel tekeningen zal sturen. Ik zal voor hem een puzzel maken. Als je dingen nodig hebt, schrijf dan meteen. Ik denk dat het vrij lang zal duren voor een postpakket aankomt.
    Ik kijk naar ieder vliegtuig dat overkomt. Soms kan ik niet geloven dat jullie weg zijn. Ik houd ontzettend veel van jullie. Ik zal proberen wat te sparen. Was je bang in het vliegtuig? Hielp het je niet dat Klaas zo rustig was? Ik denk dat je veel steun aan hem zult hebben. Schrijf je gauw weer? Ik denk voortdurend aan jullie.

Kees



LIEVE KLAAS,

IK WAS ERG BLIJ MET JE MOOIE TEKENING EN JE BRIEF. HET IS BIJ JULLIE VEEL LEKKERDER WARM DAN HIER. WAT LEUK DAT ZE KONIJNEN HEBBEN. ZIJN ER NOG MEER BEESTEN? MAG JIJ DE BEESTEN HELPEN VOEREN? MAAK MAAR VEEL MOOIE TEKENINGEN VAN ALLES WAT JE ZIET. HOE WAS HET IN HET VLIEGTUIG? DAT WAS NOG EENS EEN ANDER VLIEGTUIG DAN WAAR WIJ IN HEBBEN GEVLOGEN. WAT GINGEN JULLIE HARD EN HOOG. HEB JE AL VRIENDJES GEMAAKT IN LAHAV, EN KAN JE WEL EEN BEETJE MET ZE PRATEN? DAT ZAL NU NOG WEL MOEILIJK GAAN, MAAR JE LEERT HET GAUW GENOEG. PAPPIE WIL GRAAG ALLES WETEN OVER DE KIBBUTZ WAAR JE WOONT, ZAL JE ME ALLES VERTELLEN EN VEEL TEKENINGEN MAKEN? TERWIJL IK DIT SCHRIJF ZIT DE KLEINE POES OP MIJN RUG. HIJ SPINT EN IK GELOOF DAT HIJ VRAAGT JOU EN MAMMIE DE GROETEN TE DOEN. JE HEBT OOK DE GROETEN VAN ALLE ANDERE KENNISSEN IN AMSTERDAM EN DUIZEND KUSJES VAN PAPPIE. DAG LIEFJE, IK SCHRIJF GAUW WEER,

PAPPIE

 

29 Oktober,
lief Klaasje,

Wat was ik blij met je tekening en je brief. Ik heb het vliegtuig met twee spelden aan de muur geprikt en kan er de hele tijd naar kijken. Terwijl ik je zit te schrijven luister ik naar de grote Beatleplaat Help waar alle liedjes uit de film opstaan. Vanmiddag heb ik deze plaat ook gedraaid, terwijl ik aan het schilderen was.
    Ik heb de muren van de slaapkamer wit gemaakt, en nu ben ik het dak aan het witten. Dat is heel moeilijk, maar de poes helpt een beetje door te eggen waar ik nog moet verven. Soms ga ik per ongeluk te hoog op de ladder staan en dan kom ik met mijn haar tegen de verf die ik op het plafond heb gesmeerd. Dan zit m’n hele haar vol met verf.
    Het is hier ook erg mooi weer, natuurlijk niet zo warm als bij jullie, maar toch lekker. Je kon vandaag zonder jas op straat lopen.
    Ik zal morgen een groot pak cacao kopen en dat sturen met nog een paar andere dingen. Het zal alleen wel even duren voor het aankomt, want pakjes gaan niet met het vliegtuig, geloof ik, maar met de boot, en die doet er wel wat langer over, want die moet helemaal om Frankrijk en Spanje heenvoeren om naar Israel te komen. Het zal niet zo makkelijk zijn om een kar op te sturen, maar misschien kan je daar wel een kar maken met andere jongens.
    Heb je al vriendjes? In het begin is het natuurlijk moeilijk voor je om met ze te praten, maar je moet ze maar gauw Nederlands leren. Lieve Klaas, duizend kusjes van Pappie. Geef Mammie ook een boel zoentjes van me. Schrijf je gauw weer? Dag lieverdje, pappie.


lieve Ursula,

sta altijd aan zijn kant
koop een lantaarn,
vraag snoep of iets anders. zeg hem dat het niet erg is om boos te zijn, maar hij moet zich gedragen.
Dwing hem tot niets, vraag ook niets als het niet nodig is, dus: niet schrijven of lezen.
Laat hem lang onder de douche.
Bemoei je met hem, laat hem nooit alleen, ga met hem naar de kinderen toe om te spelen.
Geef hem een basis thuis. Speel met hem de hele middag, bv van drie tot half zes, en ga dan bv naar Michal.
Probeer nooit meer boos te worden, althans nooit schelden en slaan.
Vraag dozen en papier en touw, van alles om iets te maken.
Praat niet te veel maar doe!

vrijdag 12 februari 2021


 

In oktober 1965 gingen mijn ouders, toen 29 en 30 jaar oud, Kees ten Holt (1935 - 1990) en Ursula Roth (1934 - 1981) uit elkaar. Mijn moeder nam mij (5 jaar oud) mee naar Israel, om zich met mij in de nieuwe heilstaat te vestigen in kibboets Lahav in de Negev. Mijn ouders schreven elkaar dagelijks, en al snel werd duidelijk dat ze moeilijk zonder elkaar konden. De volledige correspondentie (in ca. zeventig brieven) is bewaard gebleven.
(afl. 4)


Lahav, 24 oktober 1965, Ursula

Lieve Kees,

voor ik het weer vergeet, ik heb drie foto’s gemaakt, maar ik kan eigenlijk niet met de camera overweg. Ik zal wel zien hoe ik ze ontwikkeld krijg. Klaas heeft een kaart voor Frankje getekend (buurjongen uit Amsterdam, KtH), zal ik die meesturen of niet? Vergeet me het nou niet te schrijven! Misschien kan hij er Pieter en Bram ook een sturen? Ik weet alleen niet of jij dat wel wilt. (Pieter en Bram, jongens uit de straat, KtH)
    Vanmorgen ben ik voor het eerst om vijf uur opgestaan, ik kon toen in alle rust, hoewel het wel geruisloos moest, gymnastiek doen en een douche nemen, want ’s morgens is er niemand. De Israeli’s hier wassen zich pas ’s middags, Toen heb ik nog wel een uur rustig zitten lezen, hoewel mijn ogen dichtvielen van de slaap. Toen ik naar het badhuis liep was de lucht boven de heuvels in het oosten rood van de opkomende zon, het was heerlijk fris, echt buiten. Jij zou zoiets wel heerlijk vinden. Ik begin een beetje er notie van te krijgen hoe ik mijn dag in moet delen en hoe de zaken hier in elkaar zitten.
    De juf van Klaas z’n groep is vandaag teruggekomen, maar ze heeft hem nog niet aangekeken. Het begint me langzamerhand te vervelen, hij zit er altijd voor spek en bonen bij en Michal wil maar wachten en wachten en wachten. Het wordt mij nu zo langzamerhand te veel, ik kan niet de hele dag een kind bezighouden, de hele dag praktisch alleen met hem zijn. Ik kan niets doen of denken of schrijven, ik moet voortdurend kijken, antwoord geven, dingen bedenken, spelletjes doen. Ik wandel veel en ik lees hem heel veel voor, ik zit in de speeltuin, ik ga naar school, ik doe mijn uiterste best nooit en nooit mijn geduld te verliezen, maar ik word er doodmoe en nerveus van, zoals nu zit ik te schrijven, maar hij komt steeds iets zeggen, iets vragen iets brengen, iets laten zien, ik moet iets knippen, plakken enz. Hij is ontzettend lief, buitengewoon zoet en lief, maar heus, Kees, misschien is het eens heel goed voor mij zo met mijn kind samen te moeten zijn, want misschien was ik wel te weinig samen, hoewel ik altijd heb geprobeerd een goede moeder te zijn. Maar liefje, ik word er zó moe van. Hij moet naar school, ik kan erheen wanneer ik wil, ik doe het ook want ik wil het, hij is de hele middag bij mij en ’s avonds leg ik hem zelf in bed, dus heus, er zal veel tijd en aandacht voor hem zijn, maar hij moet tussen de andere kinderen, dat is voor hem ook veel beter, hij is anders veel te eenzaam.
    Vanmorgen ben ik met hem naar het kinderhuis gegaan, daar was de kapper, die heeft hem onder vreselijk protest (van Klaas) kaalgeknipt, veel te kaal, hoewel hij op mijn verzoek nog zijn best deed er niet te veel af te halen. Maar Klaas stribbelde ontzettend tegen, tot grote verbazing van iedereen. Vervolgens deed hij er water in en maakte er een heel ordinair koppie van. Maar ja, Klaas ziet er toch altijd beeldig uit, dus zelfs hiermee.
    Hij maakt op het ogenblik allerlei ringen, een voor jou, een voor mij en een voor hemzelf. Ik hoop dat je dit gekriebel lezen kunt, maar anders kan er niet genoeg op en als ik de brief dikker maak doet hij er nog langer over.
    Zeg, weet jij of het N.I.W. naar mij gestuurd wordt of niet en of het per luchtpost gaat. Heb jij het abonnement betaald? Wil je het eens vragen? Ik snak naar iets uit Holland. Als je wilt mag je me wel eens een Haagse Post opsturen, dat zou ik wel fijn vinden.
    Vanmorgen liep ik met Klaas op een heuvel toen er ineens een paar straaljagers heel laag over ons heen scheerden, wel een machtig gezicht, Klaas was verrukt. Hij bedacht meteen hele verhalen over straalpiloten die erin zaten en die kennissen van hem waren en die naar hem hadden gewoven.
    Ineens zie ik dat ik het uitstekende stukje in deze brief niet moet beschrijven, want dat snij je er natuurlijk steeds af als je hem open snijdt. Goed dat ik het zie,
    Er woont hier een meisje (of vrouw, ze hebben allemaal zoveel rimpels) dat drie maanden in Holland is geweest, zij spreekt dus een beetje Hollands. Zij verzorgt hier de planten en zij heeft in Aalsmeer gewerkt. Nu is het zo dat als het hier regent, dan regent het maar eventjes en dan houdt het weer op, en dan weer eventjes heel hard en dan weer niet, en dan is het bv weer een paar dagen mooi weer, in ieder geval als het regent blijft iedereen binnen en wacht tot het ophoudt, dus toen zij en nog een stel Israelisch in Holland waren, en het begon te regenen, wachtten zij en wachtten zij, maar het hield niet op. Tenslotte na een paar dagen gingen zij in ’s hemelsnaam in de regen, dat doet men hier nooit. Toen het hier begon te regenen trok ik mijn regenjas aan, trok Klaas zijn jack aan en ging uit. Niemand te zien in de kibboets, wij regenden door en doornat, want het regent hier dan ook meteen pijpenstelen. Tenslotte gingen wij schuilen tussen heel verbaasde mensen die werkten onder een soort afdak waar oude tractors stonden. Toen werd het droog en het bleef een poosje droog.
    Het is nu alweer een paar dagen mooi weer, echt lekker warm, alleen ’s nachts is het koud en ’s avonds ook. Deze mensen lopen rustig in hun hemdje of bloesje, en ik heb het reuzekoud. Zij zijn gewoon gezonder of zo.
    Mijn brieven zijn wel ietwat verward geloof ik, maar ten eerste word ik steeds onderbroken en ten tweede is er zoveel dat ik wil vertellen, bv. wat voor W.C.’s ze hier hebben, nl. heel praktische, er is geen doortrekker, maar een draaiknop die keihard water laat stromen, en je draait hem pas dicht als alles schoon is, je hoeft dus nooit te wachten tot er weer nieuw water is, het is een goed systeem. Ik wou het je al dagenlang vertellen iedere keer als ik naar de W.C. moet.
    Klaas heeft nu een hele luchtpostbrief nagemaakt, alles precies en hij heeft er iets opgeschreven en ik heb de Iwriet letters gemaakt. Hij stuurt hem aan jou. Hij kent al aardig wat Iwriet letters.
Hier komt een lied van Klaas:

    Lieve beunhaas
    kom toch naar me toe
    ik wil je vriendje zijn
    en spring maar over mijn hekketje heen
    ik geef jou een aardappeltje
    als je dat maar opeet.


’s avonds

Ik heb vanavond tegen Michal gezegd dat de gang van zaken me niet beviel, dat ze met “Edna”, dat is de schooljuf, moest praten, dat niemand verlangde dat Edna al haar aandacht aan Klaas zou geven, maar dat zij tenminste wel ‘hallo’, en ‘wil je hier zitten?’, of iets dergelijks kon zeggen, en bv. de andere kinderen voorstellen of hem een spelletje geven, of hem iets laten maken, in ieder geval hem verwelkomen. En ik heb ook gezegd dat ik nadat ik bij de kapper (in het kinderhuis) was geweest, met Klaas in de speeltuin bij de andere kinderen had gezeten en dat `Edna toen met de kinderen was gaan wandelen zonder ons uit te nodigen mee te gaan. Ik ben toen heel gezellig alleen met Klaas gaan wandelen, maar zoiets is niet bepaald aanmoedigend. Trouwens, ik zat vanmiddag om vier uur ook met Klaas in de speeltuin toen de kinderen werden geroepen om iets te eten, weg kinderen. Ik zat er voor niets in de gure wind, niks aardig.
    Vanavond ben ik weer met hem naar het kinderhuis gegaan, op tafel stonden kopjes met soep. Als Klaas komt krijgt hij soep in een glas. Waarom staat er niet al soep en waarom niet ook in een kopje? Enfin, Michal was het wel met me eens, ze zal met Edna praten, en ze zou misschien vanavond bij mij komen, maar het is nu negen uur, en dan zou ze niet meer komen. Het is ook beter want Klaasje slaapt nog niet, hij is wel rustig, maar ik hoor dat hij niet slaapt, Dat komt zeker omdat hij vanmiddag zolang geslapen heeft.
    Een poosje geleden had hij tot mijn schrik echt nachtmerries, hij schreeuwde, maar die heeft hij gelukkig niet meer, hij slaapt goed. Ik geloof dat hij nu slaapt, o nee, hij woelt weer, heel vervelend want dan kan ik niets doen, ik wou dat hij in een apart kamertje sliep, maar iedereen heeft maar één kamer. Ze bouwen geloof ik wel twee kamer huizen.
Liefje, tot schrijfs, veel sterkte en liefs,
Ursula.