Bibian, Bibian, Bibianotschka, Bibianovitsch,
Biebski, B., Biebschen, das Biebschen, Bieb, Bibian (opnieuw), liefste,
lieveling, vrouw, (neemt gij?... ja, ik wil), vrouwtje, schatje, moedertje,
meisje, engeltje, kindje, ohnekindje, poppedijnekindje, allerliefste, my dear,
echtgenote, mijn vrouw, mijn geliefde, wat heb je nou gedaan? waar ben je toch
gebleven? ik kan het niet begrijpen, nooit meer je sterk geurende haar, je
haar, je dikke haar (je wordt al grijs), je lange haar, drie lokken in drie envelopjes voor de
kinderen en een vlechtje voor mij voor om mijn arm, een vol jaar lang, een band
van rouw, berouw, rauw is mijn verdriet, totdat de dood u scheidt (nee, dat
niet! niet doen! niet zeggen!), ik wil dit niet, te snel, veel te snel, soms
lees ik je woorden maar ik kan het niet, het dringt niet tot me door, nog niet
mijn liefste, tijd, de tijd, hij is mijn grootste vijand nu, ik hoor je stem,
je zingt te zuiver en te mooi, ik kan het niet verdragen, ik dacht dat we er
goed aan deden alles vast te leggen, voor later, weet je wel, dan zou het
blijven, maar nu is alles anders, Bibian, Bibian, alles was vergeefs, ik dacht
het al, voor anderen misschien, tot troost misschien, leuk voor de kinderen,
weet ik veel, wat schiet ik er mee op, ik! ik wil je terug, geen stemmetje uit
een doosje, geen woorden uit een boek, O God de filmpjes! die zijn er ook nog
allemaal, de doodsangst die we voelden, het koppige verzet (vergeefs!
vergeefs!), de trots, de ijdelheid, de wekelijkse gesprekken met de oncoloog,
hoe we hem niet geloofden, zo’n jonge vent, nu al professor, wat weet die er
nou van, steeds minder was er van je over voor me, maar koppig baande ik mij
een weg door slangetjes en pleisters, port-a-cath en verband, voorzichtig
liefste, doe voorzichtig, het doet zo’n pijn, hou mijn hand maar vast, niet
praten, praten is te veel, niet knijpen, water, mag ik nog wat water, vandaag
kom ik maar niet aan tafel, je moet toch eten liefste, nee, niet eten, water
wil ik, water, ik kom al, nee te koud, te warm, ik weet het niet, ik wil dit
niet, hier heb ik toch niet om gevraagd, waarom? waarom ik? ik weet het ook
niet liefste, hier is water voor je, ijs wil ik er in, ijsklontjes kan ik
verdragen, alles kan ik verdragen maar dit niet, water Klaasje, geef me water,
geef me ijsklontjes en water.
dinsdag 14 augustus 2012
maandag 13 augustus 2012
Stout
‘Ja maar toen kon ik het me nog niet
herinneren.’ zegt Lulu met een schuldige blik.
‘En nu wel weer?’
‘Ja, nu kan ik het me wel weer herinneren
papa.’
De badkamer was een ravage van badschuim en
kletsnatte handdoeken (niet zo erg) en er was kauwgum uitgesmeerd in het
ligbad.
Ze waren alledrie net in bad geweest, maar
niemand wist er van en alledrie wezen ze naar elkaar. Ik meende vrij zeker te
weten dat Lulu de hoofdschuldige was omdat zij kauwgum had en de jongens niet,
maar ik wilde dat ze het me zelf vertelde.
Dat ze stout zijn lijkt me normaal en ook
wenselijk gedrag, maar ik wil wel dat ze eerlijk zijn. Ik vind dat we elkaar
moeten kunnen vertrouwen, helemaal nu we het met z’n vieren moeten redden. Ik
heb ze alledrie hun pyama’s aan laten trekken, tandenpoetsen en naar bed. Het
was net acht uur geweest. Beetje vroeg dus voor in de vakantie. Het kwam mij
eerlijk gezegd ook wel goed uit. Ik was moe en wilde zelf ook wel eens vroeg
naar bed. Ik zou zeggen: geen buitenproportionele straf. Niets iets om voor te
gaan zitten liegen.
Als jongetje heb ik met mijn jeugdvriend I.
(later bekend onder zijn pseudoniem Dr. Rat) stapels stripboeken gestolen in de
boekhandels en kiosken van Amsterdam Zuid. Wij waren bezeten van strips en
runden – zoals wel meer kinderen bij ons in de buurt - een strip-o-theek die
wij op deze manier bevoorraadden. We zijn nooit betrapt, maar liepen door eigen loslippigheid toch tegen de lamp.
Mijn geschokte vader liet mij stapeltjes maken
naar herkomst van de boeken. Ik had allang geen idee meer en gokte maar wat,
maar mijn vader was tevreden.
’s Avonds na sluitingstijd togen wij naar de
diverse gedupeerde winkels waar mijn vader enveloppes met geld en een anoniem
begeleidend schrijven door de brievenbus duwde. Ik moest zelf in de auto
blijven zitten. De afspraak was dat I. met zijn ouders (armlastige kunstenaars
die toch al een rotleven hadden) dezelfde tocht zou maken. Geen idee of dat ook
gebeurd is.
Een en ander heeft geen verpletterende indruk
op me gemaakt. Het heeft me er ook niet van weerhouden nog andere misstappen te
begaan tijdens mijn pubertijd, maar ik vind wel dat mijn vader het goed heeft
aangepakt. Ik werd op mijn nummer gezet, maar niet publiekelijk te schande
gemaakt. Zoiets.
Hij heeft me in elk geval laten zien dat ik op
hem kon vertrouwen, en precies dat zou ik nu heel graag aan mijn eigen kinderen
doorgeven.
zondag 12 augustus 2012
Zondag
Ik fietste langs de
smetteloze blanke
smetteloze blanke
voortuintjes
van morgen te koop staande
van morgen te koop staande
villa's,
onder cumuli en streepwolken
ingehaald door zondag's
uitgelaten wielerbond publiek
nog nadruipend van de
onder cumuli en streepwolken
ingehaald door zondag's
uitgelaten wielerbond publiek
nog nadruipend van de
zonnesmeer,
rijdende frituur,
wees gegroet en vervloekt,
vlug aan de kant jongens,
voor die norse kerels
op hun grote trekkers,
nergens klinkt hier nog muziek
behalve te luid uit autoradio's
van uitgesproken
tweeverdieners.
Een dooie vogel van onbestemde
rijdende frituur,
wees gegroet en vervloekt,
vlug aan de kant jongens,
voor die norse kerels
op hun grote trekkers,
nergens klinkt hier nog muziek
behalve te luid uit autoradio's
van uitgesproken
tweeverdieners.
Een dooie vogel van onbestemde
vederdracht
benam mij plots de adem.
Weten jullie dan niet,
schreeuwde ik onhoorbaar
tegen wie maar horen wilde,
benam mij plots de adem.
Weten jullie dan niet,
schreeuwde ik onhoorbaar
tegen wie maar horen wilde,
maar vooral
tegen de kille roerloze zon,
tijdverdeler en heler,
ja, ja, dat zal wel,
ik wil het niet, ik wil haar terug!
Alles! Niets!
Klootzakken!
Geef terug!
Ik ging onder
en kwam weer boven.
tegen de kille roerloze zon,
tijdverdeler en heler,
ja, ja, dat zal wel,
ik wil het niet, ik wil haar terug!
Alles! Niets!
Klootzakken!
Geef terug!
Ik ging onder
en kwam weer boven.
Oorbellen
Een van de eerste dingen die ik voor Bibian
kocht in mijn pogingen indruk op haar te maken, was oorbellen. Geen gouden,
zoals je die bij Surinaamse juweliers vindt, daar hield ze niet van – en ik ook
niet trouwens – maar altijd van zilver. Niet groot en protserig, maar van
simpel, sierlijk smeedwerk, met of zonder een druppel Onyx of Lapis Lazuli. Die
allereerste oorbelletjes zijn er nog steeds, in een rood fluwelen Antwerps
juwelenzakje in een kast in de slaapkamer.
In de jaren daarna heb ik nog vele oorbellen
voor Bibian gekocht. Op elke vakantie wel één of meerdere paren, maar ook in
Amsterdam, vaak bij de Headshop, een hele ‘foute’ toeristenwinkel in de
Damstraat waar ze toch wel mooie bellen verkopen.
Oorbellen en bloemen zijn wat mij betreft
ideale ‘tussendoor’ kadootjes.
Ook Lulu had al jong een fascinatie voor
bellen en wilde gaatjes. Toen ze vijf werd nam ik haar mee naar een chique
juwelier in de Cornelis Schuyt. Mij werd gemaand haar stevig vast te houden.
Toen de man hoofdschuddend en met onvaste hand een gaatje wilde gaan schieten
zag Lulu er vanaf. Ik ben meteen met haar naar een juwelier bij de Albert Cuypmarkt gefietst waar een stevige Surinaamse matrone Lulu meer vertrouwen
inboezemde. Ze gaf geen kik, niet links en niet rechts, koos voor roze
bloemetjes en verklaarde dat ze over een jaar pas ‘echte’ hangers wilde. Die
waren nu immers nog te zwaar voor haar kleine oortjes.
Kort voor Bibian dood ging heb ik met vriendin
E. de kleren uitgezocht om haar in te begraven. Daar hoorde de fraaie Oekraïnse
handgeborduurde blouse bij - waarvan Bibian eerst dacht dat het een lijkwade
was, en die dat nu ook zou worden. Maar natuurlijk ook oorbellen.
Ik koos het paar dat ik zelf altijd het
mooiste vond. Toen Bibian stierf hebben we haar gewassen en aangekleed; wat
vroeger afleggen heette. De jongens hielden zich groot en keken van een
afstandje toe. Lulu, klein en dapper als ze is, kwam ons al snel helpen. Ze was
het eens met mijn keuze en stond erop dat zij mama haar oorbellen in zou doen.
En zo is het ook gegaan: met vaste hand duwde ze de hangers door de gaatjes en
zette daarna de vleugeltjes erop.
Ik verwacht niet dat ze hier een trauma aan
over gaat houden. Lulu houdt gewoon erg van oorbellen en vond het daarom
belangrijk dat Bibian ze in zou hebben in haar kist.
zaterdag 11 augustus 2012
Hoogtevrees
Toen Valentijn tien jaar werd ben ik een paar
dagen met hem naar Parijs geweest. Dat hadden Bibian en ik zo afgesproken.
Wanneer een van de kinderen tien jaar werd zouden ze met één van ons een paar
dagen naar een Europese hoofdstad naar keuze gaan. Valentijn was de eerste en
koos Parijs.
We reisden met de TGV en bleken bij aankomst
een prettig hotel geboekt te hebben, niet ver van Montmartre en de Sacré-Cœur
Voor Valentijn was Parijs vooral een bezoek
aan de Eiffeltoren die enorm tot zijn verbeelding sprak. Hij had er thuis van
alles over opgezocht en hield niet op mij over het lelijke stalen ding te
onderrichten.
‘Hoe hoog denk jij dat de Eiffeltoren is
papa?’
‘Hmm weet niet.’
‘317 meter! En je kunt helemaal naar de top!’
En dat was nou precies wat mij zorgen baarde;
ik realiseerde mij dat ik er niet onder uit zou komen met Valentijn het ding te
bestijgen, maar... ik heb vreselijke, verschrikkelijke en verlammende
hoogtevrees. Ik had me voorgenomen me er overheen te zetten, geen laffe
smoesjes te zullen verzinnen, mij een man te betonen en met mijn oudste zoon
helemaal mee naar boven te gaan. Het leek mij het beste dit dan ook maar meteen
de eerste dag te doen.
Een bevriend psychiater had mij hier iets
interessants over verteld dat mij een beetje hoop gaf, het leek in elk geval de
moeite van het uitproberen waard: hoogtevrees komt in golven. Als je er
vreselijke last van hebt moet je gewoon even wachten tot het zakt. Het piekt en
dan daalt het weer. Kennelijk zitten er zekeringen in je hersens om bepaalde ongewenste
emoties binnen de perken te houden.
En inderdaad, toen ik met Valentijn hoog in de
toren (niet op de top, want die bleek – de Heer zij geloofd en geprezen –
wegens werkzaamheden gesloten) op een veel te smal houten platform stond merkte
ik dat de blinde paniek na een tijdje afnam. Ik durfde zelfs voorzichtig van
het uitzicht te genieten en een fotootje van mijn trotse en gelukkige
tienjarige Valentijn te maken.
En zo is het ook met verdriet, ontdek ik nu.
Het komt in golven. Toen ik hier met de kinderen in Meerle aankwam kon ik het
eerste halfuur alleen maar onbedaarlijk janken. We waren hier zo ontzettend
gelukkig met elkaar de afgelopen veel te korte maanden.
Al die prachtige liedjes die we hier schreven
en opnamen hingen nog in de lucht.
De kinderen keken mij verbaasd aan: we gingen
toch op vakantie?
Maar daarna zakte het weer. Ik ging mijn
koffer uitpakken, eten maken, over tot de dingen van de dag.
Af en toe krijg ik het weer even te kwaad.
Eigenlijk helemaal geen onaangenaam gevoel.
vrijdag 10 augustus 2012
Schuld
Toen ik dertien
jaar oud was logeerde ik in de zomervakantie met mijn ouders in Haifa in het
huis van een veelbelovende Israëlische dirigent. Het type dat het op de bok vooral van zijn doorwrochte mimiek moest hebben en minder van zijn interpretatie. Hij leek wel wat op Leonid Brezjnev. Ik herinner me vooral zijn
geluidsinstallatie met imposante speakers die nog het meest leken op
gestoffeerde verwarmingsradiatoren, die je apart op het lichtnet moest
aansluiten. Zoiets hadden wij nog niet gezien. Mijn vader noemde hem achter
zijn rug een snob. Ik denk terecht.
Op een morgen
ontdekte mijn moeder een knobbeltje in haar linkerborst. Mijn vader voelde het
ook. In het ziekenhuis van Haifa gaven ze ons het advies zo snel mogelijk terug
naar Amsterdam te gaan. In het A.V.L.* hadden ze de meest actuele kennis op het
gebied van borstkanker.
Mijn gelovige
moeder zag het als een straf van God. Ze biechtte op dat ze een affaire had met
onze gastheer.
Mijn vader had
mij een dag eerder beloofd dat ik ‘Exile on Main Street’ van The Rolling Stones
met hem mocht gaan kopen, dat toen net verschenen was. Ik was heus begaan met
mijn moeder vanwege haar tumor en met mijn vader vanwege het overspel, maar:
beloofd is beloofd. Ik hield voet bij stuk en kreeg mijn zin. In de
brandendhete namiddagzon ben ik met mijn radeloze vader in de trolley bus naar
een platenwinkel in het centrum gegaan om het album aan te schaffen. Hij kon er geen begrip voor opbrengen. Ook later heeft hij zich er nog wel eens
verontwaardigd over uitgelaten en mij daarmee met een ongemakkelijk gevoel
opgezadeld.
Toen Bibian haar
diagnose kreeg zag ze dat niet als een straf voor wat dan ook. Er viel van
beide kanten weinig op te biechten ‘in het aangezicht van de dood.’ Voor zover
ik weet zijn we elkaar altijd trouw gebleven.
De kinderen
waren ontzettend geschrokken, en alledrie van meet af aan zeer betrokken. Toch
moest er ook gespeeld worden, thuis en bij vriendjes. Extra computertijd werd
bevochten en nieuwe aps moesten onverwijld aangeschaft. Dat kwam niet altijd
even goed uit en heeft mij wel eens tot wanhoop gedreven. ‘Hoe kunnen jullie
juist nu...’, maar ik heb het altijd ingeslikt. Kinderen bekijken de wereld nou
eenmaal vanuit een ander perspectief.
Ik geloof dat ik
wel genoeg heb aan mijn eigen schuldcomplex.
A.V.L.
= Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis
donderdag 9 augustus 2012
Taal
Waar ben je toch gebleven liefste;
ik lag in bed en riep je aan.
Mijn ogen had ik dicht.
Wat heb ik je gedaan
dat je me niet meer wilde,
zomaar hebt laten gaan? zei ik,
je wordt al anekdote,
heel anders dan je was
toen je nog was
en zei:
jij, niemand kent me zoals jij.
Gevlei.
Nu zoek ik je vergeefs,
zet ik je bij
in mijn herinnering,
een teken.
ik lag in bed en riep je aan.
Mijn ogen had ik dicht.
Wat heb ik je gedaan
dat je me niet meer wilde,
zomaar hebt laten gaan? zei ik,
je wordt al anekdote,
heel anders dan je was
toen je nog was
en zei:
jij, niemand kent me zoals jij.
Gevlei.
Nu zoek ik je vergeefs,
zet ik je bij
in mijn herinnering,
een teken.
Abonneren op:
Posts (Atom)