dinsdag 7 oktober 2025

Tijd

Een FaceBook-vriendin, die ondanks dat we elkaar nooit hebben ontmoet, toch als een goede vriendin is gaan voelen, heeft een stervende man. Dezelfde uitzichtloze vorm van kanker waaraan Bibian nu alweer ruim dertien jaar geleden is gestorven. Omdat we regelmatig contact hebben en zij me af en toe dingen vraagt (ik ben immers ervaringsdeskundige), komen er bij mij dingen boven waarvan ik dacht dat ik ze allang vergeten was, althans had opgeborgen in mapjes, niet per se bedoeld om ooit nog weer te openen. Maar nu ineens toch wel.
    Door de kanker werd Bibians wereld steeds kleiner, tot die zich beperkte tot een ziekenhuisbed in onze woonkamer. Het was juli, bijzonder warm en dikke vliegen zoemden tegen het raam aan de straatkrant, haar uitzicht op de wereld. Door de morfine werden de periodes dat ze helder was almaar korter, uiteindelijk een of twee keer per dag een paar minuten, waarna ze weer wegdreef in een morfinewaas. Zo verdween ze langzaam uit mijn leven, werd ik zachtjes, haast vriendelijk voorbereid op het weduwnaarschap, een situatie waarin ik alles voortaan zelf zou moeten beslissen, waarin er geen overleg meer mogelijk was.
    Eigenlijk een omkering van hoe het ging toen mijn oudste zoon werd geboren: eerst een periode van zwangerschap, naïeve anticipatie en dan is daar een heel klein mensje dat de eerste tijd vooral slaapt, je dan ineens  gaat 
aankijken, langzaam maar zeker steeds meer aandacht gaat vragen, zich een plaats in je leven verovert.
    Ik denk sowieso weinig aan wat geweest is, kijk liever vooruit, of beter nog: om me heen. Ik hou ook niet erg van fotoboeken of van de fotobestanden op mijn computer, alles netjes gerangschikt op jaar en plaats. Ik word er verdrietig van. Geliefden die er niet meer zijn of die geen geliefde meer zijn, mijn ouders eerst nog gelukkig met elkaar, later zorgelijk, in de ban van angstige voorgevoelens, katten en honden die over het algemeen rot aan hun einde zijn gekomen, mijn kinderen uitgelaten, nog niet teleurgesteld, gekwetst, nog onkundig van het grote drama dat ze boven het hoofd hangt. Ook mijn eigen kinderfoto’s bekijk ik niet met plezier, omdat ik inmiddels veel meer begrijp van de context waarin ze werden genomen, hun doel, hun functie in de tijd.
    Ik ben misschien nog wel dezelfde man, maar leef een ander leven. Er is zoveel gebeurd in die dertien jaar, zoveel veranderd, in het klein, in ons turbulente gezinnetje en in het groot; de wereld waarin wij leefden bestaat niet meer. En daarmee is ook Bibians relevantie in de kromme van mijn bestaan afgenomen, teveel dingen die wij niet deelden, zoals ook mijn ouders mijn vrouw, mijn kinderen, Sasja, het huis waarin ik woon, mijn volwassen leven niet hebben meegemaakt en daardoor steeds meer uit het zicht zijn geraakt.
    Maar goed, het zit er allemaal nog wel. Al die nutteloze informatie die je straks niet mee kan nemen als het zover is. En er is niet eens zo veel voor nodig om die verstofte bestanden weer te activeren. In dit geval het verdriet van mijn FaceBook-vriendin in een verre uithoek van het continent.   

maandag 6 oktober 2025

 


Nacht van de poëzie
Ik was in Utrecht op het poëziefestival en had een erg leuke avond, maar niet per se vanwege de kwaliteit van al het gebodene. Dat kan natuurlijk ook niet, het festival moet vele smaken bedienen, het is voor jong en oud, liefhebbers van toegankelijk en minder toegankelijk, cerebraal of meer op de emotie, spoken word en meer traditionele poëzie, witte ouwe mannen en vrouwen en meer inclusief en divers, een beetje als het songfestival maar dan zonder winnaar. En er was ook muziek en zelfs dans tussendoor, eveneens zeer wisselend van kwaliteit en pluimage.
    Ik heb daar geen probleem mee, het festival doet waarvoor het is bedoeld: de poëzie bij een zo breed mogelijk publiek onder de aandacht brengen en dat doet het uitmuntend, want het is jaar na jaar helemaal uitverkocht. Het viel me op dat de bezoekers werkelijk van alle leeftijden waren en er ook uiterst divers uitzagen (wat dat ook moge betekenen, op een paar muizen 
na, die door de artiestenfoyer renden, was iedereen homo sapiens). Daar kan de mainstream moderne muziek nog wat van leren, bij concerten is de gemiddelde leeftijd veel hoger.
    Wat mij langzaam maar zeker begon te storen was het hoge Free Palestine gehalte van bezoekers en performers (om de dichters zo maar te noemen). ‘Jij gaat morgen toch ook naar de demonstratie?’ gonsde het door de foyer. Ik moest echt mijn best doen om de vraag te vermijden, ook al omdat ik mevrouw Janssen niet wilde compromitteren, ik was ingehuurd als chauffeur/chaperonne en dan heb je geen politieke kleur te tonen.
     ‘Het volgende gedicht heet: De bus naar Gaza,’ werd er aangekondigd (instemmend gemompel in de zaal). ‘Ik wilde een kaartje kopen voor de bus naar Gaza, die zijn er niet, kreeg ik te horen, het busstation is opgeheven,’ en zo verder. Succes verzekerd natuurlijk. Ik citeer overigens uit mijn hoofd, en toegegeven: het was (voor een gelegenheidsgedicht) niet eens een slecht gedicht. Maar toch: hiervoor was ik niet gekomen.
    Dat verdomde engagement heeft zich langzaam maar zeker een weg in de kunsten gevreten; als je niet laat zien dat jij ook vindt wat iedereen in jouw zuiltje vindt, ben je verdacht, hoor je er niet meer bij. En als je pech hebt, word je dan meteen ook niet meer teruggevraagd. Dus dan is het voor alle zekerheid misschien toch maar beter om er wat aandacht aan te besteden, terwijl het toch niet zo moeilijk is om te begrijpen dat kunst en engagement verschillende grootheden zijn, en dat de laatste in geen geval een graadmeter is voor de kwaliteit van de eerste. Maar goed, daarover wordt tegenwoordig anders gedacht.
    Dus was het Palestina troef in Utrecht, en dan vooral bij de mindere goden van de avond. Ik heb niet alle dichters gehoord, maar de grote sterren die voorbijkwamen (en dan bedoel ik niet qua beroemdheid, er zaten ook nieuwkomers bij de sterren) hielden het gelukkig bij hun poëzie en bewaarden het engagement voor aan de borreltafel, waar het ook thuishoort.
    Gelukkig bleek ik niet de enige die het was opgevallen en die zich eraan ergerde, maar je moet tegenwoordig wel enorm oppassen met wie je in gesprek gaat. De wereld is verdwaasd, bezeten, in een roes geraakt van een middel dat stiekem in haar drankje is gedaan. Het lijkt een lovedrug - als je onder de invloed bent voel je je heerlijk verbonden met jouw universum en al je medegebruikers - maar onverbiddelijk komt straks de kater, en dan zal het moeilijk zijn de schade ongedaan te maken. 
    Niets nieuws overigens.

zondag 5 oktober 2025

 


Free Palestine

Met mijn dochter loop ik door de Ruysdaelstraat tegen de stroom in het rood geklede demonstranten in die van metrohalte De Pijp op weg zijn naar het Museumplein. Wij zijn de enigen die de andere kant op gaan - want op weg naar de Jumbo om boodschappen te doen - wat me een ongemakkelijk gevoel geeft. Het zijn gewone mensen, mannen en vrouwen, jong en oud, maar ze kijken allemaal op dezelfde manier, dezelfde gedeelde verontwaardiging vermengd met trots aan de goede kant te staan, het gelijk aan hun kant te hebben en de geruststellende zekerheid dat iedereen om hen heen dat ook vindt, dat staat in al die ogen geschreven. Dit is het moment waarop individuen een massa worden, transformeren naar iets dat het persoonlijke overstijgt, een proces dat de Griekse componist Xenakis ook al fascineerde: wanneer verandert een verzameling nog onderscheidbare eenheden in een massa, een nieuwe entiteit, een lichaam waarbinnen andere regels gelden, het persoonlijke wordt opgeofferd aan de regels van het collectief, de eigen verantwoordelijkheid niet meer geldt, de ingeslagen richting blind wordt gevolgd.
    Maar mijn dochter en ik dus niet, wij zijn samen op weg naar de Jumbo.
    ‘Moet je niet gaan demonstreren?’ vraag ik haar, omdat ik weet dat zij er anders over denkt dan ik.
    ‘Eigenlijk wel,’ zegt ze. ‘Normaal gesproken was ik wel gegaan.’
    Maar vandaag is niet normaal. Het is uit met haar vriendje en alles staat in het teken van haar verdriet. Ze weet heel goed dat ze de juiste beslissing heeft genomen, maar tegelijk is ze daar kapot van. De verlammende angst om weer alleen te zijn, niet meer bij iemand te horen, niet langer meer opgenomen te zijn in een groter geheel, doet vaak meer pijn dan het gemis zelf.
    ‘Ik weet precies waar je nu bent,’ zeg ik tegen haar. ‘Ik ben daar ook geweest. Liefdesverdriet is het ergste wat er is.’
    ‘Ik wil er niet over praten, papa.’
    ‘Nee.’
    Weer thuis kijk ik uit het raam naar de lange stroom mensen op weg naar het Museumplein. ‘Free Palestine,’ klinkt het uit de verte. Zouden ze beseffen wat ze daarmee zeggen? Wat de consequentie van hun woorden zou kunnen zijn? Maar wat doet dat er hier vandaag ook toe, het zijn fijne woorden om te scanderen, en het klinkt geweldig uit zoveel kelen. En de meerderheid heeft altijd gelijk, zoals Johan en Cornelis de Witt lang geleden al eens ondervonden. Ook toen bleek later pas dat het misschien toch net een beetje anders zat dan hoe het de woedende Haagse demonstranten was voorgehouden.
    Maar massa’s zijn altijd ongenuanceerd, kennen geen twijfel en laten zich noodzakelijkerwijs bespelen. Het gevoel deel te zijn van iets groters dan jij zelf, je daar aan over te hebben gegeven, doet iets met je wil, met je besturingssysteem. Het is verslavend en bovendien genetisch ingebakken. En het fijne is, mocht ooit blijken dat het misschien toch anders was dan je toen dacht, toen je daar met je rode trui of je keffiyeh tussen al die mensen stond te roepen en te zingen, dan geldt er een soort ontoerekeningsvatbaarheid voor jou als individu. Je bestond toen immers even niet, opgegaan als je was in een lichaam van gelijkgestemden, volkomen vreemden van elkaar, maar verbonden door een abstract idee - want wie overziet werkelijk de geschiedenis, beheerst alle parameters - , gehypnotiseerd door de ritmische herhaling van een aangereikte boodschap. En de geschiedenis leert dat zo'n boodschap fluïde is, want het gaat meer om de herhaling dan om de boodschap zelf, waarvan de herkomst altijd duister is.  
        

zaterdag 4 oktober 2025

Johan Simons

Regisseur Johan Simons kwam bij mij op bezoek om over mijn opera in wording te praten. Van alle mensen die ik over het project heb aangeschreven, is hij de enige die binnen een half uur terugschreef: ‘Ik kom graag naar Amsterdam. Nodig me maar uit.’
    We praatten over het libretto van Die Juden, de ontstaansgeschiedenis en al snel over operalibretti in het algemeen, over Wozzeck die hij deze zomer voor Opera Ballet Vlaanderen regisseerde (een van de weinige opera’s die ik drie keer gezien heb, maar niet in Johan’s regie) en waarom dat libretto nou juist zo fantastisch is.
    Het schrijven van een opera is voor veel componisten het nec plus ultra van hun ambities. In een opera komt alles samen, het autonome (als het goed is), het toegepaste, muziek, theater, veel turbulentie kortom. Misschien is het juist daarom dat zoveel opera’s glorieus mislukken, en niet per se alleen van mindere componisten. Opera is iets anders, het vraagt om een ander talent, in feite om meerdere talenten. Het componeren van een goed vioolconcert - hoewel een goed concert zeker ook dramatische elementen heeft - is toch echt wat anders dan opera, of liever gezegd: muziektheater.
    Ik denk dat Nederland op het gebied van opera nog een grote slag te maken heeft, en ik vraag me af hoe dat komt. Eigenlijk hebben we maar twee componisten die bewezen hebben op dat vlak internationaal relevant te zijn; één is natuurlijk Louis Andriessen en de andere is Michel van der Aa, welke laatste misschien niet toevallig een leerling is van de eerste en zelfs heeft meegecomponeerd (electronica) aan een opera van de eerste. Hoewel ik Michel zijn succes van harte gun, en altijd kom kijken als hij weer een nieuwe productie heeft, zie ik hem toch vooral als een technocraat en een handige jongen. Er is veel te zien, de techniek is State of the Art, je verveelt je geen moment, maar na afloop dient de vraag zich aan: wat heb ik nou eigenlijk gezien en gehoord? Wat vertelt hij mij dat ik nog niet wist? Wat mij betreft hier vooral entertainment en het gevoel naar iets heel moderns te zijn geweest. Ik realiseer me natuurlijk dat ik Michel hiermee tekort doe, want hij krijgt het toch maar voor elkaar elke keer!
    Maar Louis is van een ander kaliber, dat vond ik toen, en dat vind ik nog steeds. Ik denk dat hij als een van de weinige Nederlandse componisten werkelijk verstand had van theater. Hij heeft niet voor niets jarenlang muziek geschreven voor toneelgroep Baal, filmmuziek gecomponeerd, zijn ogen en oren daar de kost gegeven. En hij had een groot talent om zich met de juiste mensen te omringen, het talent om talent in anderen te herkennen, en het onderscheidingsvermogen - hij kwam uit een goed nest, maar had ook een zeer brede belangstelling voor alle vormen van kunst - de juiste artistieke beslissingen te nemen.
    En we hebben hier in Nederland sinds Vondel natuurlijk ook nauwelijks een traditie van toneelschrijvers; geen Pinter of O’Neill, geen Potter of Williams. En misschien ook geen visionaire producenten meer aan het hoofd van onze operahuizen, maar managers, budgetverdelers.
    Johan was verbaasd dat de Nationale Opera geen sjoege gaf, de potentie van dit verhaal, de kwaliteit van het libretto niet leek te zien. Jochem Valkenburg, programmeur muziektheater van het Holland Festival, dat helaas niet meer samen met de Nationale Opera produceert, beloofde mij het nog een keer te zullen aankaarten. Ook met hem had ik een interessant gesprek over de status quo van het muziektheater in ons kleine landje, en over wat er misschien beter zou kunnen.
    Maar goed, ondertussen componeer ik dapper verder, en heb ik nu bijna de tweede acte op papier. En het is fijn in iemand van het kaliber van Johan Simons een kompaan te hebben die er ook in gelooft. Ik vond het trouwens opmerkelijk dat Johan niet één keer refereerde aan de oorlog in Gaza, of suggereerde dat de timing van een opera met de naam Die Juden misschien onhandig was (disclaimer: Die Juden gaat niet over Israël) terwijl Jochem Valkenburg mij vroeg - eveneens tot mijn verbazing - of de joodse gemeenschap mijn opera niet als antisemitisch zou bestempelen.  
    Maar goed, ik ben dus hoopvol.
       
      

vrijdag 3 oktober 2025

Lüther

Op zondag 5 oktober is er in Amsterdam een grote demonstratie voor Gaza, De rode lijn genoemd. Ik zal er niet bij zijn vanwege de aard van de demonstratie, maar ook omdat wanneer heel veel mensen plotseling hetzelfde lijken te vinden, er bij mij alarmbellen afgaan: dan zal er wel iets niet kloppen. 
    Ik kan me niet herinneren dat er bij enig ander conflict waar ook ter wereld zo’n grote, professioneel georganiseerde demonstratie (met zelfs een kinderprogramma want met het antizionisme kun je niet vroeg genoeg beginnen) is gehouden. Wat Israël de Gazanen aandoet is kennelijk erger, wreder, slechter, duivelser dan wat elders op de wereld mensen elkaar aandoen. 
    Dat dit onzin is, snapt een kind, maar toch spreekt dit conflict meer tot de verbeelding dan enig ander.
    ‘Dat komt omdat we met Israël economische betrekkingen onderhouden, en niet met bijvoorbeeld Syrië, Jemen, Nigeria,’ zegt mevrouw Janssen, die niet begrijpt waarom ik me er zo druk om maak. ‘Vanwege die vermeende joodse afkomst van je, daardoor wordt je blik vertroebeld, kun je niet meer objectief zijn.’ Ik haal mijn schouders op, mijn kinderen zeggen precies hetzelfde. 
    Zou dat zo zijn, van die economische betrekkingen? Ik vraag het me af, het zou wel goed passen bij hoe de Franse schrijver Houellebecq Nederland in zijn roman Serotonine omschreef: La Hollande n’est pas un pays, c’est une entreprise au mieux. Ik vermoed dat hij gelijk heeft.
    Wat je ook vaak hoort is dat dit conflict ons meer dan alle andere raakt omdat het gevoelsmatig dichterbij is omdat Israël toch eigenlijk een soort van Europees land is. Een beetje zoals het moderne weerbericht niet alleen metingen, maar ook gevoelstemperaturen opvoert. De waarheid is hier in het Westen allang ondergesneeuwd door het heilige gevoel, een niet te definiëren, hoogstpersoonlijk en hoe het uitkomt onmiddellijk aan te passen mening over alles wat voorbijkomt. En let op, niet alleen ongeletterden, ook hoog opgeleiden hebben tegenwoordig bij alles een gevoel. 
    Toch denk ik dat er bij deze oorlog iets anders aan de hand is. Iets dat ik liever niet benoem of uitspreek omdat ik niet wil geloven dat het waar is wat ik denk. Namelijk dat de mensheid inderdaad onverbeterlijk is, niets leert of heeft geleerd van de geschiedenis, en dat de meeste mensen gevoelig zijn en blijven voor simpele archetypes, voor oude symbolen die in het verleden werkten en ons met elkaar verbonden, en dat nog steeds doen. Symbolen waar door weer anderen slim, gewetenloos en cynisch op wordt ingespeeld met de allermodernste middelen. De sociale media en haar beeldtaal als een hedendaagse variant van Maarten Lüther met zijn gedrukte pamfletten.
    50,000,000 Elvis Fans Can't Be Wrong, heet een compilatiealbum uit 1959. Ik denk van wel, volgens mij was die zelfbenoemde koning van de rock & roll een bedrieger, een imitator met een leuk smoeltje. Pure marketing, niet meer dan dat, en precies dat zie ik nu ook met de jodenhaat gebeuren. Die wordt ons net zo lang door de strot geduwd tot we er allemaal in geloven. Er is zelfs aan aflaat gedacht: ik ben geen antisemiet, ik ben alleen een antizionist. En gelukkig maar! Stel je voor! Als antizionist slaap je natuurlijk een stuk beter dan als antisemiet, dat snap ik ook wel.
    Maar zondag zijn we allemaal samen met onze keffiyehs en onze vlaggen van de Arabische Socialistische Ba’ath-partij en dan lopen we als lemmingen de voorgeschreven route waar het als uit één mond zal klinken: from the river to the sea. En het zou me niet verbazen als het er nog van gaat komen ook. Want Hamas gaat echt niet overstag voor dat vredesplan van Trump en Netanyahu. Waarom zouden ze? Het kalifaat lonkt. We gaan ze nog missen straks, die rotjoden. 
   

donderdag 2 oktober 2025

Pavese

Het komt niet vaak voor dat ik alleen thuis ben, maar nu onverwachts, ineens wel. S. is weer naar zijn eigen huis, nadat hij hier een paar dagen was. Hij is eindelijk met zijn therapie begonnen en zal straks ook bij de Jellinek in behandeling gaan voor zijn ketamineverslaving. Ik vind het pijnlijk om mijn kind onder invloed naast me op de bank te zien, terwijl hij met een half verlamde tong beweert ‘echt’ niet gebruikt te hebben. Inmiddels weet hij wel dat ik nooit boos word of vervelend ga doen, meestal geeft hij het vrij snel toe, maar toch verbaast het me elke keer weer: waarom liegen over iets dat zo duidelijk zichtbaar is? Waarschijnlijk schaamt hij zich ervoor, en misschien is dat ook wel goed, het betekent in elk geval dat zijn morele kompas nog werkt, al wordt het dan gemakkelijk overruled door zijn verslaving die nu eenmaal onmiddellijk bediend wil.
    ‘Wat l-l-l-lees je?’ vraagt hij.
    ‘Pavese,’ antwoord ik. ‘Een Italiaanse schrijver.’
    ‘Oh.’ Volgens mij is hij alweer vergeten wat hij heeft gevraagd, was het meer uit beleefdheid, wat ik eigenlijk ook een goed teken vind. S. is trouwens de enige van mijn kinderen die af en toe een boek leest. D. H. Lovecraft bijvoorbeeld, die hij kende uit een of andere game die hij speelde.
    ‘Moet je niet gaan slapen? Je hebt morgen toch een intake gesprek met Fact volwassenen?’
    ‘Ja,’ zegt S.  Ik zie dat hij nog wat wil zeggen, maar zijn tong werkt niet helemaal mee. Zo’n ketamine rush duurt niet heel lang, maar toch wel een dik uur, afhankelijk van hoeveel je ervan neemt. S. neemt meestal niet al te veel, want dat kan hij niet betalen van het leefgeld dat hij van budgetbeheer krijgt. Dertig euro voor een gram, heb ik me laten vertellen, en met een gram doe je niet heel erg lang.
    ‘Heb je het warm genoeg in je kamer? Of wil je er nog een extra dekbed bij?’
    ‘Warm genoeg. Dank je.’
    S. is geen koukleum.
    ‘Zal ik je morgen wekken voor je afspraak? Hoe laat moet je er zijn?’
    ‘Negen uur, geloof ik.’
    ‘Weet je het zeker?’
    ‘Ik… ik kijk straks w-w-wel.’ Geconcentreerd kroelt hij Poekie onder haar nek, die duidelijk blij is hem te zien. Ze is eigenlijk zíjn kat, maar omdat hij nu niet goed voor haar kan zorgen, logeert Poekie al een paar weken bij ons.
    ‘Ik vind het moeilijk om je zo stoned te zien,’ zeg ik toch maar tegen S. ‘We hadden eigenlijk afgesproken dat je niet zou gebruiken als je bij mij bent, weet je nog?’
    ‘Jawel.’ 
    S. zegt vaak ‘jawel’ in plaat van gewoon ja. Ik weet niet waar hij dat heeft opgepikt. Het klinkt een beetje formeel, maar ik geloof niet dat hij het zo bedoelt.
    ‘Eigenlijk wil ik dat je morgen weer naar je eigen huis gaat. Denk je dat dat lukt?’
    ‘Jawel.’
    ‘Hij heeft gebruikt hè?’ vraagt oudste zoon zodra S. naar zijn kamer is.
    ‘Ik denk het,’ zeg ik. ‘Moet jij morgen naar college?’
    ‘Ja.’
    ‘Moet ik je wakker maken?’
    ‘Ja graag.’
    Maar dat was gisteren, want nu ben ik alleen thuis. Ik hoop maar dat S. zich niet al te eenzaam voelt in zijn eigen huis. Misschien voelt hij zich daar net als ik hier. Soms is het nodig om je ongelukkig te voelen.      

woensdag 1 oktober 2025

Clapton

‘Jij vind Eric Clapton geen goeie gitarist, toch?’
‘Nou, hij interesseert me gewoon niet zo.’
‘Daar vergis je je in. Luister maar eens naar The Beano Album van John Mayall met The Bluesbreakers.’
‘Ik ken het.’
‘Geweldig toch?’
‘Ik vind het eerlijk gezegd nogal saai, en die Mayall heeft een lelijke stem.’
‘Heb je die hoes gezien? Clapton had geen zin in die fotosessie en zit gewoon een strip te lezen, hahaha, ongelofelijk!’
‘Ik ken de foto.’
‘Vandaar de bijnaam van dat album.’
‘Ik weet het.’
‘Maar The Cream is fenomenaal. Dat hoor jij toch ook?’
‘O ja?’ Ik wil eigenlijk nog wel een cappuccino, maar heb geen zin om S. die hier nu al veertig jaar elke dag zit en zelden een rondje geeft, er ook een aan te bieden, zeker niet als we voor de duizendste keer hetzelfde gesprek moeten voeren. Ik wacht dus nog maar even, misschien moet hij zo weg.
‘Jack Bruce. Ongelofelijke bassist.’
‘Geef mij maar de Jimi Hendrix Experience.’
‘Hendrix vond Clapton ook geweldig!’
‘Waarom dan?’
Sunshine of your love! Hij heeft het zelfs gecoverd!’
‘Ik vind het eerlijk gezegd een nogal drenzerig nummer, met die eindeloos herhaalde riff.’
‘Geniaal zul je bedoelen.’
‘Ik vind het seksloze muziek, geef mij Jimi maar, dat is een en al seks.’ Ik zeg dit vooral omdat ik weet dat S. het al zijn hele leven met zichzelf doet.
‘En B. B. King? Die vind je toch wel goed?’
Waarom steeds weer dit gesprek? Normaal is hij om één uur al naar huis, ik ben weer eens te vroeg gekomen. ‘B. B. King is natuurlijk heel bijzonder en heel eigen,’ geef ik toe, ‘maar ook wel heel beperkt. Langer dan twee nummers houd ik het niet vol.’
‘En Freddy King?’
‘Idem dito. Ik zag hem ergens begin jaren zeventig een keer live in het Vondelpark, toen de concerten nog in dat kapelletje in het water waren.’
‘Geweldig toch?’
‘Ik zou er geen plaat van kopen. Maar wel leuk om een keer gezien te hebben.’
‘Albert King vond Stevie Ray Vaughn geweldig.’
‘Ik weet het. Maar ik luister toch liever naar Hendrix.’
‘En George? Die vind jij toch ook heel goed?’
‘George Harrison is een held. Maar ja, je speelt natuurlijk ook niet zomaar in The Beatles.’
‘Geweldige slide gitarist.’
‘Zeker. Hoewel ik zijn eigen nummers over het algemeen nogal zeikerig vind.’
Taxman is toch geniaal?’
Taxman is een leuk nummer. Misschien niet het beste Beatlenummer, maar zeker niet slecht.’
‘Helemaal niet zeikerig.’
Taxman is inderdaad niet heel erg zeikerig.’
Revolver vind ik, denk ik wel het beste Beatle album.’
‘Ja?’
‘Met The White Album samen dan. Dat vind ik ook geweldig. Dat vind jij toch ook?’
‘Ik zal het weer eens draaien.’ Ik wenk het meisje achter de bar en bestel een cappuccino. ‘Wil jij er ook nog een?’
‘Doe maar een cappuccino,’ zegt S. ‘Met twee chocolaatjes, en een glas water graag. Zeg maar dat het voor mij is, dan weten ze wel in wat voor glas ik het wil.’
Ik steek twee vingers op en wijs op S. Het meisje achter de bar knikt dat ze het heeft begrepen.
‘George Harrison vond Eric Clapton trouwens ook een geweldige gitarist.’
‘Gelukkig maar.’ Ik probeer het niet cynisch te laten klinken.
‘Clapton is trouwens de enige niet Beatle die een gitaarsolo op een Beatle-album speelt. While my guitar gently weeps. Iconische solo. Dat vind jij toch ook?’